Wegcapaciteit loopt terug door parkeren
Bij dwarsparkeren én fietsers op de rijbaan ligt de maximale capaciteit van een weg in de praktijk aanzienlijk lager dan vaak wordt gedacht. Dit blijkt uit een onderzoek van Christiaan Nad.
Als afstudeeropdracht onderzocht hij in hoeverre parkeren en de aanwezigheid van fietsers van invloed is op de wegcapaciteit. Met betrekking tot parkeren op of langs de rijbaan zijn de grenzen die in de ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) staan, niet of nauwelijks onderbouwd, zo schrijft hij in het tijdschrift Vexpansie.
Voor langsparkeren evenwijdig op of aan de rijbaan geeft de ASVV bijvoorbeeld zonder onderbouwing een intensiteit van 700 pae/h in beide richtingen. Voor haaksparkeren langs de rijbaan is in de geraadpleegde literatuur geen grens gevonden.
Voor het onderzoek zijn door heel Nederland zes locaties met langsparkeren, twee locaties met haaksparkeren langs de rijbaan en twee locaties met haaksparkeren in de middenberm bezocht.
De getelde intensiteiten per locatie zijn afgezet tegen de geobserveerde parkeerbewegingen. Uit de analyse blijkt de intensiteitsgrens vooral wordt beïnvloed door de positie van de fietser: op de rijbaan of achter de parkeervoorziening langs. Daarnaast spelen factoren een rol als het totaal aantal parkeerbewegingen in het onderzoeksgebied, de maatvoering van de parkeervoorziening en de parkeerdruk op de voorziening in het onderzoeksgebied.
Uit het onderzoek blijkt dat de waarde die de ASVV voorschrijft voor langsparkeren evenwijdig op of aan de rijbaan (700 pae/h) in de praktijk geldt voor situaties met de fietsers op de rijbaan. Voor situaties waarbij de fietser achter de parkeervoorziening langs fietst, komt uit het onderzoek een waarde van 875 pae/h.
Voor haaksparkeren in de middenberm was vóór het onderzoek, zoals opgemerkt, geen waarde bekend. Ook hier bleek de positie van de fiets van grote invloed op de wenselijke intensiteitsgrens. Na de analyse van de gegevens werd duidelijk dat voor een situatie met fietsers op de rijbaan een grens van 275 pae/h is te bepalen. In situaties waarbij de fiets een fietspad heeft achter de parkeervoorziening langs, gaat de wenselijke intensiteitsgrens omhoog naar 450 pae/h.
Voor haaksparkeren langs de rijbaan is op basis van dit onderzoek moeilijk een grens te bepalen. Verwacht wordt dat hier de grens ligt op 225 pae/h in een situatie met fietsers op de rijbaan. Wanneer fietsers achter de parkeervoorziening langs gaan, ligt de intensiteitsgrens op ongeveer 350 pae/h. Haaksparkeren is in ieder geval, zo valt te concluderen, van grote invloed op de capaciteit van een weg.


Beste verkeersnet.nl
Met veel belangstelling lees ik jullie artikelen die vaak actueel zijn. Het artikel ‘Wegcapaciteit loopt terug door parkeren’ schept echter een aantal onduidelijkheden:
- termen worden door elkaar gebruikt: dwarparkeren, langsparkeren en haaksparkeren.
- de ene weg is de andere niet, de categorie van de wegen wordt niet toegelicht . Het is logisch dat een winkelstraat andere karakteristieken (capaciteit) vertoont als een gebiedsontsluitingsweg
- er wordt geen relatie gelegd met de intensiteiten van de fietsers
- het aantal parkeerbewegingen (per uur / dag) wordt niet vermeld
- een steekproef van 2 (eigenlijk 1 als de variabele van de ligging van het fietspad meegenomen wordt) is wel erg laag.
Hopelijk beschrijft het verslag deze situaties duidelijker en worden de intensiteiten niet zonder meer overgenomen door ASVV.
Bart Bosman