Vrijetijdsverkeer niet weg te cijferen
Het vrijetijdsverkeer heeft een hoog aandeel in zowel de verplaatsingen (37 procent) als in het totale aantal afgelegde kilometers (44 procent). In de avondspits zijn meer mensen voor vrijetijdsdoeleinden onderweg dan in de ochtendspits. Dit zegt onderzoekinstituut KiM in het rapport ‘Vrijetijdsverkeer in perspectief.’
De totale jaarlijkse ‘economische waarde’ van vrijetijdsverkeer en woon-werkverkeer zijn ongeveer even groot: beide verkeersvormen nemen ongeveer 30 procent van de totale waarde voor hun rekening.
Het zakelijk verkeer en het verkeer veroorzaakt door winkelen en naar school gaan, vertegenwoordigen ieder ongeveer 17 procent. De waarde is ingeschat door de reistijd in geld uit te drukken en de daadwerkelijk betaalde kosten voor een reis daarbij op te tellen. In de ochtendspits is de ‘waarde’ van vrijetijdsverplaatsingen per auto gering (drie procent), in de avondspits is die waarde vier keer zo hoog (14 procent).
De effecten in termen van belasting van het hoofdwegennet zijn echter beperkt. Congestie als gevolg van het vrijetijdsverkeer treedt op onder specifieke omstandigheden, op bepaalde plaatsen en tijdstippen van de dag.Tijdens de avondspits kan een kwart van de verplaatsingen worden toegeschreven aan vrijetijdsdoeleinden.
Er zijn verschillende maatregelen denkbaar die het vrijetijdsverkeer kunnen beïnvloeden, aldus het KiM. Prijsmaatregelen, zoals kilometerheffing, parkeerbeleid of korting op het ov-tarief.
Locatiespecifieke maatregelen: vestigingsbeleid gericht op voorzieningen of het verplaatsen van de entree van attracties en voorzieningen. Zo kan de stroom bezoekers bijvoorbeeld eerder worden opgevangen, om die vervolgens naar de attractie te vervoeren. Het aanpassen van de openingstijden van voorzieningen en attracties en het differentiëren van tarieven naar tijdstip van de dag zijn meer tijdsgerelateerde maatregelen.


