Shared Space Institute en Friesland ontwikkelen evaluatieleidraad Shared Space

9 april 2010 | 3 reacties | Mail | Print

De provincie Friesland en het Shared Space Instituut ontwikkelen een methode om Shared Space-projecten te evalueren. Het gaat daarbij echter niet om concrete resultaten te toetsen, maar meer om te bezien of de Shared Space daadwerkelijk toekomst heeft.

Met de toename van het aantal Shared Space projecten in de provincie ontstond de behoefte bij de provincie Fryslân  en bij een aantal Friese gemeenten om deze projecten te evalueren. Met name omdat Shared Space een innovatieve benadering is, waarbij vooraf nog maar zeer beperkt kan worden teruggevallen op handboeken of onderzoek die richting kunnen geven aan te verwachten effecten van een herinrichting volgens het Shared Space concept. Daarnaast was er ook het besef dat de evaluatietechnieken, die binnen de provincie normaliter worden gehanteerd voor de evaluatie van herinrichtingprojecten tekort schoten om Shared Space te kunnen evalueren. In dit kader is door de provincie Friesland en het Shared Space Institute een evaluatieleidraad ontwikkeld, waar wegbeheerders mee aan de slag kunnen. Volgens het instituut is het instrument is in mindere mate een instrument om de bestuurder of projectleider van een project af te rekenen op het al dan niet behalen van de beoogde doelstellingen van beleid of project maar vooral een instrument dat is gericht op de overheid als lerende organisatie, waarbij elk geëvalueerd project input levert voor nieuw beleid, nieuwe projecten en hiermee ook de doorontwikkeling van nieuwe innovatieve werkwijzen. De evaluatieleidraad wordt dit jaar gepubliceerd.

Gerelateerde berichten

Tags:


3 Reacties op “Shared Space Institute en Friesland ontwikkelen evaluatieleidraad Shared Space”

  1. Cees Wildervanck

    Of ik het concept goed begrepen heb laat ik even in het midden. Maar ik word nog steeds huiverig van een zin als: ‘En wat betreft die kwetsbare groepen, is shared space juist BEDOELD om voor ieder gelijke rechten te creëren. ‘ Aan de BEDOELING heb ik nooit getwijfeld; het gaat om onweerlegbaar onderzoeksRESULTAAT. Als er dan al zoveel (kwalitatief goed) onderzocht is op dit gevoelige aspect, breng dat dan grootschalig en voor iedereen leesbaar naar buiten.
    Voorlopig moet ik het doen met zorgelijke indicaties zoals in de Groninger Seniorenkrant over Haren (‘Kunnen we misschien een avond met weinig verkeer krijgen zodat we veilig kunnen winkelen?’) en individuele reacties die ook over het algemeen niet gunstig zijn.
    Ten slotte verwijs ik naar mijn bijdrage ‘Onderzoek naar Shared Space – waarom en hoe’ op het Podium van Verkeerskunde. En dan niet (alleen) naar mijn eigen bijdrage maar ook naar de daar geciteerde literatuur.

  2. Cees Wildervanck lijkt toch nog steeds weinig begrepen te hebben van het concept. Uiteraard worden alle beschikbare en beschikbaar te maken gegevens in een evaluatie gebruikt. We gaan de straat op enqueteren, vóór en ná, zowel bij gebruikers als bewoners. Volgens standaard protocollen. uiteraard de verkeerskundige variabelen. En wat betreft die kwetsbare groepen, is shared space juist bedoeld om voor ieder gelijke rechten te creëren. Het mag niet (meer) zo zijn dat op grond van de vervoerswijze mensen in de openbare ruimte verschillende rechten en verplichtingen hebben. De zorgvuldige, begrijpelijke inrichting en design zorgen daarvoor. Samenwerking met bijvoorbeeld het instituut voor de Blinden Visio, geeft al aan dat we rekening houden met specifieke eisen. In Engeland met een sterke belangenorganisatie, komt die samen werking ook al enigszins op gang.

  3. Ik hoop dat de leidraad toch wat concreter wordt dan de indruk die ik uit het laatste deel van dit bericht krijg. Het is toch niet zo moeilijk om te kijken, naar ongevalsgegevens, (interactief) gedrag, en (wat mij betreft vooral:) effecten op (kwetsbare) groepen verkeersdeelnemers. Ik bedoel: mogen jonge kinderen en durven ouderen straks nog wel de straat op?
    Als je niet minimaal naar dit soort dingen kijkt zie ik niet hoe een project ‘input [moet] leveren voor nieuw beleid, nieuwe projecten en hiermee ook de doorontwikkeling van nieuwe innovatieve werkwijzen.’

Reageren op dit artikel is niet meer mogelijk.