Raad voor Verkeer en Waterstaat: leefomgeving volwaardige rol bij ontwerp en toetsen van infrastructurele projecten
Ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit hebben direct invloed op de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de realisatie van infrastructurele projecten wordt deze kwaliteit onvoldoende meegenomen. Dit stelt de Raad voor Verkeer en Waterstaat.
Een betere samenwerking tussen zowel de betrokken ministeries als de lagere overheden is daarom vereist. Ook het beoordelingskader voor infrastructurele projecten moet worden aangepast.
In het advies ‘Beter is sneller’ stelt de Raad dat het ministerie van VenW samen met de ministeries van VROM en LNV een belangrijke rol heeft in de realisatie van de kwaliteit van de leefomgeving. In de praktijk blijkt het lastig om bij infrastructurele projecten een integrale aanpak te hanteren. Ministeries zijn gespecialiseerd in verschillende beleidsvelden, terwijl provincies en gemeenten vanuit andere ruimtelijke schaalniveaus redeneren en daardoor andere afwegingen maken. Daarnaast is de kwaliteit van de leefomgeving niet zo eenvoudig te kwantificeren als reistijd of geluidshinder, waardoor verkeerstechnische argumenten vaak bepalend zijn voor zowel de prioritering als de verdeling van financiële middelen.
De RVW pleit ervoor dat overheden samenhangende opgaven op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, woningbouw en natuur opvoeren als één gemeenschappelijke opgave. De kwaliteit van de leefomgeving kan dan volwaardig worden meegenomen. Door verkeerskundigen en stedenbouwkundigen al in de ontwerpfase bij elkaar te brengen, leert men samen te ontwerpen. Met het toetsen aan de gemeenschappelijke doelen, kan de positie van de kwaliteit van de leefomgeving worden gewaarborgd.
Omdat er bij deze samenhangende opgaven sprake is van meerdere probleemeigenaren adviseert de RVW voor een dergelijk traject een regieteam op te richten. Dit regieteam functioneert, als een projectbureau of een ontwikkelmaatschappij, door de beleidsvelden en schaalniveaus heen. Hiervan zijn al enkele succesvolle voorbeelden.
Verder signaleert de RVW een onevenwichtige situatie in de financiële verhoudingen tussen de verschillende ministeries enerzijds en het Rijk en de lagere overheden anderzijds. Ministeries moeten alternatieve financieringsvormen overwegen die aansluiten bij de gemeenschappelijke doelstellingen.
Op juridisch vlak is een flexibelere benadering gewenst. Vooraf kijken naar de voor- en nadelen van het gebruik van de Tracéwet en/of de Wet op de ruimtelijke ordening en de ruimte bieden om beargumenteerd af te kunnen wijken van richtlijnen zijn belangrijke stappen naar een integrale aanpak.
De Raad benadrukt in dit advies het belang van ‘beter’ door aan te geven dat zorgvuldig investeren in kwaliteit in eerste instantie wellicht vertragend lijkt te werken, maar dat het uiteindelijk leidt tot het sneller kunnen realiseren van de verschillende samenhangende opgaven.
Laatste berichten in rubriek Mobiliteit
Gerelateerde berichten
- Meer samenhang in ruimtelijke investeringen
Investeringen in wegen, openbaar vervoer, woningbouw en natuur zullen beter op elkaar worden afgestemd. Hierdoor ontstaat er meer samenhang in het ruimtelijk beleid van de Rijksoverheid en verbetert de balans tussen wonen, werken, bereikbaarheid, water en natuur. Een voorstel waarin dit geregeld wordt – het nieuwe MIRT spelregelkader – is door ministers Eurlings (Verkeer en [lees verder...]...... - Samenwerken aan bereikbaarheid: Rijk en regio’s op schema
De uitvoering van de afspraken over infrastructuur en gebiedsontwikkeling die het Rijk en de regio’s hebben gemaakt liggen op schema. Daarnaast zijn er enkele nieuwe afspraken gemaakt. Zo zal het Rijk € 225 miljoen beschikbaar stellen voor het Trekvliettracé in Den Haag en is overeengekomen de spitsstroken A2 Maasbracht-Geleen aan te leggen. Dit schrijven ministers [lees verder...]...... - Slim plannen helpt infraprojecten op tijd te realiseren
Bij 19 projecten hiervan is nu weliswaar sprake van vertraging, maar die kan worden ingelopen door slim te plannen en de planstudiefase en de realisatiefase (deels) tegelijkertijd te laten doorlopen. Voor 21 projecten schuift de opleverdatum naar achteren. Dat schrijft minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat in de voortgangsrapportage Tracéwet en Spoedwet wegverbreding. Eurlings schrijft [lees verder...]......

