Brandstofverbruik personenauto’s in praktijk hoger dan testuitslagen
Het brandstofverbruik van personenauto’s wijkt in de praktijk gemiddeld 15-20% af van de verbruikswaarden die worden gerapporteerd op basis van de Europese typekeuringstest. Dit blijkt uit praktijkervaring van consumenten, en wordt ondersteund door recent onderzoek van TNO op basis van Travelcard tankpasgegevens.
Er is een aantal oorzaken aan te wijzen voor dit verschil, aldus TNO. Ten eerste is de testcyclus minder dynamisch dan het rijgedrag in de praktijk. Daarnaast staan op de testcyclus accessoires zoals airconditioning en verlichting uit, terwijl die in de praktijk vaak aan staan. En er is een grote spreiding zichtbaar in het praktijkverbruik omdat dit in sterke mate bepaald wordt door de rijstijl van de bestuurder en het type ritten waarvoor een voertuig wordt ingezet. Een recent door TNO uitgevoerde statistische analyse van Travelcard tankpasdata geeft daarnaast aanwijzingen dat de afwijking tussen praktijk en testcyclus toeneemt naarmate auto’s op de testcyclus zuiniger zijn. Voertuigen die op de testcyclus zuiniger zijn dan andere blijven echter ook in de gemiddelde praktijk zuiniger. Een oorzaak voor het toenemende verschil is waarschijnlijk dat veel technieken om auto’s zuiniger te maken in stadsverkeer de grootste besparing opleveren, zo stelt TNO. Het aandeel stadsverkeer in de testcyclus is wat groter dan in de gemiddelde Nederlandse praktijk. Hier is echter meer onderzoek nodig. Er wordt in internationaal verband gewerkt aan een nieuwe testcyclus die beter lijkt op de praktijk. Een testcyclus kan echter nooit representatief kan zijn voor individuele automobilisten, maar kan hooguit het praktijkgemiddelde beter benaderen.
Om de informatie naar consumenten te verbeteren is het belangrijk dat potentiële kopers van voertuigen met zuinige aandrijftechniek een advies op maat kunnen krijgen dat past bij hun mobiliteitspatroon en rijstijl. Op basis daarvan kunnen ze dan het voertuig kiezen dat in hun situatie het meeste verbruiksvoordeel biedt, adviseert TNO. Fabrikanten en dealers kunnen deze informatie ontwikkelen, maar hier ligt mogelijk ook een rol voor consumentenorganisaties als ANWB. Om dit te kunnen doen is wel meer inzicht vereist in hoe verschillende technieken onder verschillende omstandigheden presteren.
Maar ook consumenten kunnen zelf al veel doen. Wie op brandstofkosten wil besparen begint met zo zuinig mogelijk te rijden met de auto die hij/zij heeft. Toepassen van de tips uit Het Nieuwe Rijden en niet harder rijden dan de geldende snelheidslimieten helpt al veel.


Typisch weer een voorbeeld van ‘meten’ is ‘niet weten’. Fabrikanten, verkopers en velen uit de autolobby produceren cijfers die telkens weer op enigerlei wijze gunstiger uitpakken dan de werkelijkheid. Dit is niet zomaar een vergissing… Achter de presentatie van cijfers gaan steeds weer belangen schuil.
Wanneer gaan we nu eens echt nadenken i.p.v. keurig allerlei matrixen invullen, gereduceerde testjes uitvoeren, e.d..
Doe de test zoals TLN het voor vrachtwagens doet: er wordt een vast traject gereden met een realistische snelheid (tachograafschijf bijgeleverd). In de praktijk wijkt de rijtijd 1-2 minuten af van het gemiddelde. Maak dat traject gemiddeld NL weggebruik.
Dat is het niet alleen. Er wordt maar 1 keer in de test even 120 km/h gereden. Daarbij wordt zeer rustig versneld en een paar keer gestopt. Daarom, gewoon naar buiten en rijden voor de test…
Kijkend naar de test lijkt het mij voor de hand te liggen dat de afwezigheid van luchtweerstand en wrijvingsweerstand – de rolweerstand – op de rollenbank dé verklaringen moeten zijn voor de verschillen.
In de meting van de correctiefactoren krijg je dan weer discussies als wind mee of tegen en het te vervoeren gemiddeld gewicht, soort banden en soort wegdek!
Ik heb nog nooit gesnapt waarom het verbruik op een rollenbank wordt getest. Daarop rijdt niemand van en naar het werk. Waarom niet 20 rondjes van 50 km en afwisselende snelheden door 20 verschillende personen en daarvan het gemiddelde? Een stuk representatiever. Overigens zijn tankpashouders niet bepaald geinteresseerd in wat zij verbruiken, dus ook dát is niet representatief…