Automobilist wil door het bos rijden
De mate waarin mensen de omgeving van de infrastructuur waarderen, verschilt per gebruikersgroep. Bewoners, recreanten en treinreizigers zijn het meest tevreden met de omgeving van infrastructuur. Werkenden en automobilisten minder. De aanwezigheid van groen leidt bij alle groepen tot een hogere waardering. Het gaat daarbij niet zozeer om de hoeveelheid groen als wel om de kwaliteit van dit groen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving naar de vraag is hoe burgers de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving van de infrastructuur beoordelen.
De studie gaat specifiek in op de aspecten die van invloed zijn op de waardering van de omgeving rond nationale snelwegen. Daarnaast is onderzocht welke sociale en fysieke kenmerken een rol spelen in de beoordeling en hoe de waardering verschilt tussen verschillende groepen burgers. Als onderzoeksgebied is het tracé van de A12 gekozen, omdat het ontwerp van deze snelweg en zijn omgeving integraal wordt aangepast. De omgeving van het tracé kent bovendien verschillende soorten landschappen: bos, weide, mozaïek (mix) en stedelijke landschappen.
Voor alle gebruikersgroepen geldt dat de aantrekkelijkheid van de omgeving in grote mate samenhangt met de aanwezigheid van bos. Dat blijkt uit de beoordeling van de verschillende regio’s. Zo geven alle gebruikersgroepen de omgeving van de A12 in het westen van Nederland gemiddeld een lagere waardering dan die ten oosten van Utrecht. Stedelijke gebieden krijgen een lagere waardering dan de meer landelijke gebieden, en de waardering voor overgangsgebieden zit hier tussenin. Ook binnen de landelijke gebieden worden gebieden anders gewaardeerd. Zo krijgen de gebieden in een bosrijke omgeving een hogere waardering dan de gebieden in bijvoorbeeld het Groene Hart.
Niet alleen de aanwezigheid van bos, ook ‘ander groen’ draagt bij aan de waardering van de omgeving. Het is vooral de hoeveelheid ervaren groen in de omgeving, en niet de objectief gemeten hoeveelheid groen, die de verschillen verklaart in de mate waarin gebruikers de snelwegomgeving waarderen; dit geldt voor alle groepen. Groene geluidsschermen worden bijvoorbeeld aantrekkelijker gevonden dan andere geluidsschermen. Ook bedrijventerreinen die groen ogen, worden door automobilisten en de mensen die er werken aantrekkelijker gevonden dan minder groene bedrijventerreinen. Hetzelfde geldt voor de woonomgeving: hoe groener bewoners de omgeving ervaren, hoe aantrekkelijker zij deze vinden.
Hieruit blijkt dat in het ruimtelijk beleid vooral aandacht moet zijn voor de kwaliteit van het groen. Vooral de strategische aanleg van groen, en niet zozeer de aanleg van extra groen, is van invloed op de mate waarin gebruikers de (omgeving van) infrastructuur als aantrekkelijk ervaren. Daarnaast spelen aspecten als zichtbaarheid en uitstraling een rol. Ook een goed ontwerp van gebouwen en gebieden en de aankleding van gebieden zijn van belang voor een hogere waardering van de snelwegomgeving
Laatste berichten in rubriek Mobiliteit
Gerelateerde berichten
- Groen licht in Winterswijk
Ook de provincie Gelderland gaat groene LED-verlichting inzetten. Het gaat om het kruispunt N319 met de Bataafseweg. Groene LED-verlichting wordt al meer plaatsen toegepast, onder meer op fietspaden in de provincie Utrecht en Amsterdam. Maar nu dus ook op een provinciale weg. ......


Dag Bosfietsster
de studie heeft wel degelijk ook gekeken naar wat anderen dan automobilisten van de omgeving vonden. Qua nieuwswaarde wordt zeker in een persbericht het perspectief van de automobilist voorop gezet, maar de studie is juist innovatief in de zin dat zowel omwonenden, mensen die nabij snelweg/spoorlijn, en recreanten geïnterviewd zijn. Resultaten zijn dus voor al deze verschillende gebruiksgroepen uitgesplitst. Wat je noemt over de geluidshinder van de A12 in Gelderland, maar ook in de buurt van de Utrechtse Heuvelrug deel ik persoonlijk ook met je, maar dit wordt niet bevestigd door onze onderzoeksgegevens. Juist de omgeving in het oosten van Utrecht en in Gelderland wordt door recreanten (fietsers, wandelaars, en andere buitenactiviteiten) positiever beoordeeld dan in andere gebieden. In de persoonlijke antwoorden kwam af en toe wat jij noemde wel naar voren, maar onderzoeksmatig en statistisch niet significant.
De omgeving wordt beter beoordeeld als men uitkijkt op (of direct toegang heeft tot) groen, dit geldt ook nabij de snelweg. Wellicht, maar dat is een persoonlijke interpretatie, is een snelweg minder erg, zolang er maar een groene geluidswal/scherm is of een ruime groenzone, zodat de snelweg niet gezien wordt en minder duidelijk gehoord wordt.
Jammer dat de onderzoekers alleen gekeken hebben naar hoe automobilisten op de snelweg hun omgeving vinden, en niet naar wat de gebruikers van die omgeving van de snelweg vinden.
Wie ooit wel eens in de buurt van die mooie A12 in Gelderland heeft gefietst of gelopen weet dat de geluidshinder enorm is en schrikbarend ver reikt.
De prioriteit voor een prettige omgeving zou moeten liggen bij vervoerswijzen die de omgeving weinig belasten: fietsers, voetgangers en OV gebruikers.
Interessante studie, en dan vooral de implicaties die dit heeft voor beleid en ontwerp. een eye-opener is (als onderzoeker van de studie) dat de beleving van welk kenmerk dan ook, niet zo zeer gerelateerd is aan de kwantiteit, maar vooral aan de kwaliteit. Verder blijkt ook dat in sommige gevallen window-dressing kan leiden tot een hogere waardering van infrastructuur en omgeving.
Zowel beleidsmakers als ontwerpers zouden lering moeten trekken uit de uitkomsten van dit onderzoek, en dan met name de verdere vertaling van de resultaten.