Bevolkingskrimp leidt niet tot minder verkeer
Krimp van de bevolking leidt niet per definitie tot minder verkeer. Een toenemende welvaart stimuleert meer autobezit en -gebruik. Ook resulteert een toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen en de daarmee gepaard gaande combinatie van arbeid en zorg (kinderen halen en brengen, etc.) in meer autogebruik. Per saldo neemt de mobiliteit hierdoor nog toe, ook in regio’s waar de bevolkingsomvang terugloopt. Dit schrijft de SER in het ontwerpadvies ‘Bevolkingskrimp benoemen en benutten’.
Een van de conclusies is dat de ontwikkeling wel vraagt om meer vraagafhankelijke vervoersystemen. In regio’s in het landelijk gebied zal het reguliere openbaar vervoer verder onder druk komen te staan. Dit raakt vooral 65-plussers, minder valide personen en jongeren (scholieren). Een groter aanbod van vraagafhankelijke vervoersystemen, zoals de regiotaxi, kan hier gedeeltelijk in voorzien. Vanwege de lage bevolkingsdichtheid en daardoor lage bezettingsgraad is het niet reëel om alle heil van het openbaar vervoer te verwachten. Beleid gericht op concentratie en (her)spreiding van onderwijs en andere voorzieningen dient rekening te houden met een goede bereikbaarheid, vooral voor die groepen die van zichzelf minder mobiel zijn. Mogelijk liggen hier kansen voor innovatieve ondernemers. Ook burgerinitiatieven kunnen hierbij een rol spelen. Ook een adequate infrastructuur is nodig. Externe ontsluiting is ook voor regio’s met lage bevolkingsdichtheden van groot belang. Zeker als voorzieningen en diensten sterker gebundeld en geconcentreerd worden, is, met inachtneming van de landschappelijke kwaliteit, een goede ontsluiting onontbeerlijk om de toegankelijkheid en bereikbaarheid te verzekeren. Naast fysieke infrastructuur is een optimale digitale ontsluiting, zowel glasvezel als draadloos, van belang voor krimpregio’s. Dit is een voorwaarde om de kansen die bijvoorbeeld het nieuwe werken (thuis en op afstand werken) biedt, te kunnen benutten. Voor onderdelen van de vrijetijdssector zijn weer andere aspecten belangrijk, zoals het verbinden van verschillende waterwegen of het voor het publiek toegankelijk maken van landelijke gebieden.
Laatste berichten in rubriek Mobiliteit
Gerelateerde berichten
- Stadsregio’s Rotterdam en Haaglanden willen één Vervoersautoriteit vormen
Stadsgewest Haaglanden en de stadsregio Rotterdam willlen in 2012 een vervoersautoriteit op te richten voor de 24 gemeenten van deze stadsregio’s. Ze hebben daartoe een intentieverklaring ondertekend. ...... - Bevolkingskrimp leidt niet tot minder mobiliteit
Ook in gebieden van ons land waar de bevolkingsgroei afneemt, zoals Groningen en Limburg, vermindert de mobiliteit niet. Dat komt omdat er per persoon meer gereisd zal worden. De verwacht KIM, die een studie deed naar Krimp en Mobiliteit. Een voorbeeld is de regio Noordoost-Groningen: door de krimp van de bevolking neemt het autogebruik tot 2030 met maximaal 8 procent af. Door andere factoren stijgt het autogebruik echter met 30 procent. Per saldo levert dit een groei op van 22 procent.......

Wat opvalt is dat alleen met de auto mobiliteit lijkt te zijn. Zelf hanteer ik liever een bredere definitie voor mobiliteit, ongeacht de keuze van modaliteit, waarbij de vrijheid om te kunnen beslissen je te verplaatsen, en de feitelijke mogelijkheid om er te komen, kenmerkend zijn. Het gaat er niet om hoeveel kilometers je aflegt, in tegendeel zelfs: het gaat er om dat je ergens kunt komen. Als je ergens alleen met de auto kunt komen lijkt me dat armoede. Daarbij geldt ook: op een willekeurig moment kan minder dan de helft van de bevolking kiezen voor autogebruik (7 miljoen auto’s op 16 miljoen mensen…). Er worden per dag nog steeds meer verplaatsingen gemaakt zonder auto dan met de auto. Auto-verplaatsingen zijn alleen mogelijk als je naar de auto toe kan lopen en vanaf je geparkeerder auto naar je eindbestemming kan lopen. Kan je niet meer lopen, dan kan je niet meer met de auto. Is meer kilometers maken met de auto ook meer mobiliteit? Als we minder gewenste plekken kunnen bezoeken, kan je dan nog steeds spreken van toenemende mobiliteit? Hebben we meer tijdsbudget voor reizen? Nee dus: het aantal verplaatsingen per persoon per dag is afgenomen van ca. 3,6 15 jaar geleden naar 3,0 nu. De tijd die men er aan besteed is ongeveer constant op ongeveer vijf kwartier gemiddeld per persoon per dag. Zijn we echt mobieler?
In Oost Zeeuws Vlaanderen is al een poos een gratis bus voor de kleine plaatsen en gehuchten. Op deze busjes rijden vrijwilligers (meestal gepensioneerden, vutters en huisvrouwen). Ook is er door Veolia een gratis buskaart voor 65+ alleen in de bussen van Veolia binnen Zeeuws Vlaanderen.
Echter worden de winkels (grootgrutters) veelal in de grotere plaatsen met de auto bezocht, de bus is lang onderweg en rijdt over het algemeen om het uur. Waardoor men een hele ochtend of middag onderweg is voor een korte afstand. Dit is snel een belemmering, kwestie van tijd omdat de bus niet de rechtstreekse route rijdt, maar door de kleine kernen. Ziekenhuis en gemeentehuis op flinke afstand en als men dan een auto heeft zal men niet met de fiets of bus gaan.
Onderbrengen van balies van gemeente bij openbare gebouwen en mensen van banken die ouderen thuis bezoeken voor zaken wordt een algemeen feit. Behouden van kleine winkels door inzet van vrijwilligers in dorpen enz. Fietsen kan daardoor worden gestimuleerd.Gezamelijk gebruik van de auto voor boodschappen en vrijwilligers die een boodschap meebrengen voor meerdere mensen.
Dit gegeven is niet nieuw. Het werd al beschreven in het warm aanbevolen -en op internet te vinden- rapport ‘Krimp en mobiliteit’ van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid van april vorig jaar.
Een groot deel van de ‘slachtoffers’ van deze krimp en de gevolgen daarvan voor de verplaatsingsmogelijkheden zijn ouderen. Als je een ding NIET moet doen is die uit de auto op de fiets jagen.
Een open deur deze kop. De fiets komt in het stuk niet voor. een gemiste kans in een gebied waar het OV verschraalt.