Zicht op goedkopere IJmeerverbinding
De drie door de Werkmaatschappij Almere – Amsterdam (WAA) geselecteerde marktpartijen komen met metro-plannen die één tot drie miljard euro goedkoper zijn dan de eerder opgestelde referentievariant voor de IJmeerlijn, de verbinding tussen Almere en Amsterdam.
In oktober 2010 daagde de Werkmaatschappij Almere – Amsterdam het nationale en internationale bedrijfsleven uit te komen met innovatieve concepten. De vrijheden waren groot; er werden slechts enkele voorwaarden gesteld. Zo moeten dagelijks minimaal 40.000 reizigers gebruik kunnen maken van de verbinding en moet er een directe verbinding zijn van station Amsterdam-Zuid naar Almere met IJburg en Almere Pampus als essentiële stops met een overstap op de Flevolijn. Ook moeten de plannen voorzien in de woningbouwopgave aan de westkant van Almere, in Almere IJland en Almere Pampus (25.000 tot 35.000 woningen).
Van de negen partijen die zich aanmeldden, selecteerde de Werkmaatschappij uiteindelijk de consortia Jacobs/APPM/Posad uit de Verenigde Staten, Movares uit Nederland en Mott MacDonald / MNO Vervat BV uit het Verenigd Koninkrijk en Nederland.
De drie geselecteerde consortia gaan allen uit van een metroverbinding. De afgevallen partijen – de consortia Transrapid, Arup en URS/Scott Wilson – kozen voor een magneetmetro, een busbaan en een metro. Een metroverbinding leidt tot substantieel lagere kosten dan de aanvankelijk geraamde 5,3 miljard euro. Omdat het systeem letterlijk minder ‘zwaar’ is en aangesloten kan worden op het bestaande metronetwerk, lijkt een IJmeerverbinding – in (kosten)technisch opzicht – voor enkele miljarden minder te kunnen worden gerealiseerd, zo meldt de gemeente Almere. Ook een kortere route door het Markermeer en het omzeilen van de dure ‘Diemerzeedijk-passage’ levert een grote besparing op.
Wat volgens de gemeente Almere opvalt is dat geen van de zes partijen kiest voor een spoorverbinding. De partijen constateren dat Almere per spoor goed wordt bediend, en zien de aanleg van een metro als een belangrijke aanvulling. Om een spoorlijn niet helemaal uit te sluiten, is ervoor gekozen twee referentievarianten – een spoorlijn via de Hollandse Brug en een spoorlijn door Markermeer/IJmeer – te actualiseren. Vanuit de markt wordt de combinatie van openbaar vervoer en een weg niet hoog aangeslagen. De drie geselecteerde partijen hebben tot september 2011 de tijd om hun plannen uit te werken.
