Onzekerheid over betrouwbaarheid cijfers verkeersgewonden
Wie alleen naar de cijfers kijkt, zou denken dat het aantal ernstig gewonden in het verkeer daalt. De werkelijkheid is anders. Er belanden minder verkeersslachtoffers in de officiële statistieken omdat de politie dergelijke ongevallen niet systematisch meer bijhoudt. Het het aantal verkeersgewonden neemt waarschijnlijk juist toe. Maar onduidelijk is hoe het precies zit.
Sinds 2009 houdt de politie maar beperkt het aantal verkeersgewonden bij. Volgens Erik Donkers van Via.nl is dat een gevolg van de ‘Aanwijzing informatieverstrekking verkeersongevallen’ die het OM in 2009 uitvaardigde. ‘Sindsdien is het doel van de ongevallenregistratie door de politie niet meer het opstellen van statistiek, maar enkel het vervolgen van veroorzakers van ernstige verkeersongevallen. Daarnaast heeft de politie te kampen met automatiseringsproblemen. Hiermee is het probleem van de zeer lage aanlevering van ongevallengegevens compleet.’
Op 12 juni 2012 zijn de politiegegevens van de ongevallen (BRON 1.0) van 2011 bekend geworden. ‘Gezien de stijging van het aantal verkeersdoden werd een stijging verwacht van het aantal ziekenhuisgewonden voor 2011. Helaas zijn in 2011 gemiddeld 69% minder van de ernstige verkeersslachtoffers aangeleverd ten opzichte van 2009. In 2011 werd 51% van de ernstige verkeersslachtoffers door de politie aangeleverd ten opzichte van 2010. De kwantiteit van de verkeersongevallenstatistiek bereikt hiermee een historisch dieptepunt’, aldus Donkers.
‘Vele gemeenten raadpleegden in goed vertrouwen de, door de politie gerapporteerde, ongevallengegevens en concludeerden een daling van het aantal ernstige verkeersslachtoffers. Bij een ophoging tot werkelijke aantallen vallen die cijfers veel hoger uit.’
Ook de SWOV klaagt over de gebrekkige politieregistratie. In het zojuist verschenen rapport ‘Ernstig verkeersgewonden in de jaren 2009 en 2010‘ probeert het instituut op basis ingewikkelde rekenmethoden alsnog tot cijfers te komen over die jaren. Dat doet men door de gebrekkige politiecijfers afkomstig uit BRON te combineren met cijfers uit het LMR, de ziekenhuisregistratie en daar een ophoogfactor op toe te passen. (Overigens spelen er volgens de SWOV ook rond die ziekenhuisregistratie de nodige problemen.). Zo komt men voor 2010 tot 19.100 ernstig verkeersgewonden. In 2009 zouden dat er 18.880 geweest zijn. Een uitsplitsing naar motorvoertuigongevallen en niet-motorvoertuigongevallen is volgens de SWOV niet te maken. Ook kan men het aantal ernstig verkeersgewonden per ongevalsregio niet vaststellen, maar alleen per ziekenhuisregio.
Naar aanleiding van eerder onderzoek van de SWOV naar de registratie van verkeersdoden in Nederland, is het ministerie van Infrastructuur en Milieu in gesprek met het ministerie van Veiligheid en Justitie om de registratie van verkeersongevallen en de slachtoffers die daarbij vallen in BRON te verbeteren. Eventuele resultaten hiervan zullen pas in het BRON-bestand van 2012 terug te zien zijn. ‘Wellicht dat het vanaf dat jaar weer mogelijk is op een betrouwbare wijze het aantal ernstig verkeersgewonden voor verschillende variabelen te schatten. Deze schatting zal overigens pas in 2013 plaats kunnen vinden’, aldus de SWOV. Erik Donkers van VIA.nl: ‘Ervan uitgaande dat het de politie lukt om vanaf januari 2013 weer met een ongevallenformulier te gaan werken én de gegevens ook daadwerkelijk aan Rijkswaterstaat te leveren, dan kunnen de gemeenten in 2014 weer beschikken over een betrouwbaar ongevallenbestand. Dat houdt in dat we in 2016 pas over een database met drie jaar ongevallengegevens kunnen beschikken, die noodzakelijk is voor gedegen statistiek om beleid op te kunnen baseren. Vanwege de ontstane trendbreuk is het huidige ongevallenbestand tot die tijd niet geschikt voor monitoring.’
Het SWOV rapport ging trouwens vooral over de vraag waarom de ontwikkeling van het aantal ernstig gewonden anders is dan die van het aantal verkeersdoden. Het aantal verkeersdoden geeft de laatste jaren (met uitzondering van 2011) een dalende lijn te zien. Het aantal verkeersgewonden neemt – voor zover dus is na te gaan – toe. De SWOV constateert dat de stagnatie vooral optrad bij oudere voetgangers, fietsers ouder dan 25 jaar in een niet-motorvoertuigongeval, brom- en snorfietsers van 12-60 jaar, motorrijders ouder dan 40 en auto-inzittenden. In het SWOV-rapport wordt een aantal mogelijke verklaringen genoemd, waaronder de invoering van 30- en 60 km/uur-zones waardoor botsingen met lagere snelheden plaatsvinden, en dus niet meer tot doden maar tot gewonden leiden. Verder is er sprake van een verschuiving van het bromfietsgebruik naar het gebruik van de snorfiets (lagere snelheden). Daarnaast is het helmgebruik gestegen.
Een deel van de stijging van gewonde fietsers in niet-motorvoertuigen, kan verklaard worden door de toegenomen mobiliteit van (voornamelijk) ouderen. Dit kan o.a. samenhangen met het gebruik van de elektrische fiets, aldus de SWOV.

Het aantal geregistreerde ernstig verkeersgewonden (oranje) en het werkelijke aantal (geel). Bron: Via.nl
