Tridee

‘Maak einde aan de hokjesgeest binnen mobiliteitsbeleid’

De steden raken steeds meer verstopt en in het mobiliteitsbeleid weet men daar eigenlijk niet goed raad mee. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur pleit daarom voor ontschotting.  De vraag naar bereikbaarheid moet centraal staan, niet het aanbod van mobiliteitsoplossingen.

De Raad zegt dat in het advies ‘Dichterbij en sneller; kansen voor betere bereikbaarheid in stedelijke regio’s’. Om zijn punt te illustreren wijst de Raad op het feit dat de overheid voor elke vervoersmodaliteit andere instrumenten, financiering en fiscale prikkels hanteert. Een motor moet bijvoorbeeld motorrijtuigenbelasting betalen terwijl een speedpedelec dat niet hoeft. OV wordt gesubsidieerd en taxibedrijven moeten btw betalen. Voor fiets en auto gelden verschillende btw-tarieven voor reparaties en het gebruik van een fiets via de werkgever is niet belast, terwijl autorijden dat wel is. Voor een auto betalen we belasting voor het bezit en voor het gebruik ervan via de brandstofaccijns, voor een taxi alleen voor het gebruik (btw en accijns).

Maar er speelt meer. Overheden zijn geneigd vooral vanuit hun eigen deelverantwoordelijkheid te redeneren, bijvoorbeeld als wegbeheerder van rijks- of provinciale infrastructuur, concessieverlener van het hoofdrailnet of het regionaal openbaar vervoer.

Daar komt bij dat technologische ontwikkelingen, veranderingen in stedelijk ruimtegebruik, knellende klimaatdoelen en een grotere behoefte van mensen aan flexibiliteit, invloed hebben op de bereikbaarheid in stedelijke regio’s.

‘Onder druk van die ontwikkelingen veranderen de klassieke scheidslijnen tussen vervoerswijzen, tussen wat publiek en privaat is en tussen beleidsterreinen. Werken, recreëren en winkelen vindt steeds vaker plaats op wisselende locaties en worden gecombineerd. Functies van gebouwen en ruimtes staan niet langer vast. Mobiliteitsdiensten, elektrische fietsen en autodelen veranderen de mogelijkheden van mensen om op hun plaatsen van bestemming te komen.’

In de praktijk wordt vooral getracht de bereikbaarheid te vergroten door mobiliteitsoplossingen te kiezen, aldus de Raad. Het oplossen van fileknelpunten en het verkorten van reistijden blijkt nog steeds de meest voorkomende aanpak. ‘Dit is begrijpelijk, omdat fileknelpunten en reistijden goed meetbaar zijn en gekoppeld kunnen worden aan concrete en bekende maatregelen. Maar het minder makkelijk kiezen voor ruimtelijke oplossingen wordt ook veroorzaakt door gebrek aan sturingsmogelijkheden van de overheid bij het kiezen voor deze oplossingen, zoals het transformeren van stedelijk gebied.’

Voor dat laatste beveelt de Raad aan een nieuw wettelijk kader uit te werken in de vorm van een Bereikbaarheidswet dat ruimte biedt voor een vraaggerichte benadering van bereikbaarheid en dat de schotten tussen sectoren en vervoersmodaliteiten wegneemt.

Daarbij zou een Bereikbaarheidstoets verplicht moeten worden voor alle relevante ruimtelijke en infrastructurele overheidsplannen en -besluiten om te waarborgen dat bereikbaarheidsdoelen en evenwichtige afwegingen tussen ruimte en mobiliteit expliciet worden gemaakt binnen de randvoorwaarden voor duurzaamheid.

De raad adviseert verder het belastingstelsel en de subsidiëringssytematiek voor verkeer en vervoer dynamischer en vraaggerichter te maken. Er zou een prijs betaald moeten worden voor verplaatsingen in plaats van voor het bezit van een voertuig. De bereikbaarheid kan verbeterd worden door de prijs te differentiëren naar tijd van de dag, marktvraag, routes, type stedelijke omgeving, afstand, reizigerscomfort en vervoersmodaliteit. Maar makkelijk zal dat niet gaan. ”Kunnen steden als Utrecht en Amsterdam met fietsfiles ook congestieheffingen invoeren voor bepaalde fietsroutes?”, zo vraagt de Raad zichzelf af.

 


Mail de redactie