“Fietsers zijn anarchisten, buspassagiers zijn communisten en automobilisten zijn fascisten”

Toon Zijlstra | Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM)
De openbaar vervoer-reizigers hebben het al gemerkt. Met de verkiezingen in aantocht wordt er door de politieke partijen weer druk geflyerd. Er is op de stations geen ontkomen aan, alle grote partijen proberen met folders de zwevende kiezer op de juiste plek te laten landen. De ov-reiziger laat het gelaten over zich heenkomen. Ontsnappen is immers niet mogelijk. Toch zijn de politieke partijen op deze manier eenzijdig bezig. Automobilisten en fietsers worden immers niet bereikt. Bovendien hebben die trein-, tram- en buspassagiers wellicht een specifiek politiek profiel. Het zou best kunnen dat ze vanuit hun politieke overtuiging voor het openbaar vervoer kiezen. Wellicht vinden ze collectief vervoer de beste wijze van verplaatsen en staan de folderende medewerkers van GroenLinks wel, en die van de VVD niet op de goede plek.

Een andere politieke kleur

Hebben fietsers, OV-reizigers en automobilisten een andere politieke kleur? Sommigen denken van wel. We zien het idee terug in de stelling “Fietsers zijn anarchisten, buspassagiers zijn communisten en automobilisten zijn fascisten”. De stelling werd in maart 2005 gebruikt door een Leidse promovendus. Zijn proefschrift had verder niets met politiek of mobiliteit te maken en het is onbekend of hij de stelling zelf heeft verzonnen of ergens anders vandaan heeft gehaald.

Op het eerste gezicht lijkt er een kern van waarheid in de stelling te zitten. De recalcitrante fietsers hebben ongetwijfeld het minst op met ‘overbodige’ verkeersregels, zoals voorrang verlenen, richting aangeven en wachten voor een rood verkeerslicht. Dat buspassagiers communisten zijn, lijkt ook niet onmogelijk. Marx pleitte in het communistisch manifest voor centrale communicatie- en transportmiddelen in handen van de staat. Dit wordt het best benaderd in het openbaarvervoersysteem. Tot slot kan het scheuren met een Land Rover-“tank” van een ton worden geassocieerd met machtsvertoon en een ‘sterke man’ aan het stuur.

Op het tweede gezicht moeten we de stelling natuurlijk verwerpen. Het kan best dat buspassagiers iets meer affectie met het communisme hebben en dat we onder de fietsers relatief veel anarchisten vinden, maar de stelling is moeilijk hard te maken. Daar zijn minimaal drie redenen voor. Ten eerste is in Nederland het aantal communisten, anarchisten en fascisten vandaag de dag uiterst beperkt. Hoe goed u ook zoekt, u zult ze niet op uw stembiljet vinden. In de tweede plaats zien we de laatste decennia grote politieke en ideologische volatiliteit. Kiezers switchen makkelijk van de ene partij naar de andere. Een derde reden is dat mensen veelal meerdere vervoersmodi gebruiken: fiets, auto en bus sluiten elkaar niet per definitie uit. Mensen zijn zelden enkel fietser, buspassagier of automobilist.

Politieke voorkeur en reisgedrag: nauwelijks onderzocht

Wanneer we de stelling echter zien als een mogelijk verband tussen politieke voorkeuren en mobiliteitsgedrag, ontstaat er een toetsbare these, namelijk: stemgedrag kan worden gebruikt om reisgedrag te voorspellen. Of andersom: iemands reisgedrag biedt inzicht in zijn of haar politieke voorkeuren. Het is, met de verkiezingen in aantocht, een interessante vraag. Is er relatie tussen politieke voorkeur en reisgedrag?

Het verband tussen politieke voorkeur en reisgedrag is tot op heden nauwelijks onderzocht. Veel traditioneel onderzoek om vervoerkeuzes te verklaren is gericht op functionele aspecten. Het gaat dan over ‘harde’ feiten, zoals afstand, tijd, bagage, weersomstandigheden en kosten. Geleidelijk aan is er meer aandacht gekomen voor zachtere aspecten, zoals percepties, attitudes en ‘lifestyle’ in relatie tot verplaatsingspatronen [1,2]. Daarbij wordt dan bijvoorbeeld de relatie gelegd tussen het recyclen van afval, vegetarisch eten en ecovakanties enerzijds en de populariteit van de fiets anderzijds. Expliciete verwijzingen naar politieke preferenties ontbreken daarbij meestal.

Linkse-liberale fietsers, liberaal-democratische buspassagiers en conservatieve automobilisten

Een aantal studies legt wel een relatie met politieke voorkeur. Canadese onderzoekers analyseerden de vervoerkeuzes in het woon-werkverkeer in verschillende buurten in de steden Toronto, Montreal en Vancouver. Ze vonden een verband tussen een voorkeur voor de fiets en links-liberale politiek [3]. De Britse krant The Guardian hield in 2014 een onderzoek onder 2050 stemgerechtigden en stelde significante verschillen vast in transportkeuzes en –voorkeuren [4]. Britten die conservatief stemmen, rijden bovengemiddeld veel met de auto. Britse liberaal-democraten treffen we daarentegen weer eerder aan in de bus of op de fiets. Zij kiezen ook eerder voor investeringen in het fietsnetwerk. Britten met een voorkeur voor de socialisten vinden dat er meer dient te worden geïnvesteerd in het openbaar vervoer.

In het beperkte aantal studies over dit onderwerp zijn twee elementen zichtbaar: zelfselectie en eigenbelang. Mensen met een sterke voorkeur voor het openbaar vervoer zorgen er veelal voor dat ze in de nabijheid van een station of bushalte wonen. Fietsers trekken naar fietsvriendelijke steden en automobilisten geven de voorkeur aan de nabijheid van een snelwegoprit en voldoende gratis parkeergelegenheid bij hun woning. In verkeersmodellen worden meestal harde factoren, zoals de nabijheid van een station, gebruikt om vertoond gedrag te verklaren. De achterliggende persoonlijke voorkeuren, die aan het gedrag vooraf gingen, worden niet meegenomen. Wanneer mensen naar het stemhokje gaan, kiezen ze veelal ten gunste van de eigen voorkeursmodus: automobilisten zien graag minder files en treinreizigers stemmen ten gunste van snellere treinverbindingen en meer zitplaatsen.

Station, pomp of rijwielhandel

Er lijkt dus een verband tussen politieke voorkeur en reisgedrag, maar hoe het in Nederland zit? We hebben geen idee. Onderzoek op dit gebied is schaars is. En zoals het een goede onderzoeker betaamt, moet ik dan ook concluderen dat er vooral meer onderzoek nodig is op dit gebied. Dan weten onze politici of ze het beste bij het station, de pomp of de rijwielhandel kunnen flyeren.

  1. Vredin Johansson, M., Heldt, T. & Johansson, P. (2006). The effects of attitudes and personality traits on mode choice. Transportation Research Part A: Policy and Practice, vol.40, no.6, 507-525.
  2. Scheiner, J. & Holz-Rau, C. (2007). Travel mode choice: affected by objective or subjective determinants?. Transportation, vol.34, no.4, 487-511.
  3. Danyluk, M. & Ley, D. (2007). Modalities of the New Middle Class: Ideology and Behaviour in the Journey to Work from Gentrified Neighbourhoods in Canada. Urban Studies, vol.44, no.11, 2195-2210.
  4. https://www.theguardian.com/public-leaders-network/2014/sep/05/what-your-politics-says- about-your-public-transport-choices en ~/public-transport-policy-political-allegiance-survey

 


Mail de redactie