EuroRAP of VIND?

Rijkswaterstaat gebruikt twee methoden om de kwaliteit van de weginrichting in beeld te brengen. De EuroRAP-RPS (Road Protection Score) is gericht is op het informeren van weggebruikers over verkeersveiligheid van een traject. De VINDmethode wordt daarnaast ingezet om als wegbeheerder handvatten te hebben voor het treffen van locatiespecifieke verkeersveiligheidsmaatregelen. Wat is het praktische verschil?

Minister Schulz legt in een brief aan de Kamer dat beide methoden passen in de ontwikkeling van een risicogestuurde aanpak als nieuwe basis voor de inzet van maatregelen. Hierbij worden wegkenmerken en gedragingen van weggebruikers in kaart gebracht die een sterke causale relatie hebben met ongevallen en ernstige letsels. Zodoende kunnen risico’s worden geïdentificeerd die perspectief bieden op maatregelen.

Op rijkswegen is gestart met de implementatie en doorontwikkeling van de VIND. Deze van het Zweedse Trafikverket overgenomen methode classificeert korte wegsegmenten (per 100 m) van ‘onvoldoende’ tot ‘goed’. De VIND richt zich bijvoorbeeld op stroefheid, berminrichting, verloop van de weg (horizontaal alignement) en rijsnelheid. Deze kenmerken zijn bepalend voor het basisveiligheidsniveau van de weg. Het type en de locatie van de risicofactoren zijn met de VIND snel identificeerbaar voor de wegbeheerder die daarmee maatregelen kan opstellen en uitvoeren.

De EuroRAP-RPS is ontwikkeld vanuit het samenwerkingsverband van de Europese automobielclubs. Deze gestandaardiseerde sterrenscore geeft de weggebruiker een beeld van het veiligheidsniveau van de inrichting van wegen. De RPS-score wordt bepaald op basis van meer dan 50 geselecteerde wegkenmerken. Hierdoor ontstaat een vergelijkbaar beeld van de kwaliteit van wegen door heel Europa die door de weggebruiker gebruikt kan worden bij het bepalen van zijn route. De metingen en berekeningen voor het bepalen van de RPS-score worden in Nederland uitgevoerd door de ANWB. Voor het rijkswegennet is dat in samenwerking met Rijkswaterstaat gedaan.

De EuroRAP-RPS en de VIND bevatten sterke overeenkomsten, maar verschillen in de presentatie van de uitkomsten, het aantal kenmerken dat wordt gebruikt en de criteria om kenmerken te beoordelen. De VIND classificeert wegkenmerken voor korte wegsegmenten van ‘onvoldoende’ tot ‘goed’ om gericht tot maatregelen te komen. EuroRAP presenteert een totaalscore (RPS) voor meerdere kenmerken samen. Voor de weggebruiker geeft dit een goed beeld van de kwaliteit van de inrichting van een weg maar is minder geschikt voor het ontwikkelen van maatregelen door wegbeheerders.

EuroRAP-RPS wordt daarom gehanteerd als objectief instrument om weggebruikers te informeren over het veiligheidsniveau van de inrichting van het rijkswegennet. Uit de meest recente inventarisatie blijkt dat meer dan 99% van de rijkswegen 3 of 4 sterren scoort (van de maximaal 4 sterren ).
De VIND-methode maakt het voor Rijkswaterstaat als wegbeheerder daarnaast mogelijk om meer gerichte maatregelen te ontwikkelen in het kader van het risicogestuurd veiligheidsbeleid. Eind dit jaar is het gehele rijkswegennet conform deze methode geanalyseerd, de resultaten zullen gepubliceerd worden in Veilig over Rijkswegen, aldus minister Schultz.


Mail de redactie

MEER OVER DIT ONDERWERP