Rotterdam-Fietsstad

Moeten we nog investeren in openbaar vervoer en wegen?

Foto: Volvo Car

Moeten we nog investeren in nieuwe ov-infrastructuur nu de zelfrijdende (deel)auto eraan komt?

Het is één van de vragen die spelen rond de introductie van zelfrijdend vervoer. Onderzoekinstituut KiM verkent in het rapport de ‘Paden naar een zelfrijdende toekomst’ hoe de transitie van ons huidige verkeerstelsel naar een toekomst met zelfrijdende auto’s kan gaan verlopen. En hoe we daar eventueel nu al op kunnen anticiperen. Bijvoorbeeld als het gaat om de aanleg van nieuwe infrastructuur.

Ov-systemen worden aangelegd met een lange tijdshorizon. Het is inefficiënt om veel te investeren in nieuwe railverbindingen en andere ov-infrastructuur als iedereen binnenkort in een zelfrijdende (deel)auto automatisch van hot naar her zoeft, aldus KiM. De hiervoor benodigde technologie lijkt echter nog lang niet in zicht. Op de korte termijn zou zelfrijdende technologie zelfs kansen kunnen bieden voor het ov. Het verder automatiseren van treinen, trams en metro’s is vanwege de aparte infrastructuur waarschijnlijk makkelijker dan het zelfrijdend maken van auto’s in gemengd verkeer. De zelfrijdende deelauto lijkt pas een ‘gevaar’ voor traditioneel ov (zoals bussen en trams) te gaan vormen op het moment dat de zogenaamde niveau 5-technologie mogelijk wordt waarbij auto’s volledig zelfstandig kunnen rijden. Wel is het mogelijke interessant om ov-systemen zo adaptief mogelijk te maken. Langdurige contracten en concessies zouden ruimte kunnen laten om tijdens de looptijd eenvoudiger in te kunnen spelen op belangrijke technische innovaties.

Ook de vraag of er meer of minder asfalt nodig is, blijkt lastig te beantwoorden, zo stellen de onderzoekers van KiM verder. Dit hangt van meerdere ontwikkelingen af. Als zelfrijdende voertuigen coöperatief zijn, kunnen ze dichter op elkaar rijden en kan de wegcapaciteit toenemen zonder wegen uit te breiden. Als de voertuigen echter autonoom zijn (niet communiceren), dan worden volgafstanden waarschijnlijk niet korter. Ze kunnen zelfs toenemen als de techniek veiligere volgafstanden aanhoudt dan in de huidige drukke verkeersstroom. Dit kan vervolgens ten koste gaan van de wegcapaciteit, waardoor er behoefte aan extra weginfrastructuur kan ontstaan.

Verder is het onzeker in welke mate de vraag naar mobiliteit stijgt als volledig automatisch rijden mogelijk wordt, en in hoeverre dat weer leidt tot extra behoefte aan weginfrastructuur. Extra vraag kan ontstaan door groepen die nu niet zelfstandig van de auto gebruik kunnen maken (zoals invaliden of kinderen), doordat automobilisten meer en verder reizen omdat ze hun tijd in de auto vrij kunnen besteden, of doordat ze de zelfrijdende auto gebruiken in plaats van het openbaar vervoer.

Mail de redactie

MEER OVER DIT ONDERWERP