Graumans

Blij dat ik rij, fijn dat ik fiets!

Saeda Moorman, onderzoeker bij het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM)
Reizen gaat gepaard met positieve emoties. In de jaren ’70 was er de campagne ‘Blij dat ik rij’ van BOVAG en RAI. Ze deelden stickers uit om op je auto te plakken. De fietslobby liet zich ook niet onbetuigd met de slogan ‘Fijn dat ik fiets’.

Of het in die ‘blije’ jaren zeventig zijn oorsprong vindt, weet ik niet, maar zeker is dat de auto en de fiets onder Nederlanders nog steeds positieve gevoelens losmaken. ‘Blij dat ik rij’ geldt nog steeds en ‘Fijn dat ik fiets’ ook. Ik voel mij bijvoorbeeld vaak een gelukkige fietser als ik ’s ochtends de drukke verkeersaders links kan laten liggen en via rustige laantjes waar de vogels fluiten in de bomen, binnendoor op mijn bestemming kom.

Reizen en emoties

Als we reizen ervaren we vrijheid, autonomie, status, avontuur, controle, genieten van de omgeving, ontsnapping… Dat geldt net zo goed voor reizen naar verre buitenlanden als voor onze dagelijkse verplaatsingen naar werk, winkel of school. Voor de emoties die we ervaren maakt het wel uit welk vervoermiddel we gebruiken. Recent is voor Nederland (de tweede keer sinds 2005) onderzocht welk van de vijf  basisemoties – vreugde, angst, woede, droefheid en afkeer – we ervaren bij elk vervoermiddel [1]. Wat blijkt? Fietsen levert (nog steeds) de meeste positieve gevoelens op. Bijna 60 procent van de Nederlanders verbindt de fiets met ‘vreugde’ (zie figuur). En ook de auto geeft Nederlanders overwegend een positief gevoel: ruim 50 procent ervaart vreugde bij de auto. Dit is niet veranderd sinds 2005.

Balen in de bus, tranen in de trein?

Maar dan het openbaar vervoer: dat  heeft het een stuk moeilijker. Negatieve en positieve gevoelens strijden om voorrang onder de Nederlanders. Slechts één op de tien ervaart bij het openbaar vervoer een gevoel van vreugde, 15% van de mensen ervaart zelfs gevoelens van afkeer. De negatieve gevoelens zijn voor de bus sterker dan voor de trein. Sinds de vorige meting in 2005 is het imago van het ov weliswaar iets verbeterd, maar ten opzichte van auto en fiets blijft het beeld minder positief.

Grote verschillen tussen frequente gebruikers en niet-gebruikers

Opvallend is dat het openbaar vervoer onder frequente gebruikers veel positievere gevoelens oproept dan onder niet-gebruikers. Onder veelgebruikers van het ov is het percentage dat vreugde ervaart meer dan twee keer zo hoog (18%) als bij de niet-gebruikers (7%). Ook de afkeer is onder frequente gebruikers minder groot. Gevraagd om een rapportcijfer geven frequente gebruikers de bus en trein zelfs in ruime meerderheid een voldoende. Maar omdat frequente trein- en busgebruikers het numeriek afleggen tegen de grote groep niet-gebruikers, is het gemiddelde beeld negatiever.

‘Onbekend maakt onbemind’ of is het andersom?

De vraag is wat oorzaak is en wat gevolg. Heb je een negatief oordeel over het ov en ga je er daarom niet inzitten of is het andersom: zit je er nooit in en heb je daarom een negatief oordeel? De onderzoekers doen er geen uitspraak over, maar benoemen wel een aantal mechanismen dat een rol kan spelen. Bekend uit de psychologie is bijvoorbeeld dat mensen hun keuzes – die ze vaak in een split second maken op basis van een gevoelswaarde  – voor zichzelf achteraf legitimeren met een redenering. En ook is het zo dat naarmate we iets vaker gebruiken, we het meer gaan waarderen: het mere exposure effect. Al zal dit waarschijnlijk alleen gelden als de ervaring positief is. (Kijk maar naar de ergernis die slecht ontworpen apparaten oproepen, de kurkentrekker die de kurk de fles induwt en die je toch steeds weer pakt omdat je bent vergeten een nieuwe te kopen.) Er kan sprake zijn van wederzijdse beïnvloeding: (on)bekendheid bepaalt de preferenties die vervolgens weer van invloed zijn op het (niet-)gebruik.

Heel tevree met het ov!

Is het tijd voor een vrolijke campagne, een ‘Blij dat ik rij’ in een ov-jasje? Een campagne die de Nederlanders een positief gevoel geeft over het openbaar vervoer, het als begerenswaardig vervoermiddel presenteert? Wie weet, maar je moet er wel mee oppassen. Het lijkt in ieder geval niet verstandig om een voorbeeld te nemen aan de commercial van de Deense busmaatschappij Midttrafik. Die zet de bus zo ‘cool’ neer dat passagiers bij de halte niet kunnen wachten tot ze naar binnen mogen, om uitzinnig van vreugde plaats te nemen op zo’n heerlijke relaxstoel met panorama-uitzicht. In de grafiek hierboven zou de ‘vreugde’ van deze reizigers door het plafond schieten. Maar laat ‘zitplaatsgebrek’ nu net dat puntje zijn waarop het ov in Nederland in de beleving van Nederlanders sinds 2005 slechter is gaan scoren…

 

  1. Harms, L., Berveling, B. & Hoogendoorn, R. (2017). Stabiele beelden verdiept: trends in beleving en beeldvorming van mobiliteit. Den Haag: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

 

Mail de redactie