Tweede auto belangrijk voor mobiliteit plattelandsbewoners

dorpenmonitorHeeft in de stad 28% van de huishoudens twee auto’s, in de dorpen loopt dat op tot 50%. Dat blijkt uit het rapport ‘De Dorpenmonitor. Ontwikkelingen in de leefsituatie van Dorpsbewoners‘ die het Sociaal Cultureel Planbureau heeft gepubliceerd.

Aan de hand van diverse statistische bronnen schetst het rapport een beeld van veranderingen in de leefsituatie van 5,3 miljoen Nederlanders op het platteland in grofweg het afgelopen decennium. Het platteland omvat twee derde van het Nederlandse grondoppervlak en 32% van de Nederlandse bevolking.

Oudere vrouwen autoloos
Hoewel veel dorpelingen kunnen beschikken over een auto, heeft in de kleine afgelegen dorpen 7% van de bewoners niet de beschikking over een auto. Hoewel ouderen qua autobezit in het afgelopen decennium een inhaalslag hebben gemaakt, gaat autoloosheid op het platteland vaak samen met een hogere leeftijd, zeker bij vrouwen. Meer dan de helft van de autoloze bewoners van kleine afgelegen dorpen is 70 jaar of ouder, terwijl dit landelijk gezien maar 26% is. De meeste mannen blijven tot op hoge leeftijd over een eigen auto beschikken; voor veel vrouwen komt het moment waarop ze het zonder moeten stellen wanneer ze in de zeventig zijn. De aanleiding zal vaak het verlies van de partner zijn, want zowel in de stad als op het platteland heeft omstreeks een kwart van de vrouwen in de 70 en de helft van de vrouwen boven de 80 geen rijbewijs. Onder mannen ligt dit aandeel veel lager.

Kansen voor integratie doelgroepenvervoer en reguliere ov
Op het gebied van openbaar vervoer is het platteland minder goed bedeeld, aldus het SCP-rapport. De bundeling van reizigersstromen die openbaar vervoer rendabel maakt, komt op het dunbevolkte platteland veel minder gemakkelijk tot stand dan in de stad. Voor bewoners van kleine dorpen wordt geëxperimenteerd met kleinschalige, meer flexibele vervoersvoorzieningen zoals de belbus, de flexbus of de opstapper. Ook zijn er op het Nederlandse platteland ruim 150 buurtbuslijnen, waarbij de concessiehouder de taxibus verstrekt en vrijwilligers van de buurtbusvereniging als chauffeur fungeren. De experimenten hebben wisselend succes. Een andere ontwikkeling die kansen zou kunnen bieden op het platteland is de integratie van doelgroepenvervoer (bijvoorbeeld gefinancierd uit de awbz of de Wmo) en het reguliere openbaar vervoer. ‘Juist in dunbevolkte gebieden biedt het samenvoegen van de verschillende doelstellingen en middelen de mogelijkheid om laagdrempelige buslijnen langs essentiële locaties zoals ziekenhuizen en het gemeentehuis te versterken’, meent het SCP. Verschillende pilotprojecten op dit terrein wijzen uit dat dit soort samenwerking relatief simpel tot stand komt en dat een deel van de reizigers die met doelgroepenvervoer reizen ook gebruik kan maken van regulier openbaar vervoer.

 

 

 


Mail de redactie