Vervoersongelijkheid
Inclusiviteit

‘Niet per se naar méér mobiliteit, maar naar een betere verdeling ervan’

Op de lange termijn moet gekeken worden naar wat infrastructuurmaatregelen voor gevolgen hebben op vervoersongelijkheid. Foto: Pixabay

Om tot een inclusief mobiliteitssysteem te komen, moet er verder gekeken worden dan alleen het oplossen van knelpunten. “Niet alleen het toevoegen van meer mobiliteit, maar ook het beter verdelen van mobiliteit is van belang”, zegt Lamar van Frederikslust, adviseur openbaar vervoer en inclusieve mobiliteit bij Goudappel. Hij werkte mee aan een methodiek die inzichtelijk maakt wat lokale mobiliteitsplannen voor effect hebben op de vervoersongelijkheid.

Het begrip brede welvaart is niet meer weg te denken uit de wereld van mobiliteitsbeleid. Het wordt steeds belangrijker niet meer alleen te sturen op economische groei, maar ook, of misschien wel juist, op het welzijn van mensen en hoe mobiliteit daaraan bij kan dragen. “Wij zien dat de tijden veranderen: we reizen anders, we gedragen ons anders. We zijn technologisch veel verder dan toen de huidige modellen ontwikkeld werden en daar zijn we op aan het inspelen”, vertelt Van Frederikslust.

Effect van mobiliteitsplannen

Bijvoorbeeld door een methodiek te ontwikkelen waarbij je meteen kunt zien welk effect mobiliteitsplannen hebben op de mensen in de omgeving. “Na afloop van een bereikbaarheidsstudie konden we aan de hand van data zien wie een goede of minder goede bereikbaarheid krijgt. En ook duiden hoe erg die toe- of afname aan vervoersongelijkheid is. ”Dat hangt voor een groot deel natuurlijk samen met wie er in de wijk woont. Niet iedereen heeft dezelfde alternatieven voor handen. De één kan dus sneller vervoersarm worden dan de ander. Daarom leggen we sociaal-economische gegevens worden als een ‘extra laag’ over de bereikbaarheidskaart heen, zodat beleidsmakers inzichtelijk krijgen wat de invloed is van bijvoorbeeld nieuwe infrastructuurmaatregelen op de bereikbaarheidsachterstand.

Het combineren van die gegevens geeft een goed beeld van wat mobiliteitsbeleid doet met een buurt en de mensen die er wonen.“Zo geef je sociaal gewicht aan hoe goed het is dat bepaalde buurten vooruit gaan. En zie je een mindere wijk, die er ook nog eens op achteruit gaat door de gemaakte plannen, dan is de politieke vraag: moet je dat wel willen?”

Scheef mobiliteitssysteem

De nieuwe methodiek heeft bij Van Frederikslust alweer nieuwe vervolgvragen opgeleverd. “We willen nu op voorhand al kunnen zien wat voor sociale impact bepaalde maatregelen hebben op wie. We zijn bijvoorbeeld bezig bepaalde groepen te onderscheiden. Zo kunnen we onze klanten een concreet doel geven en laten zien welk beleid welke invloed heeft. Bijvoorbeeld als het heel specifiek gaat over de bereikbaarheid van ouderen, of mensen met een kleine portemonnee.”

Wat gebeurt er als we het fietsen aantrekkelijker maken, of sneller? Wat doet dat met de mobiliteit van oudere mensen? Kunnen ze dan ineens wel binnen een schappelijke vijftien minuten op de plek van bestemming zijn? Wat gebeurt er als je het OV goedkoper maakt? Heeft dat zin voor een bepaalde groep? Het zijn vragen waar overheden volgens de adviseur van Goudappel niet meer omheen kunnen. “Als het mobiliteitssysteem een beetje scheef loopt, dan is dat iets waar aan gewerkt moet worden. Het raakt maatschappelijke issues waar de overheid iets aan zou moeten willen doen. Mobiliteit is niet het doel op zich. Waar het om gaat is dat mensen op welke wijze dan ook de gelegenheid geboden moet worden, deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Bereikbare mobiliteit is daarbij een belangrijke voorwaarde.”

Rode cijfers

De duizenden woningen die er de komende jaren bij moeten komen in Nederland is wat Van Frederikslust betreft een uitgelezen kans om anders naar mobiliteit te kijken. “Een inclusief mobiliteitssysteem raakt het financieel denken, dat we gewend zijn in Nederland te doen. Ga je wachten tot iedereen is ingetrokken in een nieuwe woningbouwlocatie en dan pas een buslijn aanleggen? Of ga je eerst rode cijfers draaien, maar de mensen wel direct een andere mobiliteitsoptie geven waar ze aan gewend kunnen raken?”

“De vraag verandert ook vanuit de markt”, vervolgt van Frederikslust. “We willen niet meer alléén zo snel mogelijk van A naar B, ook beleving krijgt steeds meer aandacht in de openbare ruimte. Denk aan het veiligheidsgevoel in een straat. Of neem het centrum van een stad, waar mensen al lang niet meer alleen naartoe gaan om te winkelen, maar waar ze echt verblijven. Het wordt een beleefplek, dus dit vraagt om heel andere visie. Ook begrijpen dan andere groepen andere eisen stellen aan de openbare ruimte, is werken aan inclusieve mobiliteit.”

Van Frederikslust sluit af met een duidelijke wens voor de toekomst. “Ik hoop dat we meer vanuit een andere basis naar mobiliteit gaan kijken. Hoe kan iedereen tegen acceptabele kosten gemakkelijk van A naar B komen. Ongeacht beperkingen of weerstand. Zodat we niet alleen mensen met reeds goede bereikbaarheid betere bereikbaarheid geven, maar ook juist hen die nu een slechte bereikbaarheid hebben, een verbetering bieden. En welke mobiliteitsoptie daar het beste bij past, daar komen we vast samen uit.”

Lees ook:

Auteur: Marloes Kanselaar

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.