Fietsgedrag middelbare scholieren
Fietsgedrag

‘Regenachtig weer positief effect op verkeersveiligheid scholieren’

Het fietsgedrag van middelbare scholieren wordt beïnvloed door de weersomstandigheden. Foto: Gerard Steenbergen

Het is een bekend beeld in de ochtendspits: groepen middelbare scholieren die met z’n drieën naast elkaar fietsen en meer oog hebben voor elkaar dan voor het verkeer. Gerard Steenbergen is adviseur bij Goudappel en onderzocht voor zijn afstudeeronderzoek wat de weersomstandigheden voor invloed hebben op het fietsgedrag van deze kwetsbare doelgroep. En verrassend genoeg: weer en wind heeft in sommige gevallen een positief effect op het rijgedrag.

Een maand lang was Steenbergen weer een van de ruim 700.000 middelbare scholieren die dagelijks in Nederland naar school fietsen. Hij fietste in die periode dagelijks mee met jongeren in Deventer onderweg van en naar drie middelbare scholen, door weer en wind. “Die doelgroep is interessant, omdat pubers over het algemeen hun capaciteiten overschatten en risico’s onderschatten.” Daarnaast blijkt uit onderzoek van Fietsberaad dat fietsroutes naar middelbare scholen vaak niet voldoen aan de richtlijnen. ‘Op elke kilometer die een gemiddelde scholier in Nederland naar school fietst, gaat 100 meter over wegen met het hoogste risico op een ongeval’, is de conclusie uit het onderzoek van een jaar geleden. Bovendien neemt het aantal fietsongevallen toe. Genoeg aanleiding, vond Steenbergen, om hier het onderwerp van zijn afstudeeronderzoek van te maken.

De keuze voor Deventer als teststad is geen toevallige: dit is een representatieve stad voor heel veel andere plekken in Nederland. Niet te groot, niet te klein en er zijn veel verschillende soorten wegen die middelbare scholieren gebruiken. “Ik heb meegefietst op allerlei soorten routes om een compleet beeld te krijgen. Van vrijliggende fietspaden tot 50 kilometerwegen”, zegt Steenbergen.

Minder groepsdruk

De fietsritten brachten Steenbergen tot verrassende inzichten. Bijvoorbeeld dat slecht weer veel positieve effecten heeft op de verkeersveiligheid. Zijn onderzoek heeft niet voor niets de titel: ‘Door wind en weer geen verkeersonveiligheid meer’.
“Als het regent zijn de fietsgroepen vaak kleiner, omdat scholieren dan minder bereid zijn op elkaar te wachten”, legt Steenbergen uit. “Ook is er minder groepsdruk, zijn ze minder afhankelijk van de snelheid van anderen en is het attentieniveau per individu hoger.”

Ook houden scholieren hun smartphone bij regen vaker in hun zak, omdat ze het scherm droog willen houden. “Dit heeft dan weer als nadeel dat ze bij een rood verkeerslicht toch die telefoon er weer bijpakken. Hierdoor zijn ze onoplettend als het licht op groen gaat, waardoor de doorstroming stagneert.”

Middelbare scholieren fietsen vaak in grote groepen naar school. Foto: Gerard Steenbergen

Slingerend rijgedrag

Slechte weersomstandigheden hebben ook minder positieve effecten op de verkeersveiligheid. Bij slecht weer zijn scholieren bijvoorbeeld sneller geneigd de verkeerstekens en verkeersregels te negeren. “En als ze oranje hebben bij een verkeerslicht”, vult Steenbergen aan, “zijn ze bij regen geneigd even extra ‘gas’ te geven. Maar daardoor zijn ze in de ontruimingstijd soms nog niet van het kruispunt af. Met alle gevolgen van dien.”

Ook blijkt er een verschil in rijgedrag tussen scholieren uit de onderbouw en de bovenbouw. Jongere scholieren zijn vaak fysiek iets minder sterk en laten slingergedrag zien als het hard waait. “Het helpt ook niet dat ze dan vaak gaan staan op de trappers, om meer kracht bij te zetten. En vergeet de gigantische rugtas niet die ze als bagage meedragen”, voegt Steenbergen hieraan toe.

Daarnaast houden de jonge fietsers als het regent vaak met één had hun capuchon vast, zodat ze niet nat worden. Met als gevolg dat ze geen hand kunnen uitsteken als ze afslaan op een rotonde. “Dit zijn duidelijke gevolgen van de weersomstandigheden op het gedrag.”

Uitlokken negatief gedrag

Steenbergen maakt in zijn onderzoek onderscheid tussen beïnvloedbare en onbeïnvloedbare variabelen. Weersomstandigheden zijn vanzelfsprekend onbeïnvloedbaar. Dit maakt het des te belangrijker om de factoren waar je wél invloed op hebt, zoals het ontwerp van het fietspad of het gedrag van weggebruikers, beter te laten aansluiten op factoren die niet te beïnvloeden zijn. “De invloed van de sociale en fysieke omgeving moet niet onderschat worden”, concludeert hij.

Risico’s van weggedrag worden door middelbare scholieren vaak onderschat. Foto: Herman Stöver

“Veel scholieren worden niet gemotiveerd door de infrastructuur. Zo lijken te brede fietspaden een goed idee, maar het zorgt er ook voor dat meer scholieren naast elkaar gaan fietsen. Het lokt negatief gedrag uit.” Ook zouden wegbeheerders meer rekening moeten houden met de verschuiving naar de toename aan e-bikes.
“Van de fietsen die nu worden verkocht, is meer dan de helft elektrisch. Dit zorgt voor hogere snelheidsverschillen op het fietspad. Daarnaast weten scholieren niet goed hoe ze met de hogere snelheid om moeten gaan. Het fietspad is niet ingericht op fietsers die snel nog een bocht willen maken met 25 kilometer per uur, maar dat is vaak wel wat de scholieren doen. Als de snelheden niet aangepast kunnen worden, zou het ontwerp van fietspaden beter moeten worden afgesteld op de snelheden die worden gefietst.”

Verkeerseducatie

Een ander dringend advies dat Steenbergen doet op basis van zijn afstudeeronderzoek, is het geven van verkeerseducatie op middelbare scholen. “Op basisscholen is dit wel verplicht, maar de verkeerssituatie van jonge kinderen is heel anders dan die waarin middelbare scholieren zich dagelijks bevinden. Zij fietsen hele andere routes waardoor ze vaker langs gemengd verkeer komen, meer kruispunten oversteken en meer risico’s lopen. Het is een hele kwetsbare doelgroep.”

Auteur: Marloes Kanselaar

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.