Fietsroutes onderzoek SWOV
SWOV-rapport

Zeven kenmerken voor veilige fietsroutes

Het onderzoek 'Veilige fietsroutes' kan wegbeheerders helpen bij het veilig inrichten van fietsroutes in hun netwerk.Nanda Sluijsmans / Flickr, 2017

Om fietsers zo veilig mogelijk van A naar B te laten rijden, zijn er zeven kenmerken waar je als wegbeheerder rekening mee moet houden. Dit staat in het SWOV-rapport ‘Veilige fietsroutes’. Hierin beschrijft onderzoeker Sarah Gebhard de verschillende kenmerken om een bestaande fietsroute veiliger te maken, een veilige route aantrekkelijker te maken en een nieuwe fietsroute veilig aan te leggen.

‘Fietsveiligheid verbeteren gaat niet alleen om het aanpassen van locaties waar zich al ongevallen hebben voorgedaan’, zo staat in het onderzoek beschreven. ‘Een risicogestuurde aanpak vraagt ook om het kijken naar de risico’s in het verkeerssysteem vóórdat deze hebben geleid tot ongevallen’.

“Met de stijging van het aantal fietsslachtoffers van het afgelopen jaar, is het belangrijk om manieren te bedenken om de infrastructuur voor fietsers zo veilig mogelijk in te richten”, zo verklaart Gebhard de aanleiding van het onderzoek.

Hoewel er op lokaal niveau en op het niveau van wegontwerp al aardig wat bekend is over hoe je een weg veiliger inricht voor de fietser, is dat op netwerk- en routeniveau veel minder het geval. Daar hebben Gebhard en haar collega-onderzoekers verandering in willen brengen. “We zijn hierbij uitgegaan van de veiligheidskenmerken zoals die voor routes voor gemotoriseerd verkeer gelden. Die hebben we iets aangepast en toepasbaar gemaakt voor fietsroutes”, aldus Gebhard.

Extra veiligheidslaag

De zeven kenmerken lijken vrij logisch, maar volgens Gebhard gaat het erom dat wegbeheerders zich bewust worden van de mogelijkheden om een fietsroute veilig te maken. “Je kunt een weg inrichten die volledig voldoet aan alle richtlijnen en alle aanbevelingen, maar misschien is er een andere route die minder kruispunten heeft, of een solitair fietspad. Als je je er niet bewust van bent dat zulke kenmerken ook meespelen, dan mis je die extra veiligheidslaag.”

Met de resultaten uit dit onderzoek zouden wegbeheerders bijvoorbeeld een al aantrekkelijke route in hun netwerk veiliger kunnen maken, en andersom. “Misschien is een veelgebruikte route heel snel of heel comfortabel, maar kan deze veiliger gemaakt worden met een fietsonderdoorgang. Idealiter wil je een fietsroute die zowel aantrekkelijk als veilig is”, legt Gebhard uit.

Aanvullend op risico-indicatoren

Het literatuuronderzoek richt zich met name op fietsroutes binnen de bebouwde kom en de kenmerken zijn aanvullend op de risico-indicatoren van het Kennisnetwerk SPV voor veilige wegen en veilige fietsinfrastructuur:

  1. Routelengte zo kort mogelijk
    Hoe korter de fietsroute, hoe minder blootstelling aan risico voor de fietser.
  2. Reistijd zo kort mogelijk
    Hoe korter de fietstijd, hoe minder blootstelling aan risico voor de fietser.
  3. Zo min mogelijk kruispunten, vooral met gebiedsontsluitingswegen
    Er gebeuren relatief veel ongevallen op kruispunten en daarom is een route veiliger naarmate er minder kruispunten zijn. Met name (gelijkvloerse) kruispunten tussen gebiedsontsluitingswegen zijn relatief gevaarlijk voor fietsers. Op deze kruispunten hebben rotondes de voorkeur en zijn kruispunten met verkeerslichten de minst veilige optie.
  4. Zo veel mogelijk over solitaire fietspaden
    Solitaire fietspaden liggen los van een weg en zijn alleen toegankelijk voor fietsers, waardoor ze op
    wegvakken veiliger zijn dan wegen die ook door gemotoriseerd verkeer worden gebruikt.
  5. Zo min mogelijk over gebiedsontsluitingswegen zonder vrijliggend fietspad
    Bij snelheden hoger dan 30 km/uur is voor fietsers de kans op een dodelijke afloop van een ongeval groot. Daarom is het belangrijk om fietsers op 50km/uur-gebiedsontsluitingswegen door middel van vrijliggende fietspaden te scheiden van gemotoriseerd verkeer.
  6. Zo min mogelijk links afslaan
    Links afslaan op kruispunten is voor fietsers een relatief gevaarlijke manoeuvre. Daarom moet het
    aantal links afslaande bewegingen op een fietsroute worden geminimaliseerd.
  7. Zo min mogelijk overgangen en onderbrekingen
    Overgangen en onderbrekingen in het type fietsvoorziening (bijvoorbeeld van fietspad naar fietsstrook
    of van tweerichtings- naar eenrichtingsfietspad) veroorzaken een verhoogd veiligheidsrisico en moeten
    dus zo veel mogelijk vermeden worden.

De onderzoekers zijn van plan in ieder geval een vervolgonderzoek uit te voeren naar fietsstraten en of die een rol kunnen spelen bij het bieden van een veilige fietsroute. Ook moet er nog gekeken worden naar de weging van de verschillende factoren ten opzichte van elkaar: hebben sommige kenmerken meer invloed op de fietsveiligheid van een route dan anderen?’

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Auteur: Marloes Kanselaar

Marloes Kanselaar is vaste redacteur voor VerkeersNet en werkt nauw samen met de redacteuren van OVPro.nl en TaxiPro.nl. Na een studie Journalistiek werkte ze voor het AD/Rotterdams Dagblad en deed ze commerciële schrijfervaring op bij webwinkel Coolblue. Een Rotterdamse in hart en nieren, die de lezer van VerkeersNet graag op de hoogte houdt van alle ontwikkelingen in de verkeers-en mobiliteitswereld.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.