Niels van Oort
Interview Niels van Oort

‘Beleid deelvervoer moet gemeentegrenzen over’

Volgens onderzoeker Niels van Oort is het niet meer dan logisch om de regionaal gerichte overheid zoals vervoerregio’s en provincies bij deelmobiliteit te betrekken.TU Delft/Frank Auperlé

Het zijn interessante tijden om onderzoek te doen naar mobiliteit. Beleidsmakers worstelen met de regie rondom deelmobiliteit, deelvervoerders komen en gaan en de markt mist stabiliteit. Co-directeur van het Smart Public Transport Lab van de TU Delft en onderzoeker Niels van Oort heeft wel wat ideeën over hoe dit beter kan.

Dat deelvervoeraanbieder Go Sharing onlangs aankondigde in een groot deel van de aanwezige gemeenten te vertrekken, geeft volgens Van Oort wel aan dat de markt nog niet volwassen is. “Dit maakt het moeilijk voor beleidsmakers, maar ook voor reizigers, om een positie te bepalen ten opzichte van het gebruik en faciliteren van deelmobiliteit. Als het komt en gaat, dan helpt dat niet in de betrouwbaarheid. En dat is een belangrijke factor voor mobiliteit.”

Kennis als sleutel

De onderzoeker heeft wel een paar ideeën over hoe de stabiliteit van de markt beter kan. “Ik denk dat je OV, fietsen, deelmobiliteit en micromobiliteit veel integraler moet bekijken dan allemaal losstaande zaken. Ik denk dat ze elkaar op allerlei manieren goed kunnen aanvullen. Niet alleen zozeer in de reis zelf, first en last mile, maar ook in je reisopties. Vandaag ga je met het OV, morgen met de fiets en overmorgen met een deelscooter.”

Dat kennis een belangrijke sleutel is om stabiliteit te creëren, is geen verrassend uitgangspunt voor een wetenschapper. “Het is goed om te begrijpen wat deelmobiliteit wel doet, wat het niet doet en hoe je het moet organiseren. Daar doen wij veel onderzoek naar. Het totale vraagstuk kunnen we nog niet beantwoorden, maar we kunnen wel al eerste conclusies trekken op basis van ons onderzoek.”

Maatschappelijke doelen

Een van de conclusies die je nu voorzichtig kunt trekken uit de vele deelonderzoeken die het Smart Public Transport Lab afgerond heeft, is dat deelmobiliteit in zekere mate vooral fietsen of lopen vervangt.

“Als je je alleen maar richt op het faciliteren van deelvervoer voor korte afstanden, dan zit je inderdaad in de hoek van lopen en fietsen”, verklaart Van Oort. “Maar door als overheid duidelijker de regie te pakken, kunnen openbaar vervoer, fietsen, lopen en deelmobiliteit zeker een bijdrage leveren aan maatschappelijke doelen, zoals leefbaarheid, ruimtegebruik, inclusiviteit en duurzaamheid. Wil je die baten optimaal benutten, dan is het over het algemeen ook verstandig als overheid om je daar sterk voor te maken. En niet helemaal aan de markt over te laten.

Maar dan moeten we wel weten wat ons doel is en in hoeverre deelmobiliteit daarbij gaat helpen. Wil je dat het autoritten vervangt? Of wil je dat de mobiliteitsarmoede afneemt? Daar moet je dus heel gericht op gaan inzetten. Dat betekent al vrij snel maatwerk. Heb je het over de binnenstad, of heb je het over de regio? En daar komt die kennisvraag dus weer terug.”

Infographic micromobiliteit
Een overzicht van de resultaten van het lopende onderzoek naar deelmobiliteit. Meer details via https://nielsvanoort.weblog.tudelft.nl/micromobility/

Inclusieve mobiliteit

Een andere belangrijke vraag die we onszelf volgens Van Oort moeten stellen is: ‘Wat is het ons waard?’
“Het is heel makkelijk om te zeggen dat je inclusieve mobiliteit wil, daar zijn we het allemaal wel mee eens. Maar wat vinden we het waard, om dat mogelijk te maken? Ik denk dat deelmobiliteit een rol kan spelen in het terugdringen van vervoersarmoede, naast OV en fietsen. Maar dat gaat niet vanzelf. En dan kom je weer terug op regie en sturing.”

Op dit moment is de regie vooral een gemeentelijke aangelegenheid, terwijl het volgens Van Oort niet meer dan logisch zou zijn om de regionaal gerichte overheid zoals vervoerregio’s en provincies erbij te betrekken. “De reiziger trekt zich niet zoveel aan van gemeentegrenzen. Zeker in stedelijke regio’s reis je over gemeentegrenzen zonder dat je het doorhebt. Terwijl soms de regels rondom deelmobiliteit dan wel veranderen.”

Van Oort ziet meer in een systeem dat vergelijkbaar is met hoe het OV georganiseerd wordt. “Daar betalen we ook partijen voor om OV aan te bieden op plekken waar het misschien niet zo winstgevend is. Zonder deelmobiliteit helemaal weg te halen uit de markt, denk ik dat een goede samenwerking nodig is. Want commerciële partijen bieden hun deelvervoer anders alleen aan daar waar geld te verdienen valt en niet op plekken waar het misschien minder gebruikt wordt, maar het wel een goede mobiliteitsoplossing kan bieden.

Gaten dichten

Deze manier van beleid maken maakt een betere integratie mogelijk met het openbaar vervoer, denkt Van Oort. “Zowel in de connectie met OV, dus first en last mile, maar ook op plekken waar het OV zwak is. Waar je dus met andere vormen van mobiliteit de gaten misschien wel veel beter kunt dichten dan met standaard twaalf meter bussen die elk uur rijden.”

Wat betreft de onderzoeker is de gereedschapskist van de planner alleen maar groter geworden. “Soms heb je een hamer nodig en soms heb je een schroevendraaier nodig, dit hangt van je probleem en de context af. Je kunt niet óf voor OV óf voor deelmobiliteit zijn.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Auteur: Marloes Kanselaar

Marloes Kanselaar is vaste redacteur voor VerkeersNet en werkt nauw samen met de redacteuren van OVPro.nl en TaxiPro.nl. Na een studie Journalistiek werkte ze voor het AD/Rotterdams Dagblad en deed ze commerciële schrijfervaring op bij webwinkel Coolblue. Een Rotterdamse in hart en nieren, die de lezer van VerkeersNet graag op de hoogte houdt van alle ontwikkelingen in de verkeers-en mobiliteitswereld.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.