BP-elektrisch

Blog: (ver) weg met die elektrische laadpaal!

Sterk inzetten op een grootschalige laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen op bezoeklocaties is weinig zinvol. Ontwikkelingen in actieradius en laadtijd maken de forse investering die daarvoor nodig is namelijk overbodig. Dat betoogt Erwin van Hout van parkeeradviesbureau Spark in zijn blog voor VerkeersNet.

Zaterdagochtend. Mijn zoon speelt vandaag een thuiswedstrijd. En aan de drukte op het parkeerterrein te zien speelt hij niet als enige. Vlak voor de ingang van het clubhuis herken ik de elektrische auto van mijn buurman, keurig ingeplugd op één van de twee laadpunten.

Ik bereken dat hij gedurende de duur van de hockeywedstrijd maximaal voor zo’n 35 kilometer kan bijladen, maar waarschijnlijk worden het er maar 4. De 4 kilometer om hier te komen, want vanochtend zag ik hem thuis nog aan de stekker.

Mijn buurman profiteert handig van de trend van de afgelopen jaren, waarin we de mooiste plekken van het parkeerterrein of de garage als laadplaatsen hebben ingericht. Begrijpelijk: als het bijzonder is dat je laadplaatsen hebt, dan wil je ze in het zicht. Op een plek nabij de ingang van de bestemming. Een vleugje greenwashing heeft in deze trend vast een rol gespeeld: ‘kijk mijn parkeerproduct eens even duurzaam zijn’.

Vooravond van enorme groei

Deze fase zijn we wel een beetje voorbij. In de afgelopen jaren is het aantal elektrische auto’s met dubbele cijfers gegroeid. En al is het aantal (volledig) elektrische auto’s op het totaal van het Nederlandse wagenpark nog beperkt, alle deskundigen lijken het er over eens dat we aan de vooravond van een enorme groei staan. Het kabinet stelt dat nieuwe auto’s vanaf 2030 emissieloos moeten zijn, en andere, serieuzere kanshebbers hebben zich nog niet aangediend.

Bij een sterke groei kunnen al deze auto’s van bezoekers niet recht voor de deur van de bestemming worden opgeladen. De investering in laadinfrastructuur daarvoor is substantieel, maar deze is voor het faciliteren van bezoekers bovendien ook niet nodig. De elektrische auto zelf ontwikkelt zich namelijk, de actieradius en de snelheid waarmee geladen kan worden nemen snel toe.

Stuk sneller getankt

Een grotere actieradius betekent dat we niet meer op de werkplek of de bestemming hoeven te laden. Dat kan gewoon thuis op je eigen oprit of in de buurt op een laadplein. Een Nederlandse personenauto rijdt gemiddeld zo’n 13.200 kilometer per jaar. Eén keer per week opladen is dan genoeg.

Ook een hogere laadsnelheid draagt bij, maar om met alleen tankstations toe te kunnen, moet de laadsnelheid nog wel flink omhoog. Een standaard Tesla (snel)laadt nu zo’n 600 kilometer per uur. De 33 liters diesel die ik daarvoor nodig heb, zijn een stuk sneller getankt.

In alle gevallen lijkt het niet zinvol in te zetten op het massaal installeren van laadinfrastructuur op bezoeklocaties. We zijn er simpelweg niet lang genoeg en de noodzaak om op een bezoeklocatie te moeten laden is niet hoog genoeg om deze investeringen te verantwoorden. De meeste locaties zullen toe kunnen met een beperkt aantal laadplaatsen voor klanten die wel (te) leeg binnenkomen rijden.

Echt nodig

Terug naar het clubhuis. Als exploitant of beheerder wil je dat de dure laadinfrastructuur niet bezet wordt gehouden door ‘pseudo-laders’, maar dat deze beschikbaar is voor de klanten die het echt nodig hebben, omdat ze met een uurtje bijladen wel ontspannen naar huis rijden.

Dus laten we vanaf nu de laadplaatsen op de minder gunstige locaties situeren. Zodat bezoekers tenminste één vrije ‘fossiele’ parkeerplaats voorbij moeten lopen op weg naar de bestemming. Dan hebben we de beste kans dat we de laadinfrastructuur die we aanleggen het beste wordt benut en onze klant met hoge nood ook een laadplaats kunnen bieden, zonder onnodig te investeren. De elektrische rijders zullen u dankbaar zijn.

Erwin van Hout, parkeeradviesbureau Spark

Auteur: Redactie

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.