Dit is de nieuwe leidraad voor woon-werkverkeer in coronatijd

Op basis van de feedback en ontwikkelingen van afgelopen week heeft mobiliteitsexpert Jos Hollestelle de corona-vervoersladder aangescherpt. De scooter en speed-pedelec waren onderbelicht. De taxi zal in het tijdelijke mobiliteitsbeleid ook een rol van betekenis gaan spelen. Maar de business case voor deelauto’s wordt ingewikkeld. 

Om te voorkomen dat corona een nog grotere impact krijgt op de bedrijfsvoering, zullen werkgevers tijdelijk mobiliteitsbeleid moeten voeren. Want als we over weken/maanden we weer naar kantoor mogen, kan dit niet zoals we dat nu gewend zijn. Ik ondersteun op dit moment verschillende werkgevers met een dergelijk ‘coronaproof mobiliteitsbeleid’. Hiervoor stelde ik eerder de corona-vervoersladder op. Op basis van de feedback en ontwikkelingen van afgelopen week heb ik het schema aangescherpt.

In deze nieuwe versie (zie kader) zijn verschillende vormen van vervoer gerangschikt van wenselijk tot onwenselijk. Vanuit het perspectief om de kans op infectie zo klein mogelijk te maken. Niet reizen is toegevoegd en staat bovenaan, gevolgd door actieve vormen van mobiliteit als fietsen en lopen – die tevens positieve impact hebben op de gezondheid. Alle vormen van vervoer waarin je je solistisch verplaatst scoren hoog. In deze aangepaste versie zijn nu ook de speed-pedelec en snorfiets expliciet opgenomen. Opvallend is dat auto en taxi relatief hoog op de ladder staan. Het reizen per trein in de spits staat onderaan.


Corona vervoersladder versie 2

1. Thuiswerken / videovergaderen
2. (Elektrische) fiets en lopen
3. Speed pedelec en snorfiets
4. Auto/motor
5. Carpool/taxi
6. Vanpool/shuttlebus (waarbij je grip hebt op frequentie ontsmetting en mate van ventilatie)
7. Openbaar vervoer buiten de spits
8. Openbaar vervoer tijdens de spits: 1e klasse
9. Openbaar vervoer tijdens de spits: 2e klasse


Eerder schreef ik dat werkgevers bewust een keuze moeten maken tussen ‘accepteren’, ‘reduceren’ of ‘minimaliseren’ van de kans op infectie in de woon-werkreis. Dit is ook zeker zo, maar inmiddels wordt steeds duidelijker dat niet alleen de werkgever hierin zal sturen, OV-bedrijven zullen waarschijnlijk een streng deurbeleid voeren als gevolg van sterke teruggang in capaciteit. Dit betekent dat nagenoeg iedere werkgever aan de slag moet met een tijdelijk mobiliteitsbeleid.

Verplicht thuiswerken

Werkgevers zullen sterk sturen op wie er wanneer op kantoor mag zijn. De kantoortuin heeft immers net als het OV veel minder capaciteit. Het komende jaar verwacht ik dat kenniswerkers niet vaker dan twee keer per week op kantoor mogen zijn. Thuiswerken (plek 1 op de ladder) blijft dus voorlopig geen luxe, maar een verplichting. Hierdoor ontstaat meer ruimte op het parkeerterrein, zodat werknemers op de dagen dat ze kunnen reizen dit vaker met de eigen auto (plek 4 op de ladder) kunnen doen.

Wederopstanding van de scooter

Na aanleiding van mijn eerste blog merkte de RAI terecht op dat de scooter en speed-pedelec onderbelicht waren in het stuk. Deze staat nu op plek 3 in de corona-vervoersladder. Juist daar waar het OV minder vanzelfsprekend wordt, zal er behoefte ontstaan aan vormen van vervoer waarmee afstanden van minimaal 20 tot 40 kilometer afgelegd kan worden. Dit zal er toe leiden dat werkgevers naast de (elektrische) fiets (plek 2 op de ladder) deze vormen van vervoer in toenemende mate zullen faciliteren voor hun medewerkers.

Het belang van taxi

Werkgevers die nu de taxi faciliteren in het woon-werkverkeer, doen dit vooral voor medewerkers die tijdelijk niet kunnen reizen door bijvoorbeeld een gebroken been. Van de OV-forenzen beschikt een deel niet over een auto of is door een handicap niet instaat een auto te reizen. Zonder toegang tot OV worden zij in tijden van corona in hun woon-werkrit immobiel.

De taxi zal in het tijdelijke mobiliteitsbeleid echt een rol van betekenis gaan spelen (plek 5 op de ladder). Niet vijf dagen in de week (we werken immers er nog maar twee op kantoor). Maar bijvoorbeeld één keer in de week voor specifieke groepen medewerkers. Door groot in te kopen en strikte afspraken te maken over hygiëne ontstaat een belangrijk element in het corona-mobiliteitsbeleid. Faciliteer je dit niet; wat is dan het alternatief voor de medewerker op zeg 50 kilometer afstand zonder rijbewijs? Of voor de slechtziende medewerker?

Harde klappen voor deelauto’s

Niet voor niets staat de deelauto niet op de corona-vervoersladder. Hier helaas dus weinig goed nieuws. De business case wordt ingewikkeld door afnemende vraag en toenemende ‘smetvrees’. Daarnaast was de deelauto op kantoor ideaal voor de OV-reiziger, en juist die is er het komende jaar dus nauwelijks.

Biedt MaaS mogelijkheden?

De beschikbare capaciteit van het OV gaat dus naar alle waarschijnlijkheid drastisch omlaag. Ik vermoed dus dat er strikt gekeken wordt naar wie er in het OV mag reizen. Primair medewerkers in vitale beroepsgroepen, maar wellicht is er dan nog restcapaciteit. Het verdelen van deze restcapaciteit is moeilijk. Menig beleidsmaker zal hier nu z’n hoofd over breken. Het zou wel eens kunnen betekenen dat we nu versneld aan de slag gaan met MaaS. Dit biedt reizigers immers de mogelijkheid om tal van vervoersmiddelen te plannen, reserveren en te boeken. Reken er voorlopig nog maar op dat het gebruik van OV door forenzen in niet-vitale beroepen taboe zal zijn.

Jos Hollestelle is partner bij adviesbureau Syndesmo. Hij ondersteunt werkgevers bij het vormgeven van passend mobiliteitsbeleid. Jos is te bereiken per mail.

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is binnen ProMedia Group als redacteur en presentator verantwoordelijk voor evenementen, tv-uitzendingen en andere video-content, zoals webinars en online congressen. Daarnaast schrijft hij regelmatig voor de Personenvervoer en Verkeer-vakbladen VerkeersNet, OVPro en TaxiPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.