Mobiliteit is tot stilstand gekomen door corona. BEELD Arthur Scheltes

KiM: effect corona op OV-gebruik mogelijk substantieel

Overstappen op de fiets of scooter, vaker thuiswerken of meer videovergaderen. Het effect van de coronacrisis op het OV kan resulteren in 3 tot 15 procent minder ritten met de trein en 1 tot 27 procent minder ritten met bus, tram of metro. Dat blijkt uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

Sinds de overheid allerlei contactbeperkende maatregelen versoepelt, analyseert het KiM wat daarvan de impact is op het openbaar vervoer. Dat effect kan ‘substantieel’ zijn, aldus de onderzoekers. “Als de coronacrisis voorbij is, kan er een scala aan blijvende effecten optreden: uitwijken naar niet-collectieve vervoervormen, blijvend meer videovergaderen, blijvend meer thuiswerken, blijvend meer videocolleges, blijvend minder evenementenbezoek.”

In totaal lopen deze effecten op tot structureel 3 tot 15 procent minder treinritten in vergelijking met de situatie voor 9 maart en circa 1 tot 27 procent minder bus/tram/metro-ritten (btm). “Bij de trein ontstaat het grootste deel van de mogelijk reductie door thuis werken en studeren. Bij btm ontstaat het grootste deel van de reductie door een verschuiving van korte ritten naar de fiets. De genoemde bovengrenzen treden alleen op als alle effecten tegelijk zullen optreden, wat uiteraard de vraag is.”

Kansen voor de fiets

De grote bandbreedte bij bus, tram en metro ontstaat vooral uit het grote aandeel ritten dat qua afstand
goed kan worden vervangen door fietsen en lopen, blijkt uit de studie. Bijna 30 procent van de ritten is korter dan 3,5 km. Het is echter onzeker of men dat ook daadwerkelijk gaat doen.

De verschuiving van alle korte ritten tot 5 kilometer van btm naar de fiets zou voor het fietsverkeer een uitbreiding betekenen van 6 procent. “Een structurele verschuiving van btm naar fiets draagt ook bij aan doelen op het gebied van gezondheid en lichaamsbeweging. En kan op de langere termijn ook ruimte in de beperkte ov-capaciteit opleveren voor de verschuiving van lange autoritten naar het OV.”

Niet vanzelfsprekend

De onzekerheid in de ramingen is groot, aangezien het volgens de onderzoekers noodzakelijk is met grove aannames te werken. Bovendien, zo schrijven ze, hoeft wat mensen nu beweren over hun verwachte toekomstige reisgedrag niet in gelijke mate te resulteren in daadwerkelijke gedragsveranderingen.

Er is gekozen om te rekenen met het aantal OV-passagiersritten. Dat zou het beste aansluiten op de verkregen data. Het aantal ritten zou bovendien meer zeggen over de drukte in het OV. De te verwachten ontwikkeling in ritten is niet vanzelfsprekend gelijk aan een ontwikkeling van gereisde afstanden, of van de omzetontwikkeling, benadrukken de onderzoekers.

Onderwerpen: , , ,

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is binnen ProMedia Group als redacteur en presentator verantwoordelijk voor evenementen, tv-uitzendingen en andere video-content, zoals webinars en online congressen. Daarnaast schrijft hij regelmatig voor de Personenvervoer en Verkeer-vakbladen VerkeersNet, OVPro en TaxiPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.