Deelmobiliteit verzameld
Achtergrond

Brussel: ‘micromobiliteit wordt vaste speler in mobiliteitsmarkt’

Deelmobiliteit verzameld

Elektrische stepjes, innovatieve snorfietsen, speed pedelecs of hoverboards. Ze werden wel eens gezien als een tijdelijke gril, maar niet meer door de Europese Commissie. Sterker nog, micromobiliteiten zullen zich blijven ontwikkelen en een groter aandeel gaan innemen. Dit vereist samenhangende richtlijnen om deze vervoersmiddelen op een veilige manier te integreren in de stedelijke omgeving, zegt Sarah Lynch van het directoraat-generaal Mobiliteit en Vervoer (DG Move) binnen de Europese Commissie.

Een informeel onderzoek van DG Move wijst uit dat in Europa een groot aantal verschillende richtlijnen wordt gehanteerd. De regels verschillen flink tussen landen en soms zelfs van stad tot stad in hetzelfde land. Dan valt bijvoorbeeld te denken aan de plek op de weg: soms zijn stepjes toegestaan op het trottoir, soms op het fietspad. Soms mogen snorfietsen op het fietspad, soms moeten ze op de rijbaan. De minimumleeftijd voor de verschillende voertuigen verschilt eveneens, net als de maximumsnelheden.

Dat zorgt voor verwarring. Bij gebruikers, bij inwoners van de stad en voor de mobiliteitsaanbieders en fabrikanten. “De Commissie heeft beperkte bevoegdheid als het gaat om harmoniseren van dit soort regels, maar we kunnen wel helpen bij sturing in de juiste richting”, aldus Lynch tijdens een webinar van de ETSC over de veiligheid van e-scooters.

Voordelen van micromobiliteit

Ze benadrukt dat het niet alleen om scooters gaat, maar om micromobiliteit. Hiermee worden allerlei kleine, lichte voertuigen, meestal voor het vervoer één persoon bedoeld. Die staan momenteel in de aandacht. Ook bij de Europese Commissie, erkent Lynch. Er komen steeds meer van dit soort voertuigen en de uitrol daarvan is niet altijd goed begonnen. Denk aan hinderlijk geparkeerde voertuigen of toegenomen verkeersonveiligheid. Uiteindelijk kan micromobiliteit echter ook goede ontwikkelingen stimuleren. Lynch: “Door micromobiliteit wordt het drukker op de fietspaden, wat dan weer extra investeringen in de fietsinfrastructuur aanmoedigt.”

Ze erkent dat dit soort voertuigen ook kunnen leiden tot extra ongevallen of incidenten. Vooral omdat de snelheden erg kunnen verschillen, bijvoorbeeld tussen een normale fiets en een elektrische snorfiets die bijvoorbeeld 30 kilometer per uur rijdt. “Dat is erg vervelend, al hebben dit soort botsingen een veel minder grote impact dan een botsing tussen een fiets en een auto of ander zwaar motorvoertuig.” Ze denkt dan ook dat micromobiliteit uiteindelijk een bijdrage kan leveren aan het bereiken van stedelijke doelen, zoals de modal shift en meer leefbaarheid.

Deelvervoer

Steden krijgen ook vaak met micromobiliteit te maken door de komst van deelvervoer. Daarvoor is het noodzakelijk om een goede balans te vinden tussen de belangen van de aanbieders van micromobiliteit en de belangen van de stad en de inwoners. Regels en richtlijnen worden nu te vaak ad hoc gemaakt, waardoor de diversiteit erg groot is. “Die verschillen komen waarschijnlijk door de nieuwigheid, maar het zorgt voor lastige handhaving”, denkt Lynch.

Om steden en gemeenten hierbij te helpen, is in december een Topic Guide gepubliceerd met enkele aanbevelingen voor overheden die worstelen om deze nieuwe vormen van micromobiliteit te integreren in het stedelijke landschap. Hoewel er geen one-size-fits-all-oplossing is, kunnen steden deze aanbevelingen aanhouden en van elkaar leren. De Commissie hoopt dat ze zo beter voorbereid zijn op de volgende mobiliteitsinnovatie. “Want één ding is zeker: zelfs nu de rol van de private sector in de mobiliteitssector steeds groter wordt, moeten publieke belangen leidend zijn en steden dus in de bestuurdersstoel zitten.”

Urgente maatregelen

In dit document wordt al een drietal quick wins genoemd voor meer veiligheid: urgente maatregelen die steden snel kunnen en moeten nemen. De fietsinfrastructuur moet de komst van die nieuwe voertuigen aankunnen. Als op de bestaande paden onvoldoende ruimte is, zijn zogenaamde pop-up fietspaden een oplossing. Ten tweede moeten overheden zorgen voor voldoende parkeerplekken, zodat deze voertuigen de stoep niet bezet houden. De laatste maatregel betreft het informeren van potentiële gebruikers over nationale en lokale verkeersregels.

Andere aandachtspunten voor overheden zijn snelheidsmanagement, een efficiënt gebruikt van data en een goede governance. Lynch: “Het is vooral belangrijk om deelvervoer te integreren in een breder plan waarmee duurzaam vervoer wordt aangemoedigd. De komst van gedeelde micromobiliteit moet passen bij de ambities van een stad.”

Lees hier het rapport ‘Topic Guide: Safe use of Micromobility Devices in Urban Areas’

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.