Deelmobiliteit in Rotterdam. Foto: Hans Tak
Mobiliteitsmonitor

Deelvervoer binnen 5 jaar vaste prik, zegt helft Nederlandse gemeenten

De helft van de Nederlandse gemeenten verwacht dat binnen 5 jaar het organiseren van deelmobiliteit onlosmakelijk verbonden is met gebiedsontwikkeling. Kleinere gemeenten met een inwoneraantal tot 50.000 zijn ook in toenemende mate bezig met deelmobiliteitprojecten. Zij zijn echter terughoudender in de voorspelling dat dit op zo’n korte termijn een vast onderdeel wordt.

Dat blijkt uit de Mobiliteitsmonitor die namens Deelmobiliteit Nederland is uitgevoerd en door een kwart van de Nederlandse gemeenten werd ingevuld. Andere partijen die zich op de vragenlijst gebogen hebben zijn advies- en mobiliteitsbureaus, vastgoedontwikkelaars en woning-(bouw)corporaties.
“De monitor maakt duidelijk dat er op alle niveaus nagedacht wordt over deelmobiliteit, zowel door grote als kleine gemeenten”, zegt Han-Paul van Westing van Deelmobiliteit Nederland. “Alleen de meningen over hoe het een succes moet worden, zijn nog heel gevarieerd. Iedereen lijkt nog op zoek naar de sleutel tot succes.”

Implementatie versus bewonersvraag

Opvallend resultaat is namelijk dat gemeenten en andere partijen verschillende ideeën hebben over wat er nodig is om bij het ontwikkelen van nieuw gebied deelmobiliteit te realiseren. Voor 23% van de gemeenten is dat inzicht in de implementatie, waar de andere organisaties de bewonersvraag (29%) het belangrijkst vinden.
Van Westing verklaart dit verschil als volgt: “Vastgoedontwikkelaars moeten rekening houden met de kaders die gemeenten stellen. Zoals wat de parkeernorm wordt en hoe zij bewoners hierin meekrijgen. Terwijl gemeenten zich vooral bezig houden met de praktische en systematische kant van deelmobiliteit.”

Centrale regie volgens gemeenten geen cruciale factor

De belangrijkste voorwaarde voor succes blijkt samenhangend beleid (46%). Daar zijn alle partijen het over eens. Hiermee doelen ze op parkeerbeleid van elkaar grenzende wijken, reserveringssystemen en infrastructuur. “Als bewoners in de ene wijk moeten betalen voor een parkeerplek, maar een wijk verderop niet, dan helpt dit niet om het gebruik van deelmobiliteit tot een succes te maken”, legt Van Westing uit.
Tegelijkertijd wordt centrale regie in het gebied nauwelijks gezien als succesfactor (7%). “Terwijl samenwerking juist zo belangrijk is. In mijn contact met partijen die zich hier veel mee bezig houden, wordt regelmatig benoemd dat centrale regie, zeker in het eerste jaar, één van de sleutels tot succes is.”

Efficiënter gebruik van de openbare ruimte wordt door maar liefst 66% van de gemeenten genoemd als belangrijkste reden om met deelmobiliteit aan de slag te gaan. De maatschappelijke bijdrage die deelfietsen, -scooters of -auto’s kunnen leveren, wordt door slechts een klein deel (19%) als drijfveer genoemd.

Wil je de mobiliteitsmonitor 2022 ontvangen? Je kunt deze hier aanvragen.

Lees ook: 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Neem nu een gratis proefabonnement van een maand.

Bekijk de aanbieding

Auteur: Marloes Kanselaar

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.