Rotterdam CS. Foto: Jan Kok

‘Mobiliteit is slechts sluitstuk in hele omwenteling woon-werkverkeer’

Als je als werkgever je woon-werkbeleid wilt aanpassen, moet je beginnen bij de vraag: wat verwacht ik eigenlijk van mijn mensen? Pas daarna kun je het over mobiliteit hebben. Dat zei gedragswetenschapper Tim Burggraaf tijdens het VerkeersNet Webinar. Mobiliteitsexpert Jeanot Knols verwacht dat we straks vaker naar een satellietkantoor gaan of bij een collega aan de keukentafel zitten.

Een drietrapsrakket. Zo beschrijft Burggraaf, beloningsexpert en gedragswetenschapper bij managementadviesorganisatie Korn Ferry het proces dat je als werkgever moet doorgaan om je woon-werkbeleid aan te passen.

“De eerste vraag is: wat vraag je je mensen om te doen? Van 9-5 op kantoor te zitten zodat je ziet wat ze doen? Of om bepaalde doelstellingen te halen? De tweede vraag is: waar mogen ze dat dan doen en wanneer? Als derde moet je je afvragen: hoe komen ze daar dan? Dat gaat over verplaatsingen. Mobiliteit is het sluitstuk.”

Autonomie

Het is ook het eenvoudigste, zegt hij. “Het lastigste is het begin. We zien dat veel werkgevers moeite hebben met loslaten. Laat mensen vrij. Het is echt heel apart, want uit onderzoek weten we dat autonomie heel belangrijk is voor de motivatie van mensen.”

Zelf kunnen bepalen op welk moment en met welk vervoersmiddel iemand reist gaat ook alleen maar belangrijker worden, verwacht Jeanot Knols, commercieel directeur van Radiuz. “Ik denk dat de flexibiliteit enorm toeneemt doordat niet iedereen meer standaard elke dag om half negen op kantoor hoeft te zijn. Als je bijvoorbeeld afhankelijk bent van de bus, kan ik me voorstellen dat je zegt: ik ga om elf uur naar kantoor en ga om drie uur naar huis en werk het laatste staartje thuis.” Knols denkt ook dat deze crisis de ontwikkeling van Mobility as a Service zal versnellen.

Kantoor in de achtertuin

Twee tot drie dagen per week naar kantoor zal het gemiddelde wel worden, is de verwachting. Hoe zorg je dat dat een prettige plek wordt? “Het mooiste voorbeeld dat ik zag, komt uit België, waar een bedrijf is dat zegt: een leaseauto heb je niet meer nodig, we bouwen een kantoor in je achtertuin”, vertelt Burggraaf. “Het gaat om van die mobiele units. Het ziet er best wel stoer uit. Het werkt niet overal, dat snap ik. Maar een goede incentive voor je medewerkers om thuis te werken is wel: zorg dat die werkplek op orde is.”

Een goede werkplek creëren is best een uitdaging, weet Knols uit ervaring. “We hebben jonge mensen in dienst die nog bij hun ouders wonen of niet groot behuisd zijn. Dan is thuiswerken niet altijd een optie.

Blauw bloed

De Radiuz-directeur verwacht dat er een soort ‘flexibele schil’ om het kantoor gelegd moet worden om dit soort situaties te kunnen ondervangen. “Ik heb ook collega’s die anderen thuis uitnodigen om samen aan een project te werken. Dat is een ontwikkeling die we vaker gaan zien, denk ik.”

Ook ziet hij satellietkantoren opkomen waar je ‘makkelijker gespreid kunt werken.’ “Ik zie initiatieven ontstaan vanuit bijvoorbeeld Seats2Meat en WTC. Die bieden die flexibele schil waar behoefte aan is.”

Prominente kantoren zullen altijd blijven bestaan, daar is Knols van overtuigd. Bijvoorbeeld omdat ze belangrijk zijn voor het creëren van een bepaalde identiteit of dna onder werknemers. Vergelijk het met het blauwe bloed dat naar het schijnt door de aderen stroomt van medewerkers van Albert Heijn. “Je hebt een honk, om het zo maar even te noemen, nodig om dat gevoel te ‘bestätigen.'”

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is binnen ProMedia Group als redacteur en presentator verantwoordelijk voor evenementen, tv-uitzendingen en andere video-content, zoals webinars en online congressen. Daarnaast schrijft hij regelmatig voor de Personenvervoer en Verkeer-vakbladen VerkeersNet, OVPro en TaxiPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.