Elektrische auto aan stekker bij laadpaal

‘Het wordt een uitdaging om in 2025 één miljoen oplaadpunten te realiseren’

Als de uitrol van laadinfrastructuur in Europa de trend van de afgelopen jaren blijft volgen, is er een aanzienlijk risico dat het streefdoel van één miljoen openbare oplaadpunten in 2025 niet zal worden gehaald. Bovendien is verstrekte financiering nauwelijks terecht gekomen bij partijen die dit het hardste nodig hebben. Om de doorbraak in elektromobiliteit te bewerkstelligen, liggen er dus nog flinke opgaven voor de EU. Dat is de conclusie in een nieuw verslag van de Europese Rekenkamer (ERK).

Er zijn een aantal successen behaald, zoals de bevordering van een gemeenschappelijke EU-stekkerstandaard. Daarnaast is de toegang tot verschillende oplaadnetwerken verbeterd. Maar tegelijkertijd verloopt het reizen door de EU met een elektrisch voertuig nog lang niet probleemloos. De beschikbaarheid van openbare oplaadstations verschilt van land tot land aanzienlijk, betalingssystemen zijn niet geharmoniseerd en er is maar weinig realtime-informatie beschikbaar voor gebruikers, oordelen de auditors van de ERK.

Auto’s of infrastructuur eerst?

De Europese Unie wil elektromobiliteit stimuleren, vooral omdat in de Europese Green Deal het streven is uitgesproken om de broeikasgasemissies van het vervoer 90 procent te verminderen in 2050 ten opzichte van 1990. De markt is voortvarend aan de slag gegaan met elektrische auto’s en in 2020 nam het aandeel van elektrische of plug-in hybride wagens aanzienlijk toe. De realisatie van laadinfrastructuur heeft die trend echter niet gevolgd. En hierdoor kan de ontwikkeling richting meer elektrisch vervoer stokken. Als mensen of logistieke operators hun elektrische voertuigen niet kunnen opladen, zullen zij die ook niet aanschaffen.

“Voor elektromobiliteit is voldoende oplaadinfrastructuur nodig. Maar om deze infrastructuur aan te leggen, is er meer zekerheid nodig over de mate waarin elektrische voertuigen ingang vinden op de markt”, aldus Ladislav Balko, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor het verslag. “Vorig jaar was een op de tien in de EU verkochte auto’s elektrisch oplaadbaar, maar de oplaadinfrastructuur is niet overal in de EU even toegankelijk. Wij zijn van mening dat de Commissie meer moet doen om EU-brede dekking van het netwerk te ondersteunen en ervoor moet zorgen dat de financiering terechtkomt waar deze het hardst nodig is.”

Laadpunten

Het is een streefdoel in de Europese Green Deal om in 2025 één miljoen oplaadpunten te hebben gerealiseerd. Daarvan was in september 2020 een kwart behaald. Daarmee ligt er niet alleen nog een behoorlijke taak, maar is ook versnelling noodzakelijk. In 2017 schatte de Europese Commissie in een actieplan dat het aantal openbaar toegankelijke laadpunten zou moeten stijgen van 118.000 naar 440.000 in 2020.

Dit is dus een aantal dat bij lange na niet is gehaald. De ERK laat weten dat er jaarlijks ongeveer 150 000 nieuwe punten nodig zullen zijn om die kloof te dichten. Dit staat gelijk aan ongeveer 3.000 punten per week. Hier staat tegenover dat enkele lidstaten hun streefdoelen wel ruim hebben behaald. Ook Nederland behoort daartoe.

Toekomstbeeld

De raming uit 2017 zijn wel bijgesteld. De EU schatte in 2017 dat in 2025 ongeveer twee miljoen laadpunten nodig waren en dit is al teruggebracht tot één miljoen. In de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit van 2020 werd vastgesteld dat er tegen 2030 behoefte is aan drie miljoen openbare oplaadpunten. Volgens de ERK bestaat er veel onzekerheid over dit soort ramingen.

Mede daarom is onduidelijk wat er precies gedaan moet worden om de streefdoelen te behalen. Volgens de auditors is er geen uitgebreide kloofanalyse verricht om vast te stellen hoeveel openbaar toegankelijke oplaadstations nodig waren, waar deze geplaatst zouden moeten worden en welk vermogen deze zouden moeten leveren.

Routekaart

De Rekenkamer adviseert de Europese Commissie om een strategische routekaart op te stellen. Hierin kunnen bijvoorbeeld ramingen worden opgenomen over het vereiste aantal oplaadpunten, het type en de dichtheid. Vooral met het oog op de lopende herziening van het belangrijkste beleids- en wetgevingskader op het gebied van elektromobiliteit, kan zo’n kaart helpen om de streefdoelen voor oplaadinfrastructuur te verwezenlijken en om minimumnormen en -vereisten vast te stellen.

Daarnaast bevelen de auditors aan om financiering toe te wijzen aan de hand van objectieve criteria en kloofanalyses. Een goede uitrol wordt deels gehinderd doordat niet duidelijk is hoeveel oplaadstations nodig zouden zijn. Dit maakt de selectieprocedure ingewikkeld. Vooral projecten op het TEN-T netwerk konden op middelen rekenen. Bovendien is het erg lastig om duidelijk in beeld te krijgen wat de behoeften zijn. “Dit zou het risico op overlappende financiering van oplaadstations kunnen vergroten, terwijl delen van het netwerk waar minder stations zijn, worden verwaarloosd.”

Gebruiker

Er liggen als laatste nog behoorlijk wat uitdagingen voor de gebruiker die over de landsgrenzen gaat met zijn elektrische voertuig. Hij wordt geconfronteerd met verschillende systemen voor betaling en informatie en het ontbreekt aan goede gebruikersinformatie, omdat er nauwelijks sprake is van coördinatie van informatie over de realtimebeschikbaarheid en oplaad- en factureringsgegevens van de verschillende netwerken. “De EU moet er dus voor zorgen dat gecofinancierde projecten een duurzame en niet-discriminerende toegang voor alle gebruikers waarborgen.”

VerkeersNet organiseert op 1 juni een congres over de uitdagingen rondom laadinfrastructuur. Bekijk het programma en schrijf je in.

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.