Interview

‘Door slim te laden, kan heel veel met bestaande net’

1,7 miljoen laadpunten zijn er naar verwachting in 2030 nodig om alle elektrische auto’s te kunnen opladen. Er ligt dus een fikse opgave voor lokale overheden om laadinfrastructuur in de openbare ruimte te realiseren. In de Proeftuin Slimme Laadpleinen worden nu op grote schaal verschillende slimme technieken en innovaties getest, om de realisatie van dit streefaantal op een snelle en efficiënte manier mogelijk te maken. Over zeventien gouden lessen van die proeftuin vertelt projectleider Nationaal kennisplatform laadinfrastructuur Robbie Blok op 22 maart tijdens het Congres Laadinfra.

Een laadplein betekent in deze proeftuin dat er achter de meter meer dan twee aansluitingen zijn gecreëerd. Inmiddels zijn in 19 gemeenten 46 laadpleinen gerealiseerd, met daarachter 489 laadpunten. Het project kenmerkt zich door een goede geografische spreiding door Nederland, een zeer praktijkgerichte aanpak en de hoge aantallen.

“Mooi aan deze proeftuin is dat we de innovaties direct toepassen. Hier komen kennis, ervaring en praktijk bij elkaar”, vertelt Blok. “Er zijn allerlei slimme technieken in ontwikkeling, die we graag willen testen. Dat kan beter met hogere aantallen – dat geeft een betere dynamiek.” De projectgroep deelt de opgedane kennis actief op verschillende platformen, zodat gemeenten daar toegang tot hebben. Het is nog mogelijk u in te schrijven voor het congres.

Technieken

De Proeftuin Slimme Laadpleinen is in 2019 gestart en onderdeel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur. Het project ontvangt subsidie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Met het project wordt geprobeerd op allerlei vragen rondom slimme laadpleinen antwoord te geven om zo een geïnformeerde volgende stap te zetten en uiteindelijk laadpleinen aantrekkelijk te maken voor gebruikers. De ontwikkelingen op het gebied van laadinfrastructuur volgen elkaar namelijk snel op en er komt nogal wat kijken bij de realisatie van die 1,7 miljoen laadpunten.

Daarvoor worden dus verschillende technieken getest, zoals slim laden en vehicle-to-grid. Slim laden houdt in dat het laden van elektrische auto’s beter wordt gestuurd door te balanceren. Met andere woorden: door slim te laden wordt de piek in de vraag uitgesmeerd over een aantal uur.

Vehicle-to-grid betekent dat de accu van auto elektriciteit kan terugleveren aan het net. Alle 489 laadpunten zijn hiervoor nu geschikt. Weliswaar zijn er nog weinig wagens die nu de mogelijkheid hebben om energie terug te geven aan het net, maar volgens Blok wordt hiermee het kip-ei-probleem opgelost: als er infrastructuur is, volgen de auto’s vanzelf.

Clusteren heeft de voorkeur

Het is belangrijk dat gemeentes nadenken over de realisatie van laadinfrastructuur in de komende jaren, omdat een groot deel van die 1,7 miljoen laadpunten in de publieke ruimte gecreëerd zal moeten worden. Is het wel gewenst dat er straks voor iedere voordeur een laadpaal staat? En is voor één paal steeds opnieuw de netbeheerder laten opdraven wel de slimste manier om de beperkte financiële middelen in te zetten? “Het clusteren van laadpunten scheelt grondstoffen, mensen en arbeid”, aldus Blok.

Slim laden is daarnaast onvermijdelijk. Het soort slimme technieken dat in deze proeftuin wordt beproefd, is nodig om te voorkomen dat het elektriciteitsnet vastloopt. Blok: “Als je slimmer laadt, kun je met het bestaande net heel veel.”

Lessen delen

Het project bestaat uit drie fases, waarvan de eerste – de realisatiefase – inmiddels afgerond is. Uit die fase zijn al zeventien gouden lessen naar voren gekomen, die Blok zal delen tijdens het congres. Een daarvan is het advies om vanuit de gemeente een projectleider aan te stellen. Er is afstemming nodig met verschillende afdelingen binnen de gemeente, maar ook met de uitvoerder van het project en de netbeheerder. Regie is hierbij belangrijk.

Hierop volgt een fase van dataverzameling. Kennisdeling is een speerpunt van het project en het is dus de bedoeling om alle bevindingen van dit project te delen om zo alle gemeenten te helpen met de uitrol van laadinfrastructuur. Blok: “Wij zijn tevreden als laadpleinen door gemeentes meegenomen worden in hun laadmix. Dat ze naast de reguliere laadpaal, snelladers en grote snellaadstations, zoals Fastned, ook denken aan een laadplein.”

Congres laadinfra banner

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

1 reactie op “‘Door slim te laden, kan heel veel met bestaande net’”

Theo Kats|17.03.22|11:50

Er is veel af te dingen op het idee dat je elke auto thuis zou moeten kunnen opladen. Vanwege de toenemende accucapaciteit van de nieuwste generatie EV’s, maar vooral vanwege de toenemende laadsnelheden die gerealiseerd worden en de daartoe benodigde piekvermogens. Op het moment dat vrijwel elke EV binnen de tijd van, zeg, één kop koffie kan opladen van 20 naar 80 procent is het niet meer nodig om dat nog thuis te doen. We hebben immers ook niet allemaal een benzinepomp aan huis, toch?

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.