Elektrische auto en auto op groen gas gelijk gewaardeerd door overheden

De elektrische auto en een auto op groen gas worden door overheden gelijk gewaardeerd, boven de auto met reguliere verbrandingsmotor. Bovendien zijn overheden bereid extra te betalen voor een auto op alternatieve brandstof. Dit blijkt uit een masteronderzoek van de Universiteit Utrecht in opdracht van Agentschap NL.
In het onderzoek is gekeken naar de voorkeuren van gemeenten, provincies en waterschappen bij de aanschaf van duurzame (dienst)voertuigen. De resultaten dienen als hulpmiddel bij het formuleren van duurzaam inkoopbeleid. Het onderzoek bestond uit een keuze-experiment op basis van karakteristieken van auto’s op groen gas, elektriciteit en waterstof ten opzichte van een auto met reguliere verbrandingsmotor. Uit de resultaten blijkt dat dat lokale emissies een belangrijk criterium zijn voor de keuze, met name voor gemeenten en provincies, en dat lokale en regionale overheden bereid zijn tussen 25 en 50% extra te betalen voor een auto op alternatieve brandstof. De elektrische auto en de auto op groen gas worden gelijk gewaardeerd, boven de reguliere verbrandingsmotor.
Voorwaarde voor de elektrische auto is dat deze wel snel geladen moet kunnen worden (ongeveer 30 minuten). Verder maakt de beperkte actieradius de elektrische auto minder aantrekkelijk voor provincies en waterschappen. De keuze voor een auto op groen gas lijkt een compromis: minder lokale milieueffecten, maar een positieve score op de meeste andere kenmerken.
Een betere beschikbaarheid van groen gas en nog meer verlaging van lokale uitstoot zou dit alternatief nog aantrekkelijker maken. De waterstofauto is op dit moment niet interessant voor de overheden.
Het onderzoek is uitgevoerd door masterstudent Science & Innovation Management Paul Hagen en Innovatiewetenschapper Dr. Frank van Rijnsoever.

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.