Directeur Fietsersbond: auto staat nog te centraal

30 kilometer per uur rijden in de bebouwde kom moet de norm worden en schoolgaande kinderen moeten weer fietsen. Hier richten de campagnes van de Fietsersbond zich komend jaar op, vertelt directeur Saskia Kluit. Ze kijkt positief terug op afgelopen jaar. Dat snorfietsen zo goed als zeker naar de rijbaan gaan maakt haar blij, en ook dat er een staatssecretaris voor fietsbeleid is gekomen. Ze heeft wel één punt van zorg: de overheid zet nog teveel in op de auto. Deel 1 van een serie terug- en vooruitblikken.

Saskia Kluit, directeur Fietsersbond. Bron: FietsersbondSaskia Kluit heeft net de verkiezing ‘Fietsstad van 2018’ achter de rug. Houten won – een oordeel van een vakkundige jury en de uitkomsten enquête aangevuld met objectieve meetgegevens leidde hier toe. Kluit kijkt enthousiast terug op de wedstrijd. Dat maar liefst 45.000 mensen de enquête invulde, stemt haar meer dan tevreden. Net als dat veel gemeentes de fiets centraal stellen én houden. Ze wijst op de top-5: Houten won al een keer, net als Veenendaal en Zoetermeer was al eerder genomineerd.

Investeren niet het enige

Overigens leidt volop inzetten op de fiets niet altijd tot de eerste plek, benadrukt ze. Grote steden als Utrecht en Amsterdam investeren flink in de fietsinfrastructuur. Maar de steden lopen tegen problemen op: volle fietspaden, fietspaden die tegen de groeigrenzen aan zitten en stinkende en overlastgevende snorfietsers bijvoorbeeld.
De onderliggende enquête leverde de Fietsersbond veel waardevolle inzichten op, vertelt Kluit. Ze wijst op het feit dat veel mensen over het algemeen tevreden zijn over het fietsbeleid van hun gemeente. En op het feit dat goed gaat met de fiets in Nederland: we fietsen steeds vaker en verder.

Zorgen kwamen ook naar voren, en dat is net zo waardevol. Al zijn het al vrij lang dezelfde zorgpunten: fietsdiefstallen, problemen met gladheidsbestrijding en overlastgevende scooters en snorfietsers.

De verkiezing Fietsstad van het jaar had dit jaar een nieuwe opzet. Deze keer wilden we de mensen op straat vragen naar hun mening.

De verkiezing Fietsstad van het jaar organiseert de Fietsersbond al een tijdje, maar nieuw dit jaar was de opzet. “Gemeentes konden zichzelf altijd aanmelden”, legt Kluit uit. “Deze keer wilden we de mensen op straat vragen wat ze vinden van het fietsbeleid van hun gemeente. Dat is rechtvaardiger. Veel gemeentes melden zich iedere twee jaar aan, maar veel ook niet. Het idee is dan: we winnen toch niet. Etten-Leur kwam zo nooit in beeld, maar was nu wel genomineerd. Tegelijk kregen we door de enquête gelijk een goed beeld van hoe het met de fiets staat in Nederland. Vooral daar ben ik trots op.”

Trots op nieuw snorfietsbeleid

Trots is ze ook op de ontwikkelingen afgelopen jaar rond de snorfiets: een meerderheid van de Kamer steunt het voorstel om snorfietsers naar de rijbaan te verplaatsen. “Het duurt wel te lang: de Tweede Kamer had na de zomer een besluit kunnen nemen en dan had het besluit 1 januari dit jaar in kunnen gaan. Maar je ziet in ieder geval dat fietsers gehoord worden.”

En waar ze ook ontzettend blij mee is: dat Nederland een staatssecretaris voor fietsbeleid heeft gekregen. Dat deze Stientje van Veldhoven (D66) ook verantwoordelijk is voor spoor, vindt ze een “gouden combinatie”. Want die combinatie, zegt ze, heeft een “ongelofelijke potentie”. Tegelijk is er nog een hele wereld te winnen: veel mensen pakken niet de fiets maar een overvolle bus voor het laatste stukje van hun reis. En veel mensen hebben bij de OV-fiets een onzeker gevoel – is die er wel, zijn er genoeg, waar zijn ze?

Auto niet de oplossing

Kluit is niet alleen louter positief. “Ik baal ervan dat het Rijk zo ontzettend inzet op autowegen aanleggen. Dit is, zeker in de stedelijke regio’s, niet de oplossing. Sterker nog: de auto is daar een groot probleem. NS-baas Roger van Boxtel zei het een keer mooi: in een intercitytrein zitten net zoveel mensen als er auto’s in een parkeergarage passen. Dus steden die hun bereikbaarheid willen verbeteren, moeten echt investeren in het OV en in OV-fietscombinaties. Hier hebben ze het Rijk hard bij nodig.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Fietsen en wandelen leggen het volgens haar ook nog altijd af tegen de auto. Ze geeft twee voorbeelden. “Ik woon vlakbij een treinstation, maar kan er niet logisch heen lopen. Ik moet twee, drie keer een kruising oversteken omdat het voetpad ineens ophoudt. En kijk naar autoparkeerplekken: die staan overdag leeg, terwijl fietsers bij gebrek aan beter hun fiets op het voetpad moeten zetten. En daar hebben voetgangers vervolgens weer last van.”

30 is nieuwe 50

Twee campagnes hebben de volle aandacht van de Fietsersbond komend jaar, vertelt Kluit. Met de naderende gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht wil de bond voor elkaar krijgen dat 30 kilometer per uur rijden de norm wordt binnen de bebouwde kom. “Het is vaak al de norm: 70 procent is al 30-kilometerzone. Maar we vinden dat dat percentage 90, 95 procent moet zijn. 40 procent van de 50 kilometer-wegen binnen de bebouwde kom heeft geen vrijliggend fietspad. De reden is vaak: ruimtegebrek.

Een botsing met een auto die 30 kilometer per uur rijdt, overleeft bijna iedereen. Maar met een auto die 50 kilometer per uur rijdt, is dat niet zo.

Maar bedenk: een botsing met een auto die 30 kilometer per uur rijdt, overleeft bijna iedereen. Maar met een auto die 50 kilometer per uur rijdt, is dat niet zo. En bedenk dat het aantal oudere, kwetsbare, mensen op de weg groeit. Die ontwikkeling stelt andere eisen aan de snelheden die we veilig vinden.” Deze week is een speciaal meldpunt in het leven geroepen, en is een speciale slogan gelanceerd: 30 is het nieuwe 50.

Waar de bond ook aandacht voor wil: het aanpakken van gevaarlijke kruisingen. Op dit soort plekken zou ingericht moeten worden volgens het duurzaam veilig-principe.

Kinderen weer op de fiets

In de tweede campagne staat het fietsende schoolkind centraal. Kinderen worden namelijk steeds vaker met de auto naar school toe gebracht, in plaats van met de fiets, ziet de Fietsersbond. Dat moet weer teruggedraaid worden, vindt Kluit. Onder andere met hulp van gemeentes en welzijnsorganisaties. Zo moeten ouders gestimuleerd worden om hun kinderen met de fiets naar school te brengen, of om ze in ieder geval meer te laten bewegen.

Dat is echt belangrijk, benadrukt Kluit. “Nergens anders ter wereld worden zoveel kinderen met de fiets naar school gebracht als in Nederland. Daar moeten we ontzettend trots op zijn. Want fietsen is enorm belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen én voor hun geluk – nergens ter wereld zijn kinderen ook zo gelukkig als in Nederland, dat hangt hier mee samen.”

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VERKEERSNET.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.