‘Elke minuut een fiets gestolen in Nederland’

Fietsendiefstal is een van de meest voorkomende vermogensdelicten in Nederland, met een jaarlijkse schade van 600 miljoen euro. In de bestrijding ontbreekt het aan een centrale regie vanuit de politiek. Een integrale samenwerking is noodzakelijk om dit aan te pakken, blijkt uit onderzoek van Bureau Beke naar fietsdiefstal.

Het onderzoeksrapport werd aangeboden aan Henk Brink, gedeputeerde in Drenthe en voorzitter van Tour de Force. “Dit rapport kan bijdragen aan de oplossing”, was zijn reactie. Hij gaf verder aan dat het hem zorgen baart dat de Nationale Politie heeft aangekondigd geen prioriteit meer te geven aan fietsdiefstal. Vooral omdat de fiets een gezond en duurzaam vervoermiddel is. “Er wordt heel veel gefietst in Nederland. Fietsdiefstal mag geen spaak in het wiel steken.”

Duurdere modellen

Het onderzoek werd toegelicht door Henk Ferwerda en Jos Kuppens van Bureau Beke tijdens een webinar, waarbij ze het probleem schetsten. Het aantal mensen dat slachtoffer is geworden van fietsdiefstal is in 2019 ter vergelijking met 2017 licht gedaald, maar het ging nog steeds om 466.000 mensen. “Iedere minuut wordt er één fiets gestolen”, stellen de onderzoekers. Bovendien is de schade nog steeds torenhoog. Dit komt met name omdat duurdere modellen steeds populairder worden.

Die hoge kosten voor de vervoersmiddelen, hebben ertoe geleid dat deze criminele activiteit steeds vaker wordt uitgevoerd door georganiseerde groepen, die grote hoeveelheden tweewielers stelen. Het gaat dan vooral om e-bikes, die naar het buitenland worden getransporteerd. Hierbij worden georganiseerde en gewelddadige methodes niet geschuwd, blijkt het uit onderzoek. Vooral in grotere steden en grensgebieden wordt vaak door boeven toegeslagen.

Tij keren

Het onderzoek is gedaan in opdracht van de Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal (S.A.F.E.). Hierin werken al verschillende overheidsinstanties, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samen. “De huidige aanpak schiet tekort, zowel preventief als repressief”, stelt Jeroen Snijders Blok, voorzitter van S.A.F.E. “Om het tij te keren is het noodzakelijk dat alle partijen in de keten, met hetzelfde doel voor ogen, samenwerken aan de door Bureau Beke voorgestelde aanpak.”

Diefstal zorgt namelijk niet alleen voor een forse financiële schadepost voor de samenleving. Slachtoffers kunnen ook emotionele impact kunnen ondervinden, bijvoorbeeld omdat ze een product kwijtraken waaraan ze gehecht zijn. Soms leidt dit ertoe dat mensen hun nieuwe fiets niet meer durven te gebruiken uit angst dat die opnieuw gejat wordt.

Financieel kan het vooral een strop zijn als consumenten hun tweewieler niet hebben verzekerd en dus uit eigen zak een nieuwe moeten betalen. Aan de andere kant ervaren ook fietshandelaren zowel emotionele als financiële schade van diefstal en er wordt verwacht dat verzekeraars en verhuurorganisaties hun verzekeringspremies zullen verhogen als de fietsdiefstal niet wordt ingeperkt.

Preventie

Door de onderzoekers is nagedacht over de preventie en er valt nog behoorlijk wat te winnen. Consumenten zijn te nonchalant laks, producenten maken nog niet optimaal gebruik van de technische mogelijkheden om de diefstal van e-bikes te voorkomen en aangifte doen is te ingewikkeld. Bovendien hebben heel weinig mensen het idee dat aangifte doen daadwerkelijk leidt tot het terugvinden van de fiets. Het gebeurt meestal alleen voor de verzekering.

Verder is de keten nu niet ingericht om fietsdiefstal tegen te gaan, vanwege de tegengestelde belangen. De economische doelen van verschillende partijen zijn er nog op gericht om zoveel mogelijk fietsen te verkopen en nagenoeg perfecte preventie zou de vraag naar nieuwe fietsen dan laten dalen, zo wordt beschreven in het rapport.

Maatregelenpakket

De aanpak zit hem volgens Bureau Beke in een pakket maatregelen dat door alle betrokken partijen wordt omarmd, waarbij ook de overheid haar verantwoordelijkheid neemt. “Op zich is er de afgelopen jaren veel bereikt met het verbeteren van sloten, het plaatsen van fietsenstallingen, de registratie van gestolen fietsen via aangifte bij de politie, doorgifte naar het fietsregister bij RDW en het gebruik van Stopheling. Ook de opsporing van daders en gestolen fietsen via de inzet van lokfietsen is goed geregeld”, vat Henk Ferwerda, directeur van Bureau Beke, samen.

“Toch is de tijd nu rijp voor nieuwe stappen. Technische hulpmiddelen en ontwikkelingen, zoals track and trace en gesloten registratiesystemen, kunnen daarbij een versnelling geven aan de aanpak. Ook kunnen andere markt- en overheidspartijen dan de politie een nog grotere rol spelen bij diefstalpreventie en het traceren en terugbrengen van gestolen fietsen. Om de aanpak van fietsdiefstal verder te brengen zijn de volgende ingrediënten van belang: technische hulpmiddelen, publiek-private samenwerking én het integraal nastreven van dezelfde doelen door alle ketenpartners.”

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.