Met deze stappen creëer je een succesvolle fietsstraat of -zone

Fietsstraten en fietszones wonnen de afgelopen jaren aan populariteit, maar het concept is geen toverformule. Het instellen van een fietsstraat of fietszone verbetert niet automatisch het fietsklimaat. Dit is de conclusie van Fietsberaad Vlaanderen na onderzoek naar het succes van deze concepten en de impact hiervan op het fietsklimaat in een gemeente. Fietsberaad heeft een stappenplan gemaakt om hiervan wel een succes te maken. 

Fietsstraten worden met name goed beoordeeld als ze in een autoluwe omgeving liggen. De belangrijkste knelpunten zijn namelijk het inhalen van fietsers, te veel en te hard rijdende motorvoertuigen en hinder door parkeerbewegingen of laden en lossen. Opvallend is wel dat zowel fietsers als niet-fietsers het vervelend blijken te vinden als veel motorvoertuigen achter de fietsers moeten blijven.

Niet vanzelfsprekend

Het succes van dit soort concepten is dus niet vanzelfsprekend. In een effectieve fietsstraat is de tweewieler dominant en al het andere gemotoriseerde verkeer te gast. Dit gaat gepaard met een inhaalverbod en een lage maximumsnelheid. In de praktijk blijkt echter dat de automobilist zich lang niet altijd ook daadwerkelijk te gast voelt, vooral als er veel motorverkeer aanwezig is. Met andere woorden: het invoeren van dit concept volstaat niet om een door motorvoertuigen gedomineerd gebied fietsvriendelijk te maken.

Een vereiste is een zichtbare aanwezigheid van fietsers, maar juist daaraan kunnen fietszones niet altijd voldoen. Soms komt dit door de uitgestrektheid van het gebied of doordat de zone niet volledig samenvalt met het fietsnetwerk. Voor overheden ligt hier de taak om na instelling van de fietszone de verkeersfunctie voor motorvoertuigen verder te minimaliseren en het fietsklimaat juist te versterken. Om de fietszone succesvol te laten zijn, dient dit pas de laatste stap te zijn in het creëren van een gebied waar de fietskwaliteit op punt staat.

Stappenplan

Wat zijn eerdere stappen die wegbeheerders kunnen volgen om wel een succes te maken van een nieuwe fietsstraat of fietszone? Zij kunnen het nieuwe drie-stappenplan met negen ingrediënten volgen dat Fietsberaad Vlaanderen heeft ontwikkeld:

  • Stap 1 – De fietsstraat of fietszone moet goed samenvallen met het fietsnetwerk. Het is een route of bestemming voor het fietsverkeer én men kan er vlot doorfietsen. Een ondergrens van 500 fietsers is aanbevolen, met de voorwaarde dat er niet meer auto- dan fietsverkeer geteld wordt. Vanaf 1.000 tot 2.000 fietsers per dag zijn de fietsers ook duidelijk en beeld en voelt het fietsregime logisch aan. Dit rechtvaardigt de keuze dat auto’s te gast zijn en vergroot het goed naleven van de regels.
  • Stap 2 – In de fietsstraat of fietszone is er maar beperkt gemotoriseerd verkeer (zowel auto’s, vrachtwagens, bussen als landbouwverkeer). Idealiter heeft een fietsers slechts één keer per kilometer een hinderlijke ontmoeting met een gemotoriseerd voertuig. Ook mag er maar weinig hinder zijn van parkeerplaatsen of los- en laadzones. Ook een straat met veel overstekende voetgangers is minder geschikt als fietsstraat. Een bovengrens van maximaal 1000 gemotoriseerde voertuigen is wenselijk.
  • Stap 3 – De inrichting is op maat van de fiets en dat blijkt uit de aanleg en het specifieke fietsstraat-profiel (monolithische verharding, twee gescheiden rijlopers op maat van het fietsverkeer). De aanleg waarborgt de continuïteit en herkenbaarheid als fietsstraat. Borden en markeringen ondersteunen dat en bevestigen het wettelijk karakter als fietsstraat. Een rijbaanbreedte van 450 à 480 cm is ideaal voor een fietsstraat met tweerichtingsverkeer.

Onderzoek

Deze stappen zijn het gevolg van een onderzoek waarbij Fietsberaad Vlaanderen in de zomer en het najaar van 2020 gebruikers vroeg een oordeel te vellen over fietsstraten en -zones in dertien steden en gemeenten. Daar kwamen bijna 7.000 reacties op binnen. Die respons is gecombineerd met informatie over de inrichting, het gebruik en de ervaringen van de steden en gemeenten zelf en onderzoeksresultaten uit Nederland.

Op basis hiervan kon een score worden gegeven voor directheid, omgeving, veiligheid, inrichting en respect. Het valt snel op dat de hoeveelheid verkeer direct verbonden is aan het oordeel. Alle straten en zones scoren goed op directheid, maar de andere vier konden af en toe op kritiek rekenen. Bij veel auto’s, bijvoorbeeld bussen of veel voertuigen die laden en lossen, neemt het positieve oordeel af. Een ligging in het centrum met veel verkeer of bij een school blijkt ook een negatieve impact te hebben.

Tekst loopt door onder afbeelding

Fietsstraten

De hoeveelheid verkeer zorgt eveneens voor een negatief oordeel over de verkeersveiligheid in een fietsstraat of -zone. Verkeersveiligheid is echter heel belangrijk, beklemtoont Fietsberaad. Anders kunnen fietsers de wegen gaan ontwijken. Te veel drukte kan daarnaast leiden tot een slechte waardering van de inrichting. In dat geval zijn de specifieke inrichtingselementen niet goed zichtbaar. Een andere verklaring is dat de verkeerssituatie simpelweg niet past bij een fietsstraat of -zone. Met name die laatste wordt vaak slecht beoordeeld.

Respect

Het onderdeel dat het meeste kritiek kreeg te verduren, was het respect van verkeersdeelnemers voor de fietsstraat of fietszone. De bestaande regels worden hier regelmatig niet nageleefd, vinden de gebruikers. Automobilisten houden zich niet aan de maximumsnelheid of halen alsnog in.

Deze kritiek laat duidelijk zien dat de ontwikkeling van een fietsstraat geen oplossing is voor elk probleem. “Als de randvoorwaarden niet goed zijn, is het kans op succes gering en ontstaan ergernissen en een grotere nood op handhaving”, zo staat in het rapport

Lees hier het hele rapport en het stappenplan.

Auteur: Inge Jacobs

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.