Fiets past bij uitstek in nieuwe beweegrichtlijnen

Volgens de nieuwe beweegrichtlijnen die de Gezondheidsraad voorstelt, zouden volwassenen wekelijks ten minste twee en een half uur matig intensief moeten bewegen. Maar ook worden spier- en botversterkende activiteiten aanbevolen. Die fiets is daarvoor bij uitstek geschikt.

Het is inmiddels genoegzaam bekend. Bewegen verlaagt het risico op chronische ziekten als diabetes en, hart- en vaatziekten, en depressiedepressieve symptomen en, bij ouderen, botbreuken.

In een nieuw advies van de Gezondheidsraad wordt dat nog eens onderschreven. In dat advies bevestigt de Raad de bestaande Bewegingsrichtlijn die stelt dat volwassenen minstens vijf dagen per week minstens een half uur per dag matig intensief moeten bewegen. Voorbeelden zijn stevig doorlopen of fietsen. De beweegnorm voor 55-plussers is hetzelfde, maar zij mogen dat halve uur iets rustiger aan doen. Voorbeelden van matig intensieve lichamelijke activiteit bij ouderen zijn wandelen en fietsen.

Nieuw is de aanbeveling om minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te ondernemen, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen. Dat vermindert onder meer de kans op (heup)fracturen. Als voorbeeld noemt de Raad krachttrainingsoefeningen met eigen lichaamsgewicht en duuractiviteiten als fietsen.

De Gezondheidsraad stelt verder dat de kans op een blijvende verandering in beweeggedrag groter wordt door – naast sporten – bewegen te integreren in het dagelijkse leven. Bijvoorbeeld door op de fiets naar school of werk te gaan, lopend boodschappen te doen en de trap te nemen in plaats van de lift of roltrap.

Tenslotte kan een blijvende verandering in beweeggedrag mogelijk worden bevorderd door bij de inrichting van de fysieke omgeving hiermee rekening te houden.


Mail de redactie