A2 ring Utrecht BEELD IenW, Ivo Vrancken

Ministerie IenW reageert traagst op Wob-verzoeken

De Nederlandse ministeries doen er gemiddeld drie keer langer over dan toegestaan om gehoor te geven aan verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat spant de kroon: daar duurt het wachten op een reactie met 206 dagen gemiddeld het langst.

Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut Maatschappelijke Innovatie en de Open State Foundation, die hun rapport de duidelijke titel ‘Ondraaglijk traag’ hebben meegegeven. De Wob is bedoeld om overheidsinstanties openheid van zaken te laten geven. Met een Wob-verzoek kan zo’n instantie ertoe worden bewogen bestuurlijke informatie over een onderwerp openbaar te maken. De wettelijke termijn om zo’n verzoek te beantwoorden is vier weken, ofwel 28 dagen. Indien nodig kan dat met 28 dagen worden verlengd. Onder de Wet open overheid die de Wob vanaf 1 mei vervangt, wordt die verlenging maximaal veertien dagen en het totaal dus 42 dagen.

Veel onderzoeken niet gepubliceerd

Het onderzoek van IMI en OSF wijst uit dat de Nederlandse ministeries die termijn bij lange na niet halen. Hun onderzoek gaat over het jaar van oktober 2020 tot en met september 2021. En inzake de Wob-verzoeken in die periode moeten aanvragers gemiddeld 161 dagen wachten op een reactie. Dat is nog gerekend buiten de corona-gerelateerde verzoeken, want daar is de gemiddelde wachttijd zelfs 225 dagen. Het onderzoek concludeert verder dat ruim de helft van de onderzoeken niet wordt gepubliceerd, wat volgens IMI en OSF niet bijdraagt aan de openheid van zaken waar de wet juist voor is bedoeld.

Termijn in 80% van de gevallen overschreden

Er werden in de onderzoeksperiode bijna duizend Wob-verzoeken geplaatst op de daarvoor bedoelde site van de Rijksoverheid. Gemiddeld doen de ministeries dus 161 dagen over het beantwoorden daarvan. Dat betekent niet dat de termijn altijd wordt overschreden, maar dat gebeurt dus wel in bijna 80 procent van de gevallen. De ministeries van OCW en Defensie presteren met termijnen van 74 en 96 dagen nog het best. Justitie & Veiligheid en Financiƫn doen er respectievelijk gemiddeld 188 en 191 dagen over. Wie een Wob-verzoek indient bij Infrastructuur en Waterstaat, wacht gemiddeld het langst op een reactie: 206 dagen.

“Het lijkt erop dat de beantwoording van Wob-verzoeken steeds trager gaat”, aldus de Open State Foundation in een toelichting op de publicatie. “Vergelijkbaar onderzoek over 2016 concludeerde dat ministeries in 61 procent van de gevallen de termijn van twee maanden overschreden. In 2019 verslechterde dat naar 71 procent. In het huidige onderzoek komen we op ruim 80 procent.”

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is redacteur bij ProMedia. Hij schrijft vooral over personenvervoer en mobiliteit.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Ministerie IenW reageert traagst op Wob-verzoeken - VerkeersNet
A2 ring Utrecht BEELD IenW, Ivo Vrancken

Ministerie IenW reageert traagst op Wob-verzoeken

De Nederlandse ministeries doen er gemiddeld drie keer langer over dan toegestaan om gehoor te geven aan verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat spant de kroon: daar duurt het wachten op een reactie met 206 dagen gemiddeld het langst.

Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut Maatschappelijke Innovatie en de Open State Foundation, die hun rapport de duidelijke titel ‘Ondraaglijk traag’ hebben meegegeven. De Wob is bedoeld om overheidsinstanties openheid van zaken te laten geven. Met een Wob-verzoek kan zo’n instantie ertoe worden bewogen bestuurlijke informatie over een onderwerp openbaar te maken. De wettelijke termijn om zo’n verzoek te beantwoorden is vier weken, ofwel 28 dagen. Indien nodig kan dat met 28 dagen worden verlengd. Onder de Wet open overheid die de Wob vanaf 1 mei vervangt, wordt die verlenging maximaal veertien dagen en het totaal dus 42 dagen.

Veel onderzoeken niet gepubliceerd

Het onderzoek van IMI en OSF wijst uit dat de Nederlandse ministeries die termijn bij lange na niet halen. Hun onderzoek gaat over het jaar van oktober 2020 tot en met september 2021. En inzake de Wob-verzoeken in die periode moeten aanvragers gemiddeld 161 dagen wachten op een reactie. Dat is nog gerekend buiten de corona-gerelateerde verzoeken, want daar is de gemiddelde wachttijd zelfs 225 dagen. Het onderzoek concludeert verder dat ruim de helft van de onderzoeken niet wordt gepubliceerd, wat volgens IMI en OSF niet bijdraagt aan de openheid van zaken waar de wet juist voor is bedoeld.

Termijn in 80% van de gevallen overschreden

Er werden in de onderzoeksperiode bijna duizend Wob-verzoeken geplaatst op de daarvoor bedoelde site van de Rijksoverheid. Gemiddeld doen de ministeries dus 161 dagen over het beantwoorden daarvan. Dat betekent niet dat de termijn altijd wordt overschreden, maar dat gebeurt dus wel in bijna 80 procent van de gevallen. De ministeries van OCW en Defensie presteren met termijnen van 74 en 96 dagen nog het best. Justitie & Veiligheid en Financiƫn doen er respectievelijk gemiddeld 188 en 191 dagen over. Wie een Wob-verzoek indient bij Infrastructuur en Waterstaat, wacht gemiddeld het langst op een reactie: 206 dagen.

“Het lijkt erop dat de beantwoording van Wob-verzoeken steeds trager gaat”, aldus de Open State Foundation in een toelichting op de publicatie. “Vergelijkbaar onderzoek over 2016 concludeerde dat ministeries in 61 procent van de gevallen de termijn van twee maanden overschreden. In 2019 verslechterde dat naar 71 procent. In het huidige onderzoek komen we op ruim 80 procent.”

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is redacteur bij ProMedia. Hij schrijft vooral over personenvervoer en mobiliteit.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.