Veel tijdwinst in spitsverkeer van en naar de grote steden

spitsOp een gemiddelde werkdag in de periode 2010–2013 zijn automobilisten in de spits minder reistijd kwijt dan in de periode 2004–2007. Vooral de avondspits is verminderd: 5 procent in termen van reistijd, de tijdwinst in de ochtendspits is 3 procent.

Het betekent dat de avondspits niet meer zwaarder is dan de ochtendspits, zoals in 2004–2007 nog het geval was. Dit blijkt uit onderzoek van het CBS op basis van het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN) en Mobiliteitsonderzoek Nederland (MON).

Ondanks verbeteringen nog steeds zware spits rond grote steden

De regionale verschillen in reistijd in de spits zijn groot. Gebieden met nog steeds een zware spits zijn Den Haag, Amsterdam, Utrecht en Flevoland. Vooral Den Haag blijft een zware ochtend- en avondspits houden met respectievelijk ruim 4 en 6 minuten extra reistijd. Toch zijn ook daar de reistijden in de spits verbeterd. De ochtendspits is 2 minuten korter, de avondspits een halve minuut. Voor Amsterdam is de avondspits zelfs sterk verminderd. Het reizen in de avondspits is nauwelijks nog trager dan het reizen buiten de spits terwijl de extra reistijd eerder4,5 minuut was. In de ochtendspits is de extra reistijd met een minuut gedaald naar 3,5 minuut extra reistijd. Dit is op een gemiddelde afstand van25 km, kleine afstanden tot 5 km zijn niet meegenomen. De gemiddelde extra reistijd maakt het moeilijker de reisduur van te voren in te schatten door onvoorziene vertragingen.

In sommige zware-spitsgebieden gaat het reizen in de spits echter niet sneller dan tien jaar geleden. Groot-Rijnmond bijvoorbeeld, het gebied rond Rotterdam, blijft een zware avondspits houden met 6 minuten extra reistijd. De ochtendspits is wel iets lichter met 2,5 minuut extra reistijd. In enkele gebieden is in de spits geen enkele tijdwinst geboekt, bijvoorbeeld in Oost-Groningen, Delft en Westland, Arnhem/Nijmegen en Zuid-West-Overijssel.

Landelijk beeld verhult regionaal zwaar spitsverkeer

In de periode 2010–2013 reed de automobilist 1,9 minuten langer in de ochtend- én de avondspits dan buiten de spits. In de periode 2004–2007 was die extra reistijd nog 2,7 minuten en 3,1 minuten. De doorstroming in de spits is dus verbeterd. Op een gemiddelde werkdag is degene die in de spits met de auto naar het werk gaat, nu (2010/2013) 1 minuut sneller ter plaatse dan tien jaar geleden (2004/2007). Dit is het beeld voor Nederland, regionaal blijft zwaar spitsverkeer bestaan. De winst in reistijd in de spits is genomen ten opzichte van de reistijden buiten de spits. Het gaat om deur-tot-deur autoritten van meer dan 5 kilometer. Buiten de spits reizen automobilisten tegenwoordig ook sneller dan tien jaar geleden, al is de snelheidswinst beperkt: 1 procent.

Lange spitsreizen veelal woon-werkverkeer

Autoritten langer dan 5 km zijn in de spits meestal woon-werkverkeer: in de ochtendspits is dat aandeel bijna 80 procent. Het zijn dan vooral werkenden die in de spits de auto besturen. Automobilisten zijn in de ochtendspits zelden 65-plussers (gepensioneerden). Zij reizen bij voorkeur buiten de ochtend- en avondspits. In de ochtendspits reizen automobilisten vaak alleen: slechts 0,1 passagier wordt meegenomen. Buiten de ochtendspits zitten in langere autoritten 0,3 passagiers.

Korte spitsritten met gezinsleden

Op korte ritten tot en met 5 km zitten er meer mensen in de auto. In de ochtendspits zijn dat naast de bestuurder nog 0,6 gezinsleden. Meestal zijn dat kinderen of partners die naar school of werk worden gebracht. De korte autoritten zijn dan ook meestal geen woon-werkritten, al is dit in de ochtendspits nog wel 40 procent van alle autoverkeer. Op korte afstanden is de auto niet het meest gebruikte vervoermiddel. Bijna 70 procentvan de korte verplaatsingen in de ochtendspits wordt gedaan met de fiets, bromfiets, scooter of lopend.

In de ochtendspits rijden er 2,4 miljoen auto’s op de weg, 1,7 miljoen auto’s leggen meer dan 5 km af. Voor de avondspits zijn het 2,8 miljoenauto’s, waarvan 1,8 miljoen meer dan 5 km rijden.

 

Onderwerpen:

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.