Meer onderzoek nodig naar grijze wegen

Erftoegangsweg zonder snelheidsbeperkende voorzieningen
Erftoegangsweg zonder snelheidsbeperkende voorzieningen

Er is een duidelijke tweedeling binnen de verkeerswereld als het gaat om de problematiek van de grijze wegen. Bepaalde partijen vinden dat moet worden vastgehouden aan de principes van Duurzaam Veilig terwijl andere bereid zijn concessies te doen. Die conclusie trekt een werkgroep die voor het ROV Zuid Holland onderzoek deed naar de problematiek rond wegen die niet in een van de gebruikelijke categorieën zijn in te delen. De werkgroep bestond uit vertegenwoordigers van wegbeheerders, politie en het Openbaar Ministerie.

Nadat veel wegen – al of niet sober – Duurzaam Veilig zijn ingericht, blijft er een aantal wegen over die niet goed volgens een van de drie Duurzaam Veilig categorieën ingericht kunnen worden. Dit noemen we de grijze wegen, aldus Rien Visser van het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland. Door middel van de literatuurstudie, de interviews en het veldwerk is getracht om het probleem rondom grijze wegen in Zuid-Holland helder te krijgen.
De diverse actoren blijken verschillend om te gaan met grijze wegen, zo blijkt uit de inventarisatie. Sommige partijen doen een poging om de grijze weg gestalte te geven – bijvoorbeeld door een extra wegencategorie te overwegen – terwijl andere stellig vasthouden aan de principes van Duurzaam Veilig. Naast een technisch probleem leidt dit ook tot een communicatieprobleem: de principes van Duurzaam Veilig zijn lastig uit te leggen en met de grijze wegen wordt de uitleg er niet makkelijker op.

Het probleem ten aanzien van grijze wegen is vooral technisch van aard, constateert de werkgroep verder. Een grijze weg kan niet volgens de kenmerken van de gekozen wegencategorie worden ingericht. Veelal is men het dus wel eens over de categorie (functie) van de weg maar is men niet in staat de weg als zodanig in te richten.
De belangrijkste oorzaak voor het niet conform de richtlijnen kunnen uitvoeren van een weg is ruimtegebrek maar ook het type verkeer (bijvoorbeeld bussen, landbouwvoertuigen of hulpdiensten) veroorzaakt de problemen met grijze wegen.
Er blijkt een verschil te zijn in de problematiek van grijze wegen in stedelijke en landelijke gebieden. De wrijving tussen de verkeersfunctie en de verblijfsfunctie van een weg en dus ook het probleem met grijze wegen, is het grootst in stedelijke gebieden. In landelijke gebieden komen echter ook problemen met grijze wegen voor. Op wegen door lichtbebouwde gebieden is de verblijfsfunctie minder zichtbaar waardoor weggebruikers vaak niet het gewenste verkeersgedrag vertonen.
De werkroep adviseert als eerste stap de definitie van grijze wegen aan te scherpen. Men stelt de volgende definitie voor: Een grijze weg een weg is waaraan wel een wegencategorie is toegekend, maar waarbij de vereiste inrichting niet of moeilijk in overeenstemming kan worden gebracht met de bijbehorende functie en het gebruik.
Verder zouden grijze wegen moeten worden gerubriceerd in een aantal hoofdgroepen waarbinnen vervolgens nadere probleemanalyses kunnen worden uitgevoerd en waarvoor aparte aanbevelingen kunnen worden opgesteld.

De werkgroep grijze wegen stelt de volgende indeling voor:
Binnen de bebouwde kom
50-min wegen, zoals:
• wegen met gescheiden rijbanen met vooral een verblijfsfunctie;
• smalle stadswegen met doorgaand verkeer waar breder maken onmogelijk is
• stadswegen met trambanen;
• wijkontsluitingswegen;
• traversen door dorpen;
30-plus wegen, zoals:
• dijkwegen
• wijkontsluitingswegen die niet goed in te richten zijn;
• wegen op bedrijfsterreinen;
• traversen door dorpen;
Buiten de bebouwde kom
• smalle veendijken;
• polderwegen;
• sommige provinciale wegen met parallelwegen.
Ook beveelt de werkgroep rekening te houden met de zienswijze van de weggebruiker. ‘Een goede verdiepingsslagslag is een belevingsonderzoek onder weggebruikers.’

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.