Leerlingen lopen steeds minder vaak naar school

Leerlingen moeten ongeveer 10 procent verder reizen om bij hun basisschool te komen dan in 1995. Het fietsgebruik is met 40 procent vrij constant gebleven maar wel lopen leerlingen steeds minder vaak naar school (nu minder dan 30 procent).

Enne de Boer is dit onderwerp aan de TU Delft gepromoveerd. De Boer onderzocht de concentratie van basis- en voortgezet onderwijs in de afgelopen decennia en wat deze concentratie heeft betekend voor de reisafstanden voor scholieren. Met die concentratie valt het volgens De Boer nogal mee. ‘Onder druk van plattelandsprovincies en onderwijsorganisaties heeft het Ministerie van Onderwijs het minimum aantal leerlingen in het basisonderwijs laag gehouden, en heeft het ook in het VMBO slechts een matige schaalvergroting doorgevoerd. Cruciaal was dat het Ministerie de instellingen toestond om de oorspronkelijke locaties te handhaven na gedwongen fusie met een andere instelling. Dat moest ook wel omdat er geen geld was voor vergroting van de hoofdlocaties. Een gespreide vestiging is voor de scholen aantrekkelijk omdat dit zorgt voor meer leerlingen. Afstand is de belangrijkste factor voor schoolkeuze.’
Uit de bestanden van het MON (MobiliteitsOnderzoek Nederland) haalde De Boer dat de leerlingen in het basisonderwijs tussen 1995 en 2006 ruwweg 10 procent verder zijn gaan reizen en die in het voortgezet onderwijs niet veel meer. De afstandsvergroting is dus minder spectaculair dan men misschien zou verwachten. ‘Plaatselijk kan zij niettemin zorgelijk worden genoemd’, stelt De Boer, ‘vanwege een mogelijke ‘verkeerde’ schoolkeuze, tijdverlies en grotere verkeersonveiligheid.’
De Boer heeft ook onderzoek gedaan naar de manier van verplaatsen. In het basisonderwijs is het fietsgebruik min of meer constant gebleven met circa 40 procent, maar er wordt geleidelijk wel minder naar school gelopen (minder dan 30 procent) en meer met de auto gebracht (zeker 25 procent). In het voortgezet onderwijs is het fietsen als vanouds dominant met een aandeel van ruwweg 75 procent, maar is een zekere verschuiving naar busvervoer opgetreden.
De Boer heeft de ontwikkelingen in Nederland vergeleken met die in Vlaanderen in de periode 1994–2000. In Vlaanderen speelde gedwongen schoolconcentratie niet en werden de verplaatsingsafstanden ook niet groter. Toch groeide daar het autogebruik op weg naar de basisschool tot circa 50 procent en werd ook zo’n 20 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs met de auto naar school gebracht.
‘Zeker dit laatste is deels het gevolg van een verschil in cultuur. Vlaamse meisjes fietsen wel naar de basisschool maar nauwelijks naar het voortgezet onderwijs.’ Dit wordt ze door bezorgde ouders verboden, vermoedt De Boer.
Volgens De Boer zou het gebruik van de auto voor vervoer naar school, net als in Vlaanderen, nadrukkelijk bestreden moeten worden. ‘Voor het kind biedt de woon-school-verplaatsing namelijk bij uitstek een leerschool voor deelname aan het verkeer.’

Onderwerpen:

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.