Straatbeeld Amsterdam (bron: Amsterdam)

‘Vertragen maakt van de straat een plek waar mensen willen zijn’

Wegen zijn middelen om van A naar B te komen, maar kunnen ook plekken zijn om elkaar te ontmoeten, te verblijven en te spelen. Een snelheidsverlaging van 50 naar 30 kilometer per uur biedt kansen om de publieke ruimte te herwinnen, denkt stadspsycholoog Sander van Ham. “Door te vertragen, kunnen we plekken maken waar we ons prettig voelen en waar de mens centraal staat. Met andere woorden: de straat is niet ingericht voor verkeersstromen, maar voor beleving.”

Hij wijst erop dat de behoefte aan prettige verblijfsgebieden in de openbare ruimte is toegenomen door corona. Mensen willen niet alleen in groene parken tijd doorbrengen; ook de situatie voor de deur moet aantrekkelijk zijn. Omdat forenzen vaker thuis waren en – als de thuiswerktrend duurzaam blijkt te zijn – in de toekomst blijven, verlangen ze goede plekken om buiten te kunnen zitten en fijne routes om te wandelen. “Deze motie komt nu dus wellicht als geroepen.”

Steeds meer steden willen de voetganger of fietser op de eerste plek zetten in hun nieuwe mobiliteitsbeleid. Verder noemt Van Ham de leef- of droomstraten. Het concept werd in Gent al beproefd en vond daarna navolging in Rotterdam. Bewoners kiezen er dan oor om de straat een maand lang autovrij te houden. “Bij dit soort concepten zien we bijna altijd een wens en behoefte van de mens om iets anders te doen met die publieke ruimte.”

Architectuur

De behoefte om de straat niet alleen te gebruiken om te reizen, lijkt een terugkeer naar vroeger. Omdat de mobiliteit in deze straten veel langzamer ging, paste de architectuur én het leven op straat zich daaraan aan. Van Ham noemt dit de ‘vijf-kilometer-per-uur-architectuur’. Het verkeer bewoog langzaam genoeg dat bijvoorbeeld vermaak en handel op straat konden plaatsvinden.

Door de komst van de snelle auto veranderde dit. Straten werden ingericht om alle ruimte te geven aan de auto, terwijl andere functionaliteiten nauwelijks worden gefaciliteerd. “Dat past bij het concept van beweging dóór de ruimte, maar niet bij verblijven of bewegen ín een ruimte.” Maar straten voor autoverkeer zijn volgens Van Ham meestal plaatsen die zielloos aanvoelen. Geen plekken waar je even fijn gaat zitten.

Shared space

Die trend lijkt te keren. Zo is shared space een concept dat terrein wint. Van Ham noemt zo’n locatie achter Amsterdam Centraal. Duizenden fietsers, wandelaars en scooters delen daar de ruimte, zonder dat er verkeersborden of verkeerslichten aan te pas komen. Bijna-botsingen gebeuren er wel eens, meent Van Ham, maar zware botsingen of doden niet.

“Mensen zijn prima in staat om dit zelf te reguleren. Er zijn meer fricties, maar wrijving maakt glans”, betuigt hij. “Zijn dit soort omgevingen met veel frictie en dus vertragingen niet juist de ruimte waarin we die verkeersveiligheid vinden? Waarin we plezier vinden en mensen dus willen komen?”

Perspectief van vertraging: nabijheid

Van Ham wijst erop dat vertraging drie perspectieven biedt voor omgevingen. Overheden moeten allereerst denken aan nabijheid. Vertragen biedt voordelen, maar zorgt er daarentegen voor dat mensen minder ver komen. Dit vereist dus dat mensen voldoende voorzieningen dichtbij hebben. En dan niet alleen economische voorzieningen, maar ook bijvoorbeeld plekken om elkaar te ontmoeten en waar kinderen kunnen spelen.

Dat heeft een positieve impact op duurzame mobiliteit. Mensen laten de auto daadwerkelijk vaker links liggen als ze het idee hebben dat ze voorzieningen snel kunnen bereiken. “Hoe nabijer we voorzieningen ervaren, hoe eerder we geneigd zijn voor een ander type vervoer te kiezen”, legt van Ham uit. Daarvoor is het volgens hem geen vereiste dat de voorzieningen in een centrum bij elkaar liggen. Sterker nog: in wijken en dorpen waar die zijn geclusterd, kiezen mensen vaker voor inactief vervoer.

Perspectieven van vertraging: comfort

Het tweede perspectief is comfort. De stadspsycholoog beschrijft enkele onderzoeken die concluderen dat bewoners vaak positiever zijn over gebieden waar weinig gemotoriseerde voertuigen rijden en vooral niet al te hard. “Hoe minder intensief het verkeer, hoe meer contact er ontstaat. Inwoners rekenen hun leefomgeving eerder tot hun ‘thuis’ naarmate de verkeersintensiteit afneemt.”

Volgens Van Ham vraagt dit van lokale overheden dat ze keuzes maken over de weginrichting. Hoe wordt gekeken naar parkeren in relatie tot de breedte van de stoepen? Hoe gaan we om met geluidsoverlast? Harder rijdende auto’s maken meer herrie. “Als we langzamer gaan rijden, kan dat zomaar een paar decibel schelen.”

Nu steeds meer mensen zich zorgen maken om het klimaat, merkt Van Ham dat dit effecten heeft op het ruimtegebruik en de inrichting van straat. Inwoners vragen om bomen en lijken bereid daarvoor parkeerplaatsen op te geven. Door actieve modaliteiten te stimuleren, ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld voetgangersvriendelijke kruispunten en bredere stoepen. In elke stad, regio of dorp is het belangrijk om te kijken naar de mogelijkheden. Daarbij benadrukt Van Ham dat hij niet tegen de auto is – het gaat vooral om de balans.

Perspectieven van vertraging: verrijking

Als laatste draait het om verrijking. “Wie een interessant leven leidt, krijgt interessante hersenen”, stelt de stadspsycholoog. Dit resultaat ontstaat eveneens bij interessante omgevingen, maar gebieden die zijn ingericht op auto’s zijn nauwelijks prikkelend. Als lokale overheden nadenken over de herinrichtingen van straten en wijken, moeten ze dan ook vooral de inwoners betrokken. “Op het moment dat het gaat over verbetering van eigen straat, krijg je eigenlijk altijd wel de handen op elkaar.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.