Mobiliteit neemt sinds 2005 niet meer toe

Na een zeer sterke groei in de jaren tachtig en negentig neemt de totale binnenlandse mobiliteit van personen sinds 2005 niet meer toe. Dit geldt vooral voor het autogebruik. Het is niet duidelijk waar dat – behalve door de kredietcrisis – door komt. Dat blijkt uit de Mobiliteitsbalans 2011 van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

De helft van alle verplaatsingen in Nederland gebeurt met de auto, een kwart met de fiets, één op de vijf lopend en één op de twintig met het openbaar vervoer. Van de afgelegde kilometers neemt de auto bijna driekwart voor zijn rekening, het openbaar vervoer 13 procent en de fiets 8 procent.

In 2010 legden de Nederlanders in eigen land ongeveer 3 procent meer kilometers af dan in het jaar 2000. De toename in dit decennium is veel kleiner dan in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Sinds 2005 doet zich in het binnenlandse vervoer een stabilisatie voor, vooral in het autogebruik. Dit is ook zichtbaar op het hoofdwegennet, waar de verkeers¬omvang in 2009 en 2010 zelfs licht daalde. De kredietcrisis had duidelijk een dempend effect op de groei van de mobiliteit. Het is echter nog niet duidelijk waarom de mobiliteit al vóór de kredietcrisis stabiliseerde. Andere westerse landen laten eenzelfde beeld zien, aldus het KiM.

Auto
De stabilisatie van het autogebruik hangt samen met de afname van het aantal kilometers dat Nederlanders op de passagiersstoel of achterbank van de auto afleggen. Dit aantal is de afgelopen 10 jaar namelijk met 9 procent gedaald, vooral sinds 2005. Mensen rijden vaker alleen in de auto. Dat komt doordat de huishoudens steeds kleiner worden en binnen het huishouden meer mensen zelf over een auto beschikken. Dit laatste geldt vooral voor vrouwen. Autobestuurders legden over de periode tussen 2000 en 2010 in totaal 9 procent meer kilometers af. Deze groei vlakte vanaf 2006 af. De toename van de afgelegde kilometers door autobestuurders tussen 2000 en 2010 komt vooral door de bevolkingstoename en doordat men vaker en verder reist voor het werk.

Vrije tijd
De vrijetijdsmobiliteit nam de afgelopen 25 jaar enorm toe door de stijging van het inkomen, de toename van het autobezit, de daling in de gebruiks¬kosten van de auto en de toename van het aanbod van vrijetijdsvoorzienin¬gen. Deze stijgende trend lijkt de afgelopen jaren echter tot staan gebracht: men reist doorgaans minder vaak, maar wel verder weg. Dat laatste komt mogelijk door een schaalvergroting in de vrijetijdssector: het aanbod aan attracties is toegenomen en gevarieerder geworden. Ook lijken reizen naar het buitenland steeds vaker de vrijetijdsverplaatsingen binnen Nederland te vervangen.

Openbaar vervoer
Tussen 2000 en 2010 nam het aantal kilometers dat met de trein werd afgelegd met 14 procent toe. Vooral de groei van de bevolking en de ontwikkeling van de economie droegen daar aan bij. De verhoging van de tarieven remde de groei van het treingebruik in die periode af. De toename van het treingebruik is de afgelopen jaren aan het afvlakken.

Op landelijk niveau spelen trein, bus, tram en metro met 5 procent van alle reizen een bescheiden rol. Plaatselijk echter bestaan grote verschillen. Zo doet het gebruik van het openbaar vervoer naar de vijf grootste stedelijke regio’s in de ochtendspits nauwelijks onder voor de auto. Scholieren en studenten zijn goed voor ruim 40 procent van alle trein-, bus-, tram- en metrokilometers. Het totale gebruik van het stads- en streekvervoer in Nederland bleef van 2000 tot 2010 ongeveer gelijk. Fietsers hebben de afgelopen 10 jaar in totaal 13 procent meer kilometers afgelegd. Dat komt deels door de toename van de bevolking, maar vooral doordat de reisafstanden per fiets zijn toegenomen.

Files
Het reistijdverlies door files en verkeersdrukte nam in de periode 2000-2010 op het hoofdwegennet met 49 procent toe. Zonder de aanleg van spitsstro¬ken, wegverbredingen en maatregelen op het gebied van verkeersmanage¬ment zou het tijdverlies in 2010 wellicht 15 procent hoger zijn geweest, zegt het KiM. In 2009 daalde het reistijdverlies met 10 procent als gevolg van de kredietcrisis. In 2010 nam het weer toe met 6 procent; daarmee is het nog niet op het niveau van vóór de crisis.
Tot 2000 liep het reistijdverlies op het hoofdwegennet in grote lijnen gelijk op met de verkeersomvang. Vanaf 2000 veranderde dit patroon en nam het reistijdverlies sterker toe dan de verkeersomvang, maar er kwamen ook fluctuaties voor. Vooral de laatste jaren is van een stabiel verband geen sprake meer. Dit komt doordat de verkeersomvang op het hoofdwegennet op een aantal plaatsen en tijden de maximale capaciteit bereikte. Kleine, lokale veranderingen leidden zo tot grote schommelingen in reistijdverlies. Er is dan ook geen eenvoudige vuistregel meer om reistijdverliezen te voorspellen.
De kosten van files en vertragingen op het Nederlandse hoofdwegennet lagen in 2010 tussen de 2,8 en 3,7 miljard euro. Dat is gemiddeld ongeveer 8 procent meer dan in 2009.

 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Onderwerpen:

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.