Daimler en Bosch

KiM-directeur: ‘Hoge tempo van innovaties in automotive-sector mooie ontwikkeling’

Elektrische auto’s, drones en zelfs autonome voertuigen – de automotive-sector innoveert de laatste jaren flink, ziet George Gelauff, directeur van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Hij vindt het een erg mooie ontwikkeling. Ze maken steden bereikbaarder, dragen bij aan duurzaamheid en/of maken het leven makkelijker. En ze zijn in ieder geval voer voor interessante studies. Deel drie van een serie terug- en vooruitblikken.

De innovaties in de automotive-sector de laatste jaren, daar wordt George Gelauff enthousiast van. Hij wijst op de elektrische auto, de drone en de zelfrijdende auto. “Lange tijd leek die sector vooral gelijkelijk te innoveren. Vooruitgang was er, maar de stappen waren klein. Nu worden er ineens flinke stappen gemaakt.”

Dit komt voor een groot deel, denkt Gelauff, door de ontwikkelingen in de techniek. Daardoor is ineens veel meer mogelijk: batterijen worden beter, voertuigen kunnen hun omgeving monitoren, verkeersstromen kunnen gestuurd worden, om maar wat te noemen. En, zegt hij, vergeet niet nieuwe toetreders als Tesla-baas Elon Musk niet. Zij investeren flink in nieuwe technieken en genereren veel aandacht.

Drietal trends

Het past, zegt Gelauff, ook bij een drietal trends: duurzaamheid wordt steeds belangrijker, stedelijke bereikbaarheid staat hoog op de agenda en rondom de zelfrijdende auto gebeurt veel. Duurzaamheid is voor veel bedrijven een trigger om te blijven innoveren, ziet hij. Vrachtwagens waren vroeger te zwaar om te elektrificeren, nu zijn er lichtere types waarbij dat al wel kan.

Daarnaast denken steden hard na over hoe ze ook in de toekomst goed bereikbaar blijven, vertelt Gelauff. Dit thema wordt volgens hem komende jaren nóg belangrijker. Het is een onderwerp wat op de rol staat om te onderzoeken. “We willen uitzoeken wat parkeerbeleid doet met bereikbaarheid”, zegt Gelauff. “Steden hebben hier grote uitdagingen: ze groeien, er moeten meer huizen komen, maar plek voor de auto is er bijna niet.”

Bereikbaarheid

Ook een ander aspect van bereikbaarheid wil hij onderzoeken. Hij wijst op het begrip vervoersarmoede: daarvan is sprake als mensen relatief moeilijk toegang hebben tot vervoer – als ze geen auto hebben bijvoorbeeld, of in een gebied wonen met weinig OV-verbindingen. De laatste tijd wordt daar van verschillende kanten aandacht voor gevraagd, ziet hij. Hij vindt het belangrijk om te onderzoeken. Zo kan duidelijk worden wat het eigenlijk precies is, hoe groot het is en of er wat tegen gedaan moet en kan worden. Bovendien heeft vervoersarmoede een ethisch aspect: heeft iedereen recht op een betaalbaar vervoersmiddel?

Het aantal files is het afgelopen jaar gelijk gebleven. En dat terwijl het aantal in de twee jaren ervoor juist flink gegroeid is.

In het verlengde hiervan ligt MaaS – Mobility as a Service. Dit onderwerp is ook erg aan het opkomen, ziet Gelauff. Ook met dit onderwerp houdt het KiM zich dit jaar bezig. Verschillende aspecten van MaaS komen hierin naar voren. Hij somt op: wat is de rol van de overheid bijvoorbeeld? Hoe verandert het gedrag van de reiziger? Wat zijn de kosten? Hoe kan het totale vervoersaanbod het beste georganiseerd worden? Hoe gaan andere landen met MaaS om?

Niet vastlopen

Gelauff ziet Nederland overigens niet direct vastlopen. Hij wijst erop dat het aantal files het afgelopen jaar niet is gegroeid, maar gelijk gebleven is. En dat terwijl het aantal in de twee jaren ervoor juist flink gegroeid is. “Dit is interessant – we zijn het aan het onderzoeken, verschillende mechanismen zijn denkbaar. In de periode 2011-2014 was de filedruk relatief laag. Dat kwam deels door de crisis, maar vooral doordat er veel rijstroken bijgekomen waren. Mogelijk zochten automobilisten in die tijd de spitstijden weer op. De jaren daarna trok de economie weer aan en liep de filedruk op. Het afgelopen jaar reizen mensen misschien weer wat meer verspreid, en zijn er ook een aantal nieuwe rijstroken bijgekomen.”

Een derde trend die Gelauff signaleert, is dus de aandacht voor de zelfrijdende auto. Het KiM heeft er afgelopen jaar onderzoek naar gedaan, vertelt hij. Onderzoekers schetsten verschillende scenario’s en de verschillende transitiepaden daarnaartoe. Het is een onderzoek waar hij met enige gepaste trots op terugblikt. Hij ziet ook dat de overheid veel aandacht heeft voor de zelfrijdende auto : er wordt volop mee geëxperimenteerd bijvoorbeeld, en er wordt gekeken naar regelgeving. Maar, benadrukt Gelauff, de zelfrijdende auto is er nog niet. Er moet nog flink wat gebeuren eer het zo ver is.

Toegankelijker

Wil iedereen gebruik gaan maken van noviteiten als elektrische auto’s drones, MaaS en autonome voertuigen, dan moet er nog wel heel wat gebeuren, denkt Gelauff. Natuurlijk, er is altijd een kleine groep die voorop loopt. Die nieuwe ontwikkelingen op de voet volgt. Die de koopkracht heeft. Maar daarmee is de rest nog niet mee. Drie dingen kunnen helpen volgens hem. De noviteiten worden steeds goedkoper, en worden daardoor toegankelijker, verwacht hij. En mensen moeten zien dat ze veel beter uit zijn: de reismogelijkheden worden veel diverser en makkelijker. En tenslotte kan een levensveranderende gebeurtenis bijdragen: een verhuizing bijvoorbeeld kan mensen uit ingesleten reispatronen halen.

Lees hier interview 1. Directeur Fietsersbond: auto staat nog te centraal

Lees hier interview 2: SWOV-directeur: verkeersveiligheid heeft nieuwe impuls nodig.

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VerkeersNet.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.