‘Veel onduidelijkheid bij het begrip stedelijke bereikbaarheid’

Kijk bij stedelijke bereikbaarheidsvraagstukken naar functie van de stad en neem niet alleen het perspectief van bezoekers en forenzen mee, maar ook van de bewoners. Dat stelt het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in een onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Doel van het onderzoek was het begrip stedelijke bereikbaarheid in kaart brengen. Veel onderzoekers en beleidsmedewerkers worstelen namelijk met het begrip, ziet het KiM.

Stedelijke bereikbaarheid is een complex thema, concludeert het KiM na het raadplegen van verschillende informatiebronnen, waaronder literatuur, experts en verschillende mobiliteitsplannen. Zo hebben steden vaak te weinig visie, met gevolgen voor de invulling van de bereikbaarheid. Mobiliteitsplannen van verschillende steden bieden op zich wel aanknopingspunten, maar geven tegelijk geen algeheel beeld. Bovendien is over het effect van veel maatregelen nog weinig bekend. Onderzoekers ontbreekt het vaak aan voldoende gegevens, waardoor publicaties vaak meer vragen dan antwoorden tonen.

Denkraam

Een eenduidige definitie geven van stedelijke bereikbaarheid acht het KiM dus niet mogelijk, net als het opstellen van een set indicatoren. Het alternatief is daarom een denkraam dat beleidsmakers kunnen gebruiken om keuzes te maken en maatregelen te nemen op het gebied van stedelijke bereikbaarheid.

Kijk welke functies een stad heeft of zou moeten hebben en wat de locatie daarvan is of zou moeten zijn, luidt het eerste punt. Dit betekent dat er een visie moet zijn op een stad. Is een stad bijvoorbeeld vooral een toeristische stad, een havenstad, een industriestad of wil ze een gezonde stad zijn? Ga vervolgens, is het tweede punt, niet alleen uit van de bezoekers en forenzen, maar ook van de bewoners. Op basis hiervan wordt duidelijk wie waar, wanneer, waarom in de stad is en met welke modaliteiten deze doelgroepen het beste kunnen reizen.

Afweging

Dat betekent, stelt het KiM, dat er een afweging gemaakt moet worden tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en milieukwaliteit. Gegeven de uitkomst hiervan kunnen beleidsmakers kiezen voor een of meer benaderingswijzen, om van daar uit maatregelen te nemen. Eenmaal gekozen voor een manier, kan bepaald worden met welke indicatoren de effecten kunnen worden gemeten.

Ook belangrijk is om onderscheid te maken in de schaalniveaus lokaal, regionaal en nationaal, staat in het raamwerk. Dat is te vertalen in het onderscheid tussen de bereikbaarheid binnen de stad en van/naar de stad. Dat is belangrijk, verklaren de KiM-onderzoekers, onder andere omdat de modal split binnen de stad anders is dan van en naar de stad, en omdat de de bebouwingsdichtheid doorgaand hoger is binnen de stad.

First and last mile

Denk ook goed na, benadrukken ze, over welke rol de overheid moet spelen – en of bijvoorbeeld niet een andere partij het bereikbaarheidsprobleem (mede) kan oplossen. Specifieke aandacht verdient volgens hen ook de first and last mile van een reis.

Het KiM roept beleidsmakers tenslotte op om bereikbaarheidsproblemen niet gelijk op te lossen met het klassieke antwoord ‘meer infrastructuur’, maar om te kijken of er ook andere oplossingen zijn, bijvoorbeeld: verdichting of veel functies binnen korte afstand van elkaar, waardoor minder infrastructuur nodig is.

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VERKEERSNET.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.