PBL: hoofdnet goed, bereikbaarheid en vestigingslocatie kunnen beter

Het hoofdnet voor zowel auto als OV is de laatste jaren uitgebreid, maar de bereikbaarheid kan beter. Ook blijken veel banen en huizen vooral te vinden bij snelweglocaties. Nederland is al met al aardig op weg om de doelen te behalen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Dat blijkt uit de Monitor Infrastructuur en Ruimte 2018, de vierde rapportage over het doelbereik van de structuurvisie. De cijfers zijn voor een groot deel gebaseerd op metingen uit 2016.

‘Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid’, dat was een van de hoofddoelen uit de structuurvisie. In deze visie uit 2012 schetste IenM een vergezicht voor de terreinen bereikbaarheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Stip aan de horizon is 2040.

Onderdeel van het hoofddoel zijn drie subdoelen, waarvan een robuustheid van het hoofdnet het eerste is. Hierover zijn de onderzoekers enthousiast. Het hoofdnet voor zowel auto als OV is uitgebreid en het aantal stations en haltes nabij autosnelwegafslagen is toegenomen. Nederland is dus goed op weg, concluderen ze.

Randstad

Wel merken ze het volgende op. “Wanneer bereikbaarheid wordt beoordeeld op basis van de te halen reissnelheid, dan resulteert dat voor de auto in relatief betere scores aan de randen van het land (…) en minder goede scores in het westen. Ook valt op dat de reissnelheid in de noordvleugel van de randstad hoger ligt dan in de zuidvleugel van de randstad.” Als mogelijke verklaring hiervoor noemen de onderzoekers een verruiming van de wegcapaciteit, en daarmee een betere doorstroming van het verkeer, aan de westzijde van Amsterdam.

Kijken de onderzoekers naar het openbaar vervoer, dan zien ze dat vooral de grote steden relatief goed bereikbaar zijn. Ook merken ze op dat gemeenten met een treinstation scoren beter dan het landelijk gemiddelde.

Capaciteit

Subdoel twee is een betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem. Hier is volgens de PBL-onderzoekers nog winst te behalen.

Het goede nieuws is dat de congestie niet is toegenomen. “Het aantal trajecten met de gewenste reistijd in de spits is in de periode 2000-2016 per saldo gelijk gebleven, en schommelt rond de 90 procent”, zo staat in het rapport. Maar de bedoeling is dat op alle trajecten in de spits acceptabele rijstijden worden bereikt. Een acceptabele reistijd op de snelwegen tussen steden in de spits is gedefinieerd als maximaal anderhalf keer de gemiddelde reistijd buiten de spits.

Multimodaal

Het valt de onderzoekers verder op dat het aantal arbeidsplaatsen op autosnelweglocaties is sterker toegenomen (47 procent) dan op multimodaal ontsloten locaties (34 procent). Maar het tegengestelde was eigenlijk het doel.

Wat betreft de ontwikkeling van het aantal inwoners in relatie tot infrastructuur is het beeld juist andersom, staat in het rapport. “Was de toename lange tijd het grootst op autolocaties, de laatste jaren is deze groter op multimodale locaties.” Dat klinkt positief en is de bedoeling. Maar, zeggen de onderzoekers: over de totale periode 1996-2016 was de toename op multimodale locaties even groot als op autolocaties.

Beschikbaarheid

Subdoel drie is het in stand houden van het hoofdwegennet. “Het hele hoofdinfrastructuurnetwerk voldeed in de afgelopen jaren vrijwel steeds aan de beschikbaarheidsnormen”, schrijven de onderzoekers. Conclusie: goed op weg.

Op dit moment is de Nationale Omgevingsvisie in voorbereiding. Die zal de SVIR vervangen. Deze Nationale Omgevingsvisie zal in 2019 verschijnen. Het PBL heeft destijds IenM toegezegd om de monitor van de SVIR met ingang van 2020 omgebouwd te hebben tot een monitor van de Nationale Omgevingsvisie.

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VERKEERSNET.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.