Vervoersysteem, reisbehoeften en maatschappelijke effecten lastig te harmoniseren

Van een geïntegreerd vervoersysteem is nog geen sprake in Nederland. Dat is het pas wanneer het aanbod verkeers- en vervoersvoorzieningen goed aansluit op de verplaatsingsbehoeften, de positieve maatschappelijke effecten maximaal en de negatieve effecten beperkt zijn. Maar harmonie hiertussen is lastig. Deze conclusie trekt het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in de notitie ‘De contouren van een meer geïntegreerd vervoersysteem’. Dit thema is belangrijk voor de ontwikkeling van Mobility as a Service (MaaS).

Een geïntegreerd vervoerssysteem bestaat uit allerlei in elkaar grijpende onderdelen, beschrijven de onderzoekers. Het gaat niet alleen om de verschillende vervoersvormen en de organisatie daaromheen, maar ook om de vervoersbehoefte en de effecten op onder meer congestie, directe leefomgeving en het klimaat. Hierop voortbordurend formuleren de onderzoekers drie voorwaarden waaruit zo’n vervoersysteem bestaat.

De eerste is dat verkeers- en vervoersvoorzieningen een samenhangend en als eenheid functionerend geheel vormen. Hierin moeten mogelijkheden tot uitwisseling, aanvulling en wederzijdse versterking aanwezig zijn. De tweede is dat verkeers- en vervoersvoorzieningen zo goed mogelijk aansluiten op de verplaatsingsbehoeften. Dit slaat volgens de onderzoekers zowel op goederen en personen. De derde voorwaarde is dat de positieve maatschappelijke effecten van verkeers- en vervoersdiensten maximaal en negatieve effecten beperkt zijn.

Best logisch

Het huidige vervoersysteem voldoet nog niet volledig aan de drie voorwaarden en is daardoor nog niet volledig geïntegreerd, stellen de onderzoekers. Zo is bijvoorbeeld het openbaar vervoer op dit moment voor lang niet alle autoverplaatsingen een volwaardig alternatief als het gaat om een acceptabele reistijd. Dat is volgens hen ook best logisch: het volledig uitwisselbaar maken van beide vervoerwijzen brengt onevenredig hoge (maatschappelijke) kosten met zich mee.

Een ander voorbeeld is dat het aandeel multimodale verplaatsingen (circa 3 procent in het personenverkeer) nog zeer beperkt blijkt. Het is volgens de onderzoekers niet altijd even duidelijk wat nodig is om hier verandering aan te brengen. Te denken valt volgens hen aan het verbeteren van de kwaliteit van de alternatie vervoerswijzen of het opwerpen van drempels zodat ‘traditionele’ modaliteiten zoals de auto minder gebruikt worden.

Hoe dan wel?

Het KiM onderzocht ook hoe het systeem dan wel meer geïntegreerd kan worden. Eigenlijk is dat heel lastig, concluderen de onderzoekers. Het huidige vervoersysteem is in hoge mate complex en kent een grote dynamiek. Dat maakt dat ambities conflicteren en dat doelen niet of nauwelijks volledig met elkaar in overeenstemming te brengen zijn. Het systeem zal zich qua integratie altijd ergens tussen nul en één bevinden, schrijven de onderzoekers. ‘Volledig geïntegreerd’ wordt daarmee volgens hen een wat leeg begrip.

Ze benadrukken dat het wel van belang is om zoveel mogelijk inefficiënties uit het systeem te halen. Hierdoor kan gewonnen worden op het ene doel zonder andere doelen (in grote mate) geweld aan te doen. Daarmee wordt het systeem meer geïntegreerd. Bepaalde technologische en organisatorische innovaties zouden kunnen helpen bij het wegnemen dergelijke inefficiënties.

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VERKEERSNET.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.