Eric Mink FOTO Richard Theemling/VerkeersNet

Gunning eerste MaaS-pilots in mei, 24 partijen in totaal in de race

De planning is dat de eerste MaaS-pilots in mei gegund worden: die in Eindhoven en Utrecht. In juli moet meer dan de helft gegund zijn. 24 partijen maken kans om de pilots te gaan draaien. Snel na de gunning moeten de eerste resultaten zichtbaar worden. Dat vertelde Eric Mink, projectmanager innovatieve mobiliteit bij het ministerie Infrastructuur en Waterstaat, op de tweede editie van het MaaS Congres in Rotterdam.

Dat er iets moet gebeuren om Nederland bereikbaar te houden is duidelijk, benadrukt Mink. “We lopen vast. En aan de andere kant zien we een verschraling van OV en sociale voorzieningen voor mensen met een handicap.”

Meer sporen en wegen aanleggen is de standaard reflex van de overheid, zegt hij, maar het is niet de oplossing. “Het is niet alleen onbetaalbaar aan het worden, het helpt ook niet om de doelstellingen op gebied van bereikbaarheid en duurzaamheid te halen.”

Veel discussie

In plaats van op infrastructuur, stelt hij, zouden we ons moeten focussen op data en de wens van de reiziger. De prioriteiten moeten, met andere woorden, in een andere volgorde komen te staan. Dat is een compleet nieuwe aanpak, maar wel eentje waar veel winst mee te behalen is.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Driehoek focus mobiliteit BEELD Min I&W

Deze omslag maken het ministerie en verschillende regionale overheden met het uitrollen van de zeven MaaS-pilots. Mink pakt de definitie van Mobility as a Service erbij – een definitie waar afgelopen jaren veel discussie over was en waar steeds weer aan geschaafd is, maar die nu wel redelijk vast lijkt te staan.

Het concept slaat op een app waarmee je reizen met tal van vervoersmiddelen kunt plannen, boeken en betalen en die je onderweg ondersteunt met reisinformatie. Het ideale gevolg: mensen volgen het meest ideale traject van A naar B en de doorstroming en luchtkwaliteit verbetert.

Belangrijke pijlers

Dat er afgelopen jaren nooit geëxperimenteerd is met nieuwe mobiliteitsconcepten is te kort door de bocht. Er is afgelopen jaren veel ‘gepilot’, maar het heeft nog weinig opgeleverd, vertelt Mink. “De belangrijkste reden is dat de schaalgrootte beperkt was: het was op een beperkt gebied of modaliteit gericht.”

Vandaar dat ministerie en regio dachten: wil MaaS impact hebben, dan moeten we het grootschalig aanpakken. En we moeten het zo doen dat er een markt ontstaat. En dat de reiziger centraal staat. Opschaling, publiek-private samenwerking en datadeling en privacy zijn al met al belangrijke pijlers.

Grensoverschrijdend

Dit alles resulteerde in het uitrollen van zeven MaaS-pilots. En allemaal hebben ze een andere focus. Het idee daarachter is dat zo de meeste inzichten opgedaan worden. De pilot in Groningen-Drenthe is geconcentreerd op het bereikbaar houden van het platteland. Die in Twente ook, maar heeft het wmo-vervoer als vertrekpunt. De pilot rond Rotterdam-The Hague Aiport moet een gebied ontsluiten waar niet heel veel OV beschikbaar is.

Die in Eindhoven is gericht op werkgevers en werknemers en op het behalen van milieuwinsten. Die in Amsterdam moet de Zuidas, die op de schop gaat, bereikbaar houden. Ook in de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn wordt een pilot uitgerold. Daar wordt gekeken of deelconcepten de wijk kunnen ontsluiten. In Limburg tenslotte gaan ze aan de slag met grensoverschrijdend vervoer.

Whatapp

De bedoeling is wel dat de pilots geen losse eilandjes blijven. Opschaling, het liefst naar landelijk, dat is zoals gezegd, het idee. “Massa is kassa. Met tienduizend reizigers maak je geen businesscase. Het gaat over tienduizenden, zo niet honderdduizenden reizigers per dag. Willen we van MaaS een succes maken – commercieel en qua publieke doelen – dan moet je er landelijk mee kunnen reizen, moeten de landelijke vervoerders meedoen, moet het betaalsysteem goed werken en moet er een heel aantrekkelijk product liggen.”

Whatsapp had in 2,5 jaar tijd 8 miljoen gebruikers. Stel je voor dat een van jullie zo’n killerapp voor MaaS aan het bouwen is

Het kan snel gaan, benadrukt Mink. “Whatsapp had in 2,5 jaar tijd 8 miljoen gebruikers. Stel je voor dat een van jullie zo’n killerapp voor MaaS aan het bouwen is. Dan kan er wel eens een hele grote impact op het vervoergebruik van de reiziger ontstaan.”

Interesse

Die publiek-private samenwerking is als volgt vormgegeven, vertelt Mink. Ministerie en regio’s hebben gekozen voor een getrapte aanbesteding. Geïnteresseerde partijen moeten zich eerst in aanmerking komen voor een raamovereenkomst en maken pas daarna kans op het runnen van een pilot.

De interesse om mee te doen was groot, zo bleek volgens Mink tijdens de marktconsultatieronde, eind 2017. Vorig jaar vond er een nieuwe consultatie plaats. Hierbij waren 61 partijen betrokken. Het ministerie spoorden ze aan, vertelt Mink, om samen te werken om een zo goed mogelijke MaaS-dienst te kunnen ontwikkelen.

Beetje bang

41 brede consortia schreven zich in voor de raamovereenkomst. “Het is een hele interessante lijst: verzekeraars, banken, grote IT-partijen, OV-bedrijven, automobielfabrikanten, dealers, taxiondernemingen…. MaaS is dus voor de hele industrie een kans. Voorwaarde voor inschrijving was wel dat partijen data met elkaar en met ons moeten delen. We waren dus een beetje bang dat dat tot minder inschrijvingen zou leiden. Maar we kregen er uiteindelijk toch 41.”

Op basis van de beoordelingscriteria zijn 24 partijen daadwerkelijk toegelaten. Dat is nu zo’n twee maanden geleden. Zij maken ‘kans’ om een pilot te gaan draaien. “De planning is dat de meeste pilots in mei, juni worden gegund en dan hoop ik dat we heel snel de eerste resultaten gaan zien.” Uit het schema dat Mink laat zien blijkt dat Eindhoven en Utrecht al in mei aan de beurt zijn en dat in juni en juli drie andere plekken volgen. Zo rond het vierde kwartaal van dit jaar zijn de laatste twee aan de beurt: Twente en Groningen/Drenthe.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Planning gunning pilots BEELD Min I&W

En komen die resultaten, dan kan er geleerd en gefinetuned worden, zegt Mink. Hij vertelt dat alle data bij TNO verzameld wordt, dat er maandrapportages opgemaakt worden en dat TNO, het KiM, CROW, Connect en verschillende universiteiten hun onderzoeken naar de MaaS-pilots met elkaar gaan delen.

Onpartijdige partij

Momenteel is het ministerie ook druk bezig met het ontwikkelen van standaarden, vertelt Mink. “Wil je dat de platforms van bijvoorbeeld alle deelfietsaanbieders en deelautoaanbieders goed op elkaar aansluiten, wil je het betaalverkeer goed regelen, dan helpt het als een onpartijdige partij als de overheid gesprekken faciliteert om tot standaarden te komen.

Zeker voor de pilot in Limburg met grensoverschrijdend vervoer is dit ontzettend belangrijk. We werken hiervoor samen met de MaaS Alliance, België, Luxemburg en Nordrhein Westfalen. En dit kan weleens de opmars zijn naar een internationaal MaaS-platform.”

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VerkeersNet.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.