Bas Scholten op het MaaS Congres over beleid deelmobiliteit FOTO Richard T

Breed overleg essentieel voor deelmobiliteit

Mobility as a Service en deelmobiliteit kun je zien als één geheel waar je als gemeente beleid op kunt baseren. In Eindhoven worden met die werk- en denkwijze vorderingen gemaakt. Bas Scholten van APPM en Astrid Zwegers van de gemeente vertelden erover tijdens het MaaS Congres in Rotterdam.

Eindhoven is als vijfde stad van Nederland een groeiende gemeente met een steeds drukker centrum. Daarom wordt er ingezet op minder autogebruik en meer lopen, fietsen en reizen per OV. De coalitie stuurt actief aan op ‘verduurzaming van verplaatsing’, onder meer door elektrisch vervoer te bevorderen door voor meer laadpalen in de stad te zorgen. Een ander speerpunt is fysiek invulling geven aan MaaS en deelmobiliteit.

Eerst werd in kaart gebracht welke deelsystemen er al zijn, zoals Snappcar, Greenwheels en OV-fietsen. “Dat bestaande aanbod vormde ons vertrekpunt”, legt Bas Scholten van adviesbureau APPM uit. Vervolgens is nagedacht over doelen, doelgroepen, schaal, het systeem en mogelijke locaties. Daaruit kwam de wens voor een stadsbreed systeem uit voort, bedoeld voor bewoners, forenzen, zakelijke reizigers en toeristen. Hierbij is, zoals in elk deelsysteem, gezocht naar balans tussen urgentie, gemak en de kosten.

Reguleren en faciliteren

“De agenda is nog niet vastgesteld; we zijn nog in de fase waarin de details nader worden ingevuld”, legt Scholten uit. “Maar voorlopig is er gekozen voor twee rollen: reguleren door voorwaarden te stellen aan het aanbod en faciliteren, bijvoorbeeld met parkeervergunningen en vergunningen voor het plaatsen van deelfietsen en light electric vehicles.” Voor het verkeersmanagement wil de gemeente gebruik kunnen maken van de data van aanbieders van deelmobiliteit. Ook moet het aanbod zichtbaar en toegankelijk zijn, alsmede zero emissie vanaf 2023.

Hoewel het programma dus nog niet is afgerond, heeft men er in Eindhoven al wel veel van geleerd, legt Astrid Zwegers namens de gemeente uit. Daarbij was het van belang dat er breed werd meegedacht, dus ook vanuit bijvoorbeeld stedenbouwkundige en juridische kant en door de aanbieders van mobiliteitsoplossingen. “Zo leek het ons een goed idee om het aantal aanbieders te limiteren, maar daar dachten de aanbieders zelf heel anders over. Zoiets ontdek je alleen als je vanaf het begin breed overlegt voert.”

Gezamenlijke initiatieven

Bij het literatuuronderzoek verbaasde het Zwegers dat er eigenlijk geen vergelijkbare agenda’s zijn waar deelmobiliteit als één geheel wordt gezien. Vaak gaat zo’n agenda alleen over de deelfiets of deelauto. Terwijl je als stad uiteindelijk werkt richting een bepaald mobiliteitssysteem, waarbij het dus meer voor de hand ligt om over deelmobiliteit te praten, aldus Zwegers

Intussen wordt er door Eindhoven samen met Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag nagedacht over gezamenlijke initiatieven op dit vlak, zoals een stadsbrede parkeervergunning voor deelauto’s. “Is het dan een goed idee om dat voor alle vijf steden tegelijk in het leven te roepen? Of wordt het dan in de andere steden veel te duur omdat ook de parkeertarieven van Amsterdam in de prijs voor zo’n vergunning worden berekend. Over dat soort zaken zijn we nu op G5-niveau met elkaar in gesprek.”

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is redacteur bij ProMedia. Hij schrijft vooral over personenvervoer en mobiliteit.

1 reactie op “Breed overleg essentieel voor deelmobiliteit”

Jan Willem Fortuin|18.02.19|16:14

Jammer dat doelgroepen- en aanvullende vervoersvormen niet in het rijtje van de agenda staan, zoals voor inwoners van niet ontsloten gebieden en voor mensen met beperking die op ‘Mobility as a Service’ aangewezen zijn om mobiel te worden of blijven.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.