Miriam Hoekstra-Van der Deen en David van Keulen. Foto van voor de coronacrisis BEELD VerkeersNet

‘Organisaties hebben de plicht om diversiteit te representeren’

Panels tijdens congressen, directies van bedrijven: er zitten bijna altijd alleen maar mannen in. En dan vooral van het type welgesteld, blank en van middelbare leeftijd. Is dat kwalijk? Ja, roepen Miriam Hoekstra-van der Deen, directeur operations bij Schiphol en David van Keulen, afdelingshoofd mobiliteit bij de gemeente Den Haag. De Man-vrouwverhouding is voor hen inmiddels een ‘no brainer’, nu maken ze zich hard voor nog meer verrijking.


Met VerkeersNet organiseren we regelmatig congressen, en in de aanloop krijg we regelmatig een mailtje met de boodschap ‘ik zie alleen maar mannen op het programma staan.’

“Je komt al snel bij mannen als mij uit haha”, zegt Van Keulen. “Blank, 45 jaar, blauw pak, bruine schoenen.”
Hoekstra: “Je voldoet helemaal aan het profiel.”
Van Keulen: “Ja, erg he?”

Waarom is diversiteit belangrijk voor jou?

Van Keulen: “Ik vind het al langer belangrijk. Ik werk nu vijftien jaar bij de gemeente Den Haag, in diverse rollen. In mijn vorige functie, als manager van de afdeling stedenbouw, begon dat. Mijn uitgangspunt was toen: Den Haag is een hele diverse, multiculturele stad. Meer dan 52 procent van de bevolking heeft een allochtone achtergrond. Dat gaat groeien naar 60 procent. Marokkanen, Turken en Hindoestanen vormen de middenklasse in 2040. Als organisatie heb je de plicht om hen te representeren. Maar wat ik vooral zie: het topmanagement, vanaf de schalen 14, 15, is nog te eenzijdig. Het aantal vrouwen is gelukkig aan het groeien. Als ik naar mijn eigen afdeling kijk – ik ben nu afdelingshoofd mobiliteit – is de man-vrouw-verhouding in evenwicht. Dat is enorm gaaf. Ik heb echt gestuurd op aannamebeleid. En gelukkig waren er voldoende kwalitatief goede mensen.”

Diversiteit gaat verder dan de man-vrouw verhouding

Hoe is dat bij Schiphol?

Hoekstra: “Supergoed. In de board is de verhouding zelfs 75 procent vrouw om 25 procent man. Bij de functies daaronder, dus alle directeuren, is het zo’n 50/50. Voor onze vorige was en huidige ceo is dit echt topprioriteit. Je moet een heel bewust aannamebeleid hebben, anders gaat het niet gebeuren. We zijn nog heel ‘biased’. We zijn nu erg bezig met diversiteit 2.0: waar blijft de afspiegeling van de reiziger? Dat is onze grootste uitdaging. Diversiteit gaat immers verder dan de man-vrouw verhouding.”

Aannamebeleid is dus echt wel de sleutel?

Van Keulen: “Er moet hiervoor in je hoofd echt een schakel om. Je moet er bewust mee bezig zijn. En ik merk dat dat niet bij iedereen het geval is, dat een aantal collega’s het niet op het netvlies heeft. Het is geen onwil hoor. Het is intrinsiek het belang onderkennen dat diversiteit essentieel is. En vanuit daaruit moet je actief handelen. Met de kanttekening: je moet wel mensen aannemen die kwaliteiten hebben. Maar er is genoeg aanbod, dus in die zin…”

Hoekstra: “Er zijn inderdaad genoeg goede mensen: zowel qua gender als qua culturele achtergrond. Dat is echt non-discussie.”
Van Keulen: “Dat ben ik volledig met je eens. Het is echt een non-discussie.”
Hoekstra: “Je moet af van die bias. Dat kun je niet alleen. Als ik niet oplet, neem ik mijn soort vrouw aan. Daar heb ik nou eenmaal het meest mee. Onderzoek wijst uit dat we allemaal die neiging hebben. Ook ik moet dus continu bewust kijken en nadenken over vragen als: heb ik nog een mannelijke zestiger in mijn team?”

Heeft de gemeente een soort aanname-richtlijn?

Van Keulen: “Het onderwerp staat hoog op de agenda bij de gemeente. Dat het ambtenarenapparaat een afspiegeling van de stad is en op allerlei manieren wordt gepoogd om dat te organiseren: van anoniem solliciteren tot trainingen tot bewustwordingscampagnes. Het is wel de verantwoordelijkheid van de manager zelf om het in te vullen. En ik heb daar hele hoge voorrang aan gegeven.”

Hou me ten goede: drie vrouwen is ook geen diversiteit

Hoekstra: “Je hebt dus echt mensen in het midden en hogere management nodig die zeggen: ik ben het aan mijn stand verplicht om te zorgen voor diversiteit. En mensen die zeggen: ik ga alleen in een panel zitten als er ook mensen met andere achtergronden meedoen. En hou me ten goede: drie vrouwen is ook geen diversiteit. Het is goed om te beginnen met de man-vrouw-verhouding. Maar vervolgens moet je jezelf afvragen: waarom zitten er
zes witte mensen? Als individu moet je de steen in de vijver gooien. Want je kunt wel wachten op het systeem…”

Van Keulen: “…maar dat schiet niet op. Laatst mailde ik een organisator van een evenement. Hij had een line-up van alleen maar witte mannen. Ik heb gezegd: hier gaan wij als gemeente niet eens heen.”
Hoekstra: “Heel goed.”
Van Keulen: “Uiteindelijk heeft het ertoe geleid dat de line-up is verbreed.”

Hoekstra: “Op bestuurlijk niveau in de mobiliteitswereld zitten veel vrouwen. Dat is heel goed.”
Van Keulen: “Judith Bokhove, wethouder in Rotterdam.”
Hoekstra: “Stientje van Veldhoven.”
Van Keulen: “Cora van Nieuwenhuizen.”
Hoekstra: “Er zijn er genoeg, maar niet in de zogenaamde uitvoerende lagen.”

Van Keulen: “Ik merk dat de verhouding man-vrouw niet echt meer een issue is in Den Haag. Wat ik nog wel een uitdaging vind: hoe kan ik de diversiteit in kleur, om het zo te duiden, ook echt op mijn afdeling krijgen? Wat ik daar het lastige aan vind: techniek, verkeer, of mobiliteit – dat zijn niet van oudsher beroepen waar zij in worden opgeleid. Als ik naar het hbo kijk, bijvoorbeeld naar Built environment op de Haagse Hogeschool, dan is dat een relatief witte studie. Terwijl we een diverse stad zijn. Kijk ik naar de TU Delft, dan valt het ook tegen. De mensen die we zoeken, kiezen toch eerder voor een studie als bedrijfseconomie, geneeskunde of recht. Ik ben sowieso aan het verbreden: ik neem niet alleen verkeerskundigen aan, maar ook sociaal geografen en gedragswetenschappers. Zo wordt mijn vijver groter om in te vissen.”

We hadden het net over het belang van het individu dat het steentje in de vijver gooit. Zien jullie jezelf zo?

Hoekstra: “Ik zou natuurlijk wel gek zijn als ik zou zeggen nee, haha. Een voorbeeld: een van mijn verkeerskundigen is nota bene een zeer slechtziende vrouw. Zij schrijft voor mij brieven aan de vervoerregio. Vaardigt mij af in verschillende voorbereidende groepen. Echt waanzinnig gaaf. En zij vindt het overigens uiteraard de gewoonste zaak van de wereld. Hoezo kan je niet aan diversiteit doen? Ik vind het toch elke keer bewonderenswaardig. Ze reist hele land door met haar hond. Diversiteit, het kan. Ook in de mobiliteit!”

Holy moly, voor je het weet rol je weer naar achter

Van Keulen: “Ik kom genoeg collega’s tegen die het geen issue vinden. Hoe kunnen we ze kietelen? Ik snap dat er koudwatervrees is. Er heerst een bepaalde cultuur waar, plat gezegd, de man werkt en de vrouw thuis is.”

Hoekstra: “We moeten niet te snel denken dat we er zijn. Er zijn heel veel mensen die het probleem niet zien. Die groep is groot. En nog erger is de ‘white privilege’. Mensen die zeggen: het is niet eerlijk, ze pakken het af.
Ik zat laatst in een meeting. Zegt iemand: “Er werd een ondernemersprijs uitgereikt. En ja hoor, natuurlijk ging het naar een vrouw. Tegenwoordig weet je het wel.” Ik word dan boos, ondanks dat ik het hem persoonlijk niet eens kwalijk neem. Maar als dit soort types dit soort dingen gaan zeggen… Holy moly, voor je het weet rol je weer naar achter.”

Van Keulen: “Daar schrik ik wel van. Ik herken wel waar het bij heel veel mannen vandaan komt. Twee jaar geleden ben ik gescheiden. Ik voed mijn vier kinderen op in co-ouderschap en ik merk dat veel mannen – en ik ben er ook heel scherp op omdat ik het nu pas besef – niet weten hoe zwaar opvoeden kan zijn. Het managen van een gezin naast je baan is echt niet makkelijk. Maar veel mannen willen dat, vanuit een soort ingesleten of aangeleerde gemakzucht, niet goed zien. Of zijn er helemaal niet mee bezig.”

Voor de dingen die de vrouw doet hebben ze geen aandacht bedoel je. Zij denken: ik zorg voor de inkomsten, mijn vrouw zorgt voor de kinderen…

Van Keulen: “De helft van de tijd voed ik mijn kinderen op. Tussendoor moet ik heel veel dingen doen. Dingen die mijn vrouw eerst deed, maar me helemaal niet opvielen.”
Hoekstra: “Super gaaf dat je hier zo open over praat. Vind ik echt tof.”
Van Keulen: “Iedere maandagmiddag haal ik de kinderen op. Dat is voor mij een heilige middag. Maar voorheen dacht ik: ja daaag, ik ben belangrijk. Niet eens bewust, maar je neemt het toch mee uit je opvoeding. Mijn vader werkte voor de kost, mijn moeder had maar ‘een baantje’.

Mijn vrouw werkte 28 uur, ik werkte 40 uur, maar dat werden er langzaam 50. Mijn agenda ging voor. Heel sluipenderwijs. Ik denk echt dat mannen, en misschien worden mensen nu boos, het oprecht niet zien. Daarom doe ik dit interview ook. Om ogen te openen. Je moet met je partner in gesprek gaan. We hebben allemaal diep ingesleten patronen. Maar het positieve is: ik sta nu veel vrijer in het leven dan eerst.”

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VerkeersNet.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.