Utrecht, Vianen BEELD IenW, Tineke Dijkstra Fotografie

Infrastructuur een van de pijlers van nieuw Groeifonds

Het kabinet heeft een Nationaal Groeifonds gelanceerd om de economie aan te jagen met publieke investeringen. Zelfs in tijden dat de economie minder goed draait. Hiervoor wordt de komende vijf jaar 20 miljard euro uitgetrokken. De focus ligt op drie investeringsterreinen: fysieke infrastructuur, kennisontwikkeling, en onderzoek, ontwikkeling en innovatie.

De ministerraad is al akkoord gegaan met het voorstel van minister Wiebes van Economische Zaken. De Tweede Kamer moet nog instemmen met de verdeling van de gelden over de drie investeringsgebieden, maar heeft inmiddels wel een brief gekregen van de minister met informatie over het doel en de opzet van het fonds. In die brief noemt Wiebes een goede infrastructuur cruciaal voor de economie. Hij heeft het niet alleen over verbindingen over weg, water, spoor en door de lucht, maar ook over de energie-infrastructuur, waterinfrastructuur en digitale verbindingen. “Investeringen in infrastructuur dragen ook bij aan de aantrekkelijkheid van ons land en zijn daarmee goed voor ons vestigingsklimaat”, aldus Wiebes.

Eenmalige uitkeringen

Met het geld wil het kabinet garanderen dat er ook tijdens recessies geld is om klappen op te vangen zonder dat het nodig is om direct te bezuinigen. Op die manier moet de toekomstige welvaart veilig gesteld worden. De coronacrisis en ook de vorige economische crisis hebben volgens het kabinet duidelijk gemaakt dat dat groei niet vanzelfsprekend is en dat investeren in de economie nodig blijft.

De 20 miljard euro uit het Groeifonds is bedoeld voor eenmalige uitgaven en niet voor terugkerende investeringen. Het fonds krijgt een eigen begroting. Een onafhankelijke commissie gaat beoordelen welke voorstellen in aanmerking komen voor een bijdrage uit het fonds. Het bedrijfsleven, onderwijs en andere kennisinstellingen krijgen een rol bij het aandragen van investeringsvoorstellen, maar de voorstellen moeten formeel ingediend worden door een ministerie. Zo’n voorstel moet minimaal 30 miljoen vergen. Er geldt geen maximumomvang.
Eerdere stimuleringsfondsen

Geld wordt pas beschikbaar gesteld na een positief advies van de commissie en een besluit van het kabinet. Bij de jaarlijkse ‘Staat van de Economie’ maken de ministers van Economische Zaken en Financiën de investeringsplannen voortaan bekend.

Moed en duidelijke visie

Dat neemt niet weg dat er namens de Mobiliteitsalliantie al positief is gereageerd om miljarden in de versterking van de infrastructuur te steken. “Dit kabinetsbesluit getuigt van moed en een duidelijke visie over het belang van mobiliteit voor onze economie, samenleving en aanpak van de huidige crisis. Voor de Mobiliteitsalliantie staat voorop dat de investeringen bijdragen aan de transitie naar een flexibeler vervoerssysteem waarbij de gebruiker centraal staat.” De samenwerkende partijen ontwikkelden daarvoor het Deltaplan Mobiliteit, mét bijbehorende investeringsagenda.

De Mobiliteitsalliantie geeft aan dat effecten van de coronacrisis, zoals meer thuiswerken en spreiding van werk- en onderwijstijden, op termijn niet zullen voorkomen dat de vraag naar vervoer weer zal groeien. Van wegen, fietspaden en OV wordt weer steeds meer gebruikgemaakt. “Als we niets doen komen bereikbaarheid, leefbaarheid, verduurzaming, economische groei en maatschappelijke participatie alsnog verder onder druk te staan. Om het tij te keren en de opgelopen achterstanden in te lopen, is een transitie nodig. Het kabinet zet hiertoe nu een belangrijke stap met het Groeifonds.”

Geleerde lessen

Bij de opzet van het Groeifonds heeft het kabinet zich onder meer laten leiden door de ervaringen met het Fonds Economische Structuurversterking (FES), dat bestond tussen 1995 en 2020. Een van de lessen die daaruit geleerd zijn, is dat een fonds een duidelijke focus moet hebben. Bij het FES werden de doelen steeds breder, wat leidde tot versnippering. Ook was niet altijd duidelijk wat de bijdrage aan de economie was. Met de eis van een minimumomvang van 30 miljoen euro voor projecten wil het kabinet de kans op versnippering bij het Groeifonds verkleinen. Een nadeel van het FES was bovendien dat de uit te keren bedragen afhankelijk waren van de hoogte van de aardgasbaten. Het Groeifonds heeft daarom een tevoren vastgesteld budget.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is redacteur bij ProMedia. Hij schrijft vooral over personenvervoer en mobiliteit.

3 reacties op “Infrastructuur een van de pijlers van nieuw Groeifonds”

Pat Rick|09.09.20|13:10

Het ontbreekt aan een integrale visie op OV in regio A’dam, die systematisch gerealiseerd wordt. ProRail krijgt geld, maar drukt gewoon 9 sporen door op A’dam CS. En wil eigenlijk vervoersstromen via haar spoor laten lopen, terwijl de grenzen zijn bereikt voor de trein. Dus moet men wafelijzerpolitiek bedrijven: ProRail mag de Lelylijn aanleggen en metro wordt aangelegd tussen Zandvoort, Purmerend, Almere, Hoofddorp. Alleen zo blijft NL bereikbaar.

Pat Rick|09.09.20|13:06

De metropoolregio Amsterdam heeft 2,5 miljoen mensen, maar geen metro voor de regio, alleen voor zichzelf. Stockholm heeft met 2 miljoen een uitgebreidere metro, vaak uithakt in het hardste steen. De lijnen lopen tot 35 km uit het centrum. Warschau met 2,7 miljoen heeft pas sinds 1995 metro en nu al meer bereik. Boekarest is kleiner en armer en heeft toch meer metro. Hoe kan dit? Dit kan niet waar wezen dat Nederland op dit vlak zo achterloopt.

Pat Rick|09.09.20|13:05

Eindelijk! Want er moet meer ‘sense of urgency’ zijn bij Hoekstra. Ook moet hij meer verwachtingsmanagement doen, want iedereen verwachte veel meer. Want om Nederland vooruit te helpen is meer goedkoop geld nodig, juist een verdubbeling tot 100 miljard ipv een ruime halvering. Een spa in de grond in de Randstad kost al miljarden en krijgt voorrang, terwijl er projecten in heel NL moeten komen. Het lijkt dat 20 miljard een conclusie is van een lange discussie met zuinige boekhouders.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.