Polderweg

‘Deelauto kan in landelijk gebied weesauto worden’

Aan het exploiteren van deelauto’s in landelijke gebieden kleven te veel nadelen om er een succes van te maken, betoogt Jan Theunissen van Bureau Albatros. Hij ziet meer in een systeem waarin binnen een dorp wordt gewerkt met een pool van enkele privé-auto’s. Dat schrijft hij in reactie op een eerder artikel over deelmobiliteit in landelijke gebieden op VerkeersNet.

“Ik heb veel ervaring in het opzetten van kleinschalige autodeelprojecten. In het genoemde artikel wordt een oplossing gesuggereerd die al eerder is geprobeerd én mislukt: in dorpen en kleinere gemeenschappen een deelauto introduceren en deze in tweede instantie ook vast aanbieden. Dit zou dan een oplossing zijn voor het onvoldoende aanbod (of gebruik) van andere OV-vangnetoplossingen.

Deze variant van autodelen heeft belangrijke nadelen. Er zal een structurele afhankelijkheid blijven van subsidies of externe financiering. De kosten worden te hoog om per dorp meerdere deelauto’s te plaatsen of elk dorp te voorzien van een deelauto. Daardoor is deze oplossing moeilijk opschaalbaar per dorp of naar veel meer dorpen. Deze nadelen ontstaan omdat er in landelijke gebieden al een overschot aan auto’s is. Bewoners hebben al één of meerdere auto’s. Anders gaat men immers niet buiten de stad wonen.

Kostenneutraal

Bij het verdienmodel van deelauto’s rekenen deelauto-aanbieders met lagere bezettingsgraden dan bij huurautobedrijven. Voor deelauto’s vraagt men wel abonnementskosten. Dan heb je veel gebruikers nodig. In een landelijk gebied is het extra moeilijk om veel gebruikers te binden en een kostenneutrale exploitatie te hebben. Om de kosten laag te houden, is het personeel vaak vrijwillig. De uitvoering wordt kwetsbaarder door uitval of het ontbreken van voldoende mensen voor beheer en administratie. Ook is dan de valkuil dat niemand zich meer verantwoordelijk voelt voor de deelauto. De deelauto wordt dan een weesauto.

Wie vraagt om een deelauto als vervanging van de tweede auto? Dat gebeurt mondjesmaat. Kwetsbare mensen zonder auto? Die moeten zich laten rijden door een (vrijwillige) chauffeur. Ouderen? Zonder wmo-indicatie is er geen wmo-bekostiging. Ouderen zijn gewend aan een sociaal en dus laag tarief. De gemeente zou uit een ander potje moeten zorgen voor het bijpassen van een tekort. Net als bij de wmo-taxi, of anders zorgen voor structurele financiering.

Financieel veiliger

Hoe kan het wel? Er zijn betere kansen als gebruik gemaakt wordt van enkele privé-auto’s die er in alle dorpen zijn. Door enkele bewoners te vragen om de eigen auto parttime mee te laten doen in een pool met deelauto’s. De kosten zijn 100 procent variabel te maken. De auto-eigenaar krijgt een variabele onkostenvergoeding per kilometer. Dit is financieel veiliger. Deze vorm is ook goed te combineren met coöperaties en het bezorgt de coöperatie geen extra risico. De verzekering zou te regelen zijn via een landelijke verzekeraar. Deze vorm is opschaalbaar zonder dat er financieel risico is. De auto-eigenaar deelt de autokosten met één of enkele dorpsbewoners. Ook dit is een lokale oplossing.”

Auteur: Jan Theunissen, Bureau Albatros

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is redacteur bij ProMedia. Hij schrijft vooral over personenvervoer en mobiliteit.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.