(bron: Mobility Lab)

Hoe kan het ministerie van IenW mobiliteitsstartups ondersteunen?

Innovatie in mobiliteit is belangrijk om de maatschappelijke doelen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat te behalen. Mobiliteitsstartups zijn daarvoor bij uitstek geschikt. Zij lopen echter tegen verschillende barrières aan bij het opschalen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan deze nieuwkomers op de markt ondersteunen, maar hoe?

In de praktijk blijken lang niet alle startups erin te slagen om succesvol op te schalen. “Dat kan zonde zijn, want daarmee gaan ideeën of innovaties verloren”, aldus onderzoeker Marije Hamersma van het KiM. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) heeft op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onlangs onderzocht hoe het ministerie innovatie in mobiliteit kan versnellen.

Het is met name belangrijk dat het ministerie van IenW een faciliterende rol op zich neemt, adviseert het KiM. Het ministerie kan startups helpen om het netwerk verder uit te bouwen en de juiste partijen aan elkaar verbinden. Daarbij kan IenW de startups ook op de beschikbare financiële regelingen wijzen. Hamersma: “Dit kan door bijvoorbeeld één beleidsmedewerker te koppelen aan een startup, die de laatste kan helpen om zijn weg te vinden.” Verder kan IenW fungeren als wet- en regelgever, innovatieve aanbesteder of zelfs launching customer.

Barrières

Het aantal startups dat zich bezighoudt met mobiliteit in Nederland is divers en het soort drempels waar zij tegenaan loopt dus ook. Tijdens de gesprekken met meerdere startups – in verschillende fases van het opschalingsproces – heeft het kennisinstituut vier duidelijke barrières gevonden. Ten eerste zijn een groot aantal partijen betrokken, waardoor processen stroperig kunnen verlopen.

Verder kan toelating tot de markt, vooral voor volledig nieuwe voorzieningen en voertuigen, een probleem zijn. Daar bestaat vaak nog geen regelgeving voor. Startups worstelen soms ook met de beschikbaarheid van extern kapitaal en het vinden van experimenteerruimte.

Als laatste hebben de startups natuurlijk niet alleen te maken met het ministerie, maar ook met andere lokale of regionale overheden. Dit betekent verschillend beleid of verschillende wetgeving. “IenW heeft bepaalde doelen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en verkeersveiligheid. Op gemeenteniveau kunnen prioriteiten anders liggen en komt bijvoorbeeld werkgelegenheid om de hoek kijken”, verduidelijkt Hamersma.

Verbindingen leggen

Wat kan het ministerie dan doen om deze hindernissen weg te nemen? Belangrijk is dat het ministerie een faciliterende rol op zich neemt. Op die manier kan het ministerie nieuwkomers op de markt koppelen aan de juiste beleidswerkers en een netwerk bieden. Hamersma: “Het zou voor startups fijn zijn als er één afdeling of loket is waar zij terecht kunnen. Dit loket kan helpen om de juiste verbindingen te leggen.”

“Het zou voor startups fijn zijn als zij bij één afdeling of loket terecht kunnen

Ze wijst erop dat er zich al een aantal afdelingen binnen het ministerie bezighouden met innovatie, maar dat het vooral belangrijk is om het brede ministerie te betrekken. Dit draagt niet alleen bij aan een succesvolle opschaling van een startup, maar biedt ook kansen om juist met de uitdagingen voor het ministerie aan de slag te gaan.

Probleem in de markt zetten

Die kansen liggen er vooral voor IenW als innovatief aanbesteder of launching customer. Aanbestedingen kunnen toegankelijker gemaakt worden voor out-of-the-box denkende bedrijven. Dit door te vragen naar een oplossing voor een probleem, in plaats van om een specifiek product of dienst. De nadruk zou daarvoor meer moeten liggen op innovatie en creativiteit. Hamersma: “Een afdeling zou bijvoorbeeld een probleem in de markt kunnen zetten waarop startups kunnen inschrijven”, aldus de KiM-onderzoeker.

Daarnaast hebben vooral nieuwkomers op de markt met een nieuw product – bijvoorbeeld nieuwe voertuigen – baat bij transparantie over het toelatingsproces. Het is voor hen regelmatig een hindernis dat er nog geen wet- en regelgeving bestaat. Het ministerie kan daarnaast helpen bij het realiseren van experimenteerruimte voor deze producten.

Verschillend gemeentelijk beleid

Een andere barrière betreft verschillend overheidsbeleid. Veel van deze mobiliteitsstartups opereren dan ook in de publieke ruimte. Daar komen zij eerder de gemeente tegen dan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en dat hindert af en toe de opschaling. Bij elke gemeente krijgen ze opnieuw met nieuw beleid te maken.

Het ministerie kan de juiste omgeving en condities creëren

Volgens het KiM kan IenW gemeenten stimuleren om hun beleid te synchroniseren, zodat dit simpeler en meer gestroomlijnd wordt. Vanuit de overkoepelende positie van de landelijke overheid, kan die zorgen dat de neuzen de juiste kant op staan. “Het ministerie kan de juiste omgeving en condities creëren, terwijl de gemeente een meer uitvoerende rol op zich kan pakken door het beleid open te stellen en vergunningen te verlenen”, meent Hamersma.

Subsidie

De beschikbaarheid van kapitaal blijkt een laatste hindernis te zijn voor nieuwe partijen in de mobiliteitsmarkt. Er bestaan verschillende financiële regelingen voor startups, maar de toegang hiertoe wordt door sommige partijen als een hindernis ervaren. De nieuwkomers lijken te denken dat er vooral subsidies worden verstrekt voor specifieke sectoren, terwijl de startups die hier niet toe onder vallen in het nadeel zijn.

Toch vindt het KiM dat IenW terughoudend hoort te zijn als het gaat om het geven van subsidies; dit is namelijk een rol die bij het ministerie van Economische Zaken (EZK) ligt. Omdat die generieke regelingen heeft om innovaties financieel te steunen, ligt het volgens de onderzoekers niet voor de hand dat IenW specifieke subsidies gaat geven. Wel kan het ministerie van Infrastructuur dit generieke beleid van EZK aanvullen.

Oog voor verschillen

Er is volgens Hamersma niet één duidelijke fase te benoemen waarin hulp van de landelijke overheid gewenst is. Sommige startups hebben een heel goed idee én een goed uitgewerkt businessplan en zij lopen gewoonlijk tegen minder drempels aan dan bedrijfjes die nog meer zoekende zijn. Die laatste kunnen bijvoorbeeld baat hebben bij coaching. Dat hoeft IenW niet zelf te doen, maar de overheid kan wel helpen.

De KiM-onderzoekers denken dat startups in verschillende fasen hulp kunnen gebruiken. Tegelijkertijd verschilt het per bedrijfje wanneer het ministerie zich juist moet terugtrekken. “Het is belangrijk dat het ministerie oog heeft voor de verschillen en niet als black box fungeert”, aldus Hamersma. “Het ministerie moet de juiste taal spreken, de startups bij de hand nemen en ze helpen om wegwijs te worden.”

Auteur: Inge Jacobs

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.