Wethouder Robert van Asten_DenHaag (foto Martijn Beekman)

Wethouder: ’geen schijnveiligheid creëren door alleen 30-bord te plaatsen’

Hoe krijg je automobilisten zo ver dat ze zich houden aan de 30 kilometer of zelfs aan 15 kilometer in woonwijken? Alleen een bord bij de straat zetten is niet voldoende, weet mobiliteitswethouder Robert van Asten van Den Haag. Goede inrichting is één oplossing, maar de wethouder ziet ook kansen in slimme technologie en in gedragscampagnes. Die kunnen ervoor zorgen dat buurtbewoners zich meer verantwoordelijk gaan voelen voor hun straat.

Van Asten steunt de onlangs door de Tweede Kamer aangenomen motie van harte omdat het systeem hierdoor wordt omgedraaid. “Nu is de norm ’50 kilometer per uur, tenzij’ en dat wordt ’30 kilometer per uur, tenzij’. Dat staan me heel erg aan.” Tegelijkertijd wijst hij erop dat de gemeente een paar goede redenen heeft om de snelheid op bepaalde wegen toch op 50 te houden. Dan gaat het om de aanrijtijden van de hulpdiensten, het OV dat gebaat is bij een goede, snelle doorstroming om aantrekkelijk te zijn als alternatief voor de auto en logistieke voertuigen die de stad in moeten voor bevoorrading.

Handhaving

Kan er niet simpelweg een uitzondering worden gemaakt voor deze partijen? De grootste uitdaging is dat de inrichting moet passen bij de snelheid. Van Asten: “Op een tweebaansweg kan ik de snelheid wel verlagen, maar dat lukt alleen met handhaving. Die hebben steden niet – zelfs het geplaatst krijgen van een flitspaal is al een behoorlijke uitdaging. Daar maak ik me wel zorgen om.”

De politie geeft zelf aan eigenlijk niet te kunnen handhaven op wegen zonder inrichting die de lagere snelheid afdwingt. Van Asten vervolgt: “De politie heeft een erg krappe bezetting. Dan kan ik ze niet op een mission impossible sturen waarbij ze moeten handhaven op zulke wegen. Ik heb dan liever dat de snelheid daar 50 kilometer per uur blijft en weggebruikers zelf meer opletten, dan dat ik schijnveiligheid creëer.”

Slimme techniek

Toch is goede inrichting niet de enige oplossing. Van Asten is erg te spreken over ISA (Intelligent Speed Assistance), slimme systemen die nu al in veel nieuwe auto’s aanwezig zijn. Door deze techniek kunnen wagens simpelweg niet harder rijden dan de hier geldende maximumsnelheid. “Dat lijkt me ideaal. Dan hoef ik niets aan de inrichting te doen en het scheelt dus miljoenen, terwijl automobilisten zich wel aan de snelheid houden”, vertelt hij.

Mede door hem is ISA opgenomen in het landelijke verkiezingsprogramma van D66. “Het is simpelweg gebruikmaken van de techniek. Dit is een staaltje smart city waar iedereen wat aan heeft, want je kunt er de verkeersveiligheid enorm mee verbeteren.” De Europese Commissie heeft inmiddels een wet aangenomen, waardoor de techniek vanaf 2022 verplicht is in alle nieuwe auto’s.

Met ISA kun je verkeersveiligheid enorm verbeteren.

Zelfs na ingang van die wet duurt het nog jaren voordat het hele wagenpark om is. Toch heeft de wethouder goede hoop dat de effecten snel merkbaar zijn, omdat het niet noodzakelijk is dat alle wagens in een stad zijn uitgerust met dit systeem. “Er hoeft maar één auto die snelheid aan te houden en dan moeten alle voertuigen die erachter rijden dat ook.”

Op de korte termijn verbetert de gemeente de verkeersveiligheid met het Verkeersveiligheidsplan. In stappen wordt gewerkt aan het verlagen van de maximumsnelheid en het daarbij realiseren van de bijbehorende inrichting of aan het realiseren van vrijliggende fietspaden op 50-wegen. Daarvoor zijn middelen beschikbaar gesteld.

Tekst loopt door onder foto

Wethouder Robert van Asten van Den Haag (foto: Martijn Beekman)
Foto Martijn Beekman

15 kilometer per uur

Toch is 30 niet overal voldoende voor een betere verkeersveiligheid. Voormalig SWOV-directeur Peter van de Knaap pleitte er onlangs voor om de snelheid in woonwijken nog verder te verlagen naar 15 kilometer per uur op plekken waar geen trottoir is. Dit noemt de Haagse wethouder een ‘uitstekend uitgangspunt’. Vooral in oude Haagse stadswijken waar eigenlijk geen ruimte is voor al die auto’s. Van Asten woont zelf in zo’n wijk en de stoepen daar zijn vaak nauwelijks begaanbaar.

Tegelijkertijd wijst hij erop dat hier hetzelfde vraagstuk speelt als bij de verlaging van 50 naar 30. Hoe dwing je die snelheid af? Vooral aangezien sommige mensen al moeite hebben met een snelheidsbegrenzing op 30 kilometer per uur. Daarvoor zou Van Asten hier het liefste met een gedragscampagne aan de slag gaan. Het doel daarvan is dat buurtbewoners meer eigenaarschap gaan voelen voor die straat.

Verantwoordelijkheid inwoners

Inwoners zouden volgens de wethouder niet alleen iets te zeggen moeten hebben over snelheid. De straat is niet alleen voor die auto, maar biedt ook ruimte voor bijvoorbeeld een bankje, een boom, een speeltoestel voor kinderen of fietsparkeerplekken. Buurtbewoners moeten zich dus realiseren dat zij iets te zeggen hebben over die weg achter hun voordeur.

We willen inwoners van een straat zelf laten bepalen wat er moet gebeuren.

“Aan die stem moeten we in onze gemeente waarde toekennen. In plaats van een verhit debat in de gemeenteraad over de hoofden van bewoners heen, willen we eigenlijk de inwoners van een straat zelf laten bepalen wat hier moet gebeuren. Ervaringen wijzen uit dat men er dan wel uitkomt.”

Parkeervergunning

Nieuw beleid van de gemeente Den Haag is om het aantal parkeervergunningen te begrenzen. De gemeente gaat daarbij met de wijk de discussie aan over de inrichting van een wijk. “Voor een ondergrondse afvalcontainer moeten we een aantal parkeerplaatsen opofferen en dat betekent dus minder parkeervergunningen. Want het evenwicht moet blijven”, schetst Van Asten een voorbeeld. “Dit is net ingevoerd, maar we hopen dat dit de komende jaren vruchten afwerpt. We willen dat inwoners zelf meer gaan bepalen hoe de straat wordt ingericht.”

Het beperken van auto’s vereist wel goede alternatieven, zoals deelmobiliteit, betrouwbaar OV en veilige fietsparkeerplekken. De wethouder noemt als voorbeeld de bereidheid van Hagenezen om de elektrische fiets te gebruiken als alternatief voor de eigen auto, maar alleen als ze zekerheid hebben dat ze die fiets op een veilige plek kwijt kunnen. “Iedereen houdt een mobiliteitsbehoefte, dus denken in alternatieven voor de auto is heel belangrijk.”

Stedelijke inrichting

De auto heeft de samenleving veel goeds gebracht, benadrukt Van Asten. Tegelijkertijd is de tijd volgens hem rijp voor een nieuwe stedelijke inrichting. Een waarbij die auto minder centraal staat. Dit heeft natuurlijk nog behoorlijk wat voeten in de aarde en vraagt vooral om gesprekken over de uitvoering. “Als de ambitie is om alle auto’s van de straat te halen, wat is daar dan voor nodig”, vat hij het vraagstuk samen.

Van Asten denkt dat een stad zonder geparkeerde auto’s voor het plaatje in ieder geval heel mooi zal zijn. Het meest kansrijk is dat plaatje in het stadscentrum, aangezien de parkeergarages daar al zijn gerealiseerd en er goede deelmobiliteit beschikbaar is. “Het is niet van vandaag op morgen geregeld, maar als het aan mij ligt is dat wel het einddoel.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.