Doorgaande weg Den Haag

Zakelijke reiziger krijgt steeds meer keuzevrijheid

Bijna een op de vijf bedrijven verwacht binnen drie jaar voor Mobility as a Service (MaaS) te kiezen in het eigen mobiliteitsbeleid. Nu wordt dit nog maar door 3 procent van de werkgevers aangeboden. De keuze om MaaS voorlopig niet te omarmen, lijkt vooral ingegeven door onwetendheid. Dat blijkt uit het Nationaal Zakelijke Mobiliteitsonderzoek 2021 (NZMO).

Steeds meer bedrijven zijn actief bezig met beleid rondom zakelijke mobiliteit, vertelde Eric Vousten van VMS | Insight bij de presentatie van de eerste conclusies van het NZMO. Een van de grootste en belangrijkste ontwikkelingen in het komende jaar is dat veel meer wordt ingezet op het zoveel mogelijk keuzevrijheid geven aan medewerkers voor de invulling van hun zakelijke reis. Zo verwacht ruim een kwart van de werkgevers binnen drie jaar het mobiliteitsbudget in te voeren.

Blijvend maar minder thuiswerken

Het NZMO is een jaarlijks terugkerend grootschalig onderzoek dat ditmaal in september werd gehouden onder circa 3.300 zakelijke reizigers en 725 werkgevers. VMS | Insight is uitvoerder en doet dit in opdracht van Automobiel Management (zustervakblad van VerkeersNet) en samenwerkingspartners RDC, VNA, NS en RET. Later dit jaar wordt het volledige rapport gepresenteerd.

Vanzelfsprekend was er in de enquête veel aandacht voor de gevolgen van de coronacrisis op mobiliteit. Dat thuiswerken is geaccepteerd en omarmd, mag geen verrassing worden genoemd. Zakelijke reizigers verwachten eind 2021 twee dagen per week op locatie te werken. Dat is een dag minder dan nu, maar nog altijd een verdubbeling ten opzichte van vóór corona.

Meer autokilometers

Desondanks is de verwachting van zowel werkgevers als reizigers dat het totale aantal zakelijke kilometers met de auto in 2022 op hetzelfde niveau als of zelfs iets hoger ligt dan de tijd voor corona. In het openbaar vervoer lijkt er juist sprake van een stagnering. De reisfrequentie van treinreizigers zal eind 2022 nog ruim 30 procent lager liggen dan in 2019 en die van bus, tram en metro 20 procent lager.

Goed nieuws voor de OV-sector is wel dat reizigers die het OV nu nog links laten liggen of zijn overgestapt op de eigen auto, in sterke mate zullen terugkeren. Voor bijna 60 procent van de voormalige OV-reizigers is de trein, bus, tram en metro op dit moment niet meer hun voornaamste vervoersmiddel. Maar eind volgend jaar zal de trein voor 90 procent weer het hoofdvervoermiddel zijn; bij het stads- en streekvervoer geldt dit voor driekwart van de voormalige reizigers. Hier valt vooral op dat reizigers die het OV hebben ingeruild voor de fiets, dat zullen blijven doen.

Spits mijden

Een andere belangrijke vraag is of corona dan eindelijk gaat zorgen voor spreiding. Zakelijke reizigers die met de auto naar het werk gaan, denken dat inderdaad redelijk verspreid over de week te doen en vaker de spits te mijden dan nu. Dat kan niet worden gezegd over treinreizigers, waarbij opvalt dat de maandag vaker zal worden ingevuld met thuiswerken en dinsdag en donderdag drukke reisdagen worden. Bovendien voorzien twee op de vijf treinreizigers dat zij over een jaar de spits mijden, terwijl dat nu nog drie op de vijf is. In de bus, tram en metro worden niet veel veranderingen verwacht ten opzichte van de huidige situatie.

De autoreiziger was en blijft trouw aan dat voertuig, al zal het zakelijke wagenpark naar verwachting wel met 2 procent krimpen. Maar dat betekent volgens onderzoeker Vousten niet vanzelfsprekend dat er minder auto’s op de weg zullen zijn. Omdat steeds meer bedrijven zullen kiezen voor een mobiliteitsbudget, neemt private lease toe aangezien de verantwoordelijkheid voor de auto naar de medewerker verschuift.

Samenwerking tussen alle partijen nodig

In de paneldiscussie die volgde op de presentatie ging het er onder meer over de vraag hoe kan worden gezorgd dat de zakelijke reiziger met keuzevrijheid de auto laat staan. Er werd benadrukt dat dit een gezamenlijke opdracht is en dus vraagt om samenwerking tussen alle partijen in de mobiliteitssector.

“In alle gesprekken die we met bedrijven voeren, merk je dat er continu vraag is naar flexibele mobiliteit. Er is vooral de wens om meerdere modaliteiten aan te bieden”, zei Yfke van der Sloot van spoorvervoerder NS in de aansluitende paneldiscussie. Renate Hemerik van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) constateerde wel dat de uitvoering en invulling van het beleid “een groot vraagstuk” is.

Volgens Jean-Paul Duurland van stadsvervoerder RET heeft de sector de verantwoordelijkheid om meerdere modaliteiten beter te ontsluiten en daarmee toegankelijker te maken. “We zullen de behoeften goed in kaart moeten brengen en de beschikbaarheid fors opvoeren. Er zal veel meer moeten gebeuren om invulling te geven aan de behoefte van de zakelijke reiziger.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur van OVPro.nl en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group, waaronder VerkeersNet.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.